wetzoeker

4.9.2 — Domein schrijven Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO Bonaire

Domein schrijven

Schrijven kan direct of indirect worden getoetst. Bij directe toetsing schrijven leerlingen zelf teksten, die vervolgens op kwaliteit worden beoordeeld. Daarbij zijn verschillende beoordelingsvormen mogelijk (globale of analytische beoordeling of schaal-beoordeling m.b.v. ankerteksten). Bij indirecte toetsing maken leerlingen een schrijftoets in gesloten vorm: een correctieopdracht waarbij tekortkomingen of fouten in een gegeven tekst moeten worden verbeterd of een meerkeuzetoets waarbij voor een reeks van opgaven steeds de juiste verbetering of het beste formuleringsalternatief moet worden gekozen. Het kan daarbij om allerlei kwesties gaan, zoals de selectie van relevante inhoud voor een bepaalde tekst, het aanbrengen of ordenen van alinea’s (structuur) of om de keuze voor een gepaste formulering (stijl), gelet op context, doel en lezerspubliek.

Toetsing van schrijven via indirecte meting

De teksten of delen van teksten die de leerlingen moeten beoordelen en/of reviseren, zijn zogenaamd geschreven door leerlingen van de basisschool en voor het doel min of meer aangepast. De ‘fouten’ in de teksten zijn blijven staan. Er zijn ruwweg drie soorten fouten te onderscheiden, die te koppelen zijn aan de kenmerken van de taakuitvoering in het RKP. Het gaat om fouten die betrekking hebben op het volgende.

a/b. afstemming op doel en op publiek

Hierbij gaat het om het doel dat de schrijver met zijn tekst voor ogen heeft en de afstemming van de tekst op de lezer. Soms houdt een schrijver onvoldoende rekening met de kennis waarover de lezer beschikt en kunnen teksten die correct geschreven zijn, niet goed zijn afgestemd op de lezer. De schrijver bereikt zijn doel dan niet. De woordkeus sluit bijvoorbeeld niet aan op de kennis van de lezer, de zinnen zijn te gecompliceerd of de toon van de tekst is door een onhandige woordkeus anders dan bedoeld. In een tekst die op een informele manier geschreven is, valt een formele uitdrukking bijvoorbeeld uit de toon.

Het gaat bij de kenmerken afstemming op doel en publiek om opgaven die toetsen in hoeverre leerlingen in staat zijn te beoordelen of:

• de schrijver diens tekst voldoende afstemt op het schrijfdoel: informeren, overtuigen, verklaren, beschrijven, instrueren, ervaringen/gevoelens uiten;

• de schrijver onderscheid maakt tussen bekend en minder bekend publiek en tussen informele en formelere context;

• de schrijver de juiste standaardformuleringen gebruikt bij een formele brief.

c. samenhang

De rubriek samenhang is gericht op fouten die schrijvers maken bij het weergeven van informatie. Ze verstrekken dan onvoldoende of onduidelijke informatie, waardoor misverstanden bij de lezers kunnen ontstaan. Soms spreken schrijvers zichzelf tegen en zit de tekst niet logisch in elkaar. Ook komt het voor dat ze meer informatie verstrekken dan nodig is. Het gaat dan om dubbelzinnige formuleringen, overbodige woorden en onduidelijk of verkeerd uitgedrukte relaties tussen en binnen zinnen. Het kan ook gaan om informatie die op een verkeerde plaats staat of om een alinea-indeling die niet in orde is.

Tot de rubriek samenhang behoren opgaven die toetsen in hoeverre leerlingen in staat zijn te beoordelen of:

• er voldoende samenhang (logische volgorde in tekstelementen) binnen de tekst is en of de schrijver geen overbodige, vage of onvoldoende informatie verstrekt;

• de schrijver zich aan de feiten houdt of zichzelf tegenspreekt;

• het taalgebruik op woord-, zins- en tekstniveau begrijpelijk is;

• alinea’s worden gemarkeerd (bijv. met witregels);

verwijs- en signaalwoorden goed worden gebruikt (zijn de relaties tussen en binnen zinnen juist beschreven?).

d/e. woordgebruik, zinsbouw en vormgeving

Hierbij gaat het om de formulering van woorden en zinnen en de vormgeving van de tekst. Deze rubriek is gericht op fouten die schrijvers kunnen maken met betrekking tot de correctheid van het taalgebruik.

15 Spelling en interpunctie zijn hier bewust niet opgenomen, omdat deze al worden getoetst in het verplichte (sub)domein Taalverzorging. Spelling en interpunctie hier wederom opnemen en beoordelen zou een onevenredig gewicht aan spelling geven. Vormgeving is afgeleid uit taakkenmerk ‘redigeren’.

De toets bevat opgaven die toetsen in hoeverre leerlingen in staat zijn een oordeel te geven over:

• de correctheid van woorden (ook functiewoorden, zoals veel voorkomende voeg- en verwijswoorden), zinsbouw (eenvoudige zinsconstructies -nevenschikking-) en vaste uitdrukkingen;

• de correctheid van het gebruik van witregels om alinea’s te markeren;

• de correctheid van de gebruikte voorzetsels en indicatoren van tijd en plaats.

Bij opgaven binnen deze categorie dient rekening te worden gehouden met het volgende. In het RKP valt het controleren (en verbeteren) van spelling, interpunctie, zinsbouw en vormgeving onder het kenmerk ‘redigeren’ (RKP). Dit geschiedt op 1F-niveau echter met hulp van medeleerlingen (bijv. in het kader van tekstbespreking). M.a.w.: leerlingen hoeven dit op niveau 1F nog niet zelfstandig te kunnen.

Toetsing van schrijven via directe meting

Bij het toetsen van schrijven via directe meting hangt de score op een schrijftaak niet alleen af van de schrijfvaardigheid van de leerling, maar ook van zaken als het onderwerp van de schrijfopdracht, de aspecten die beoordeeld worden (bijv. inhoud of taalgebruik), het tekstgenre en de scoringsprocedure (een globaal oordeel over de hele tekst of een analytisch oordeel). Om verschillen tussen leerlingen zo veel mogelijk te ondervangen en de betrouwbaarheid te vergroten, moeten leerlingen per genre (informatief, betogend/beschouwend, instructief, expressief) meerdere teksten schrijven.

Zoals al is aangegeven bij de minimale kwaliteitseisen, omvat directe toetsing van schrijven minimaal 2 tekstvormen uit 3 schrijftaken, waaronder in ieder geval informatieve en betogende/beschouwende teksten. Het betreft dus minimaal 6 schrijf-opdrachten. Het onderwerp waarover en/of de communicatieve context waarbinnen de leerlingen moeten schrijven, voldoen aan wat in de algemene omschrijving (RKP) is beschreven.

Beoordeeld worden dezelfde aspecten die zijn beschreven bij toetsing via indirecte meting.

Regeling
Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO Bonaire
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-08-2025
BWB-id
BWBR0050775
Versie
2025-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl