wetzoeker

4.8.1 — Domein mondelinge taalvaardigheid Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO Bonaire

Domein mondelinge taalvaardigheid

Mondelinge communicatieve vaardigheden ontwikkelen zich thuis al, in de voorschoolse periode. Het zijn basisvaardigheden waarop de ontwikkeling van schoolse taalvaardigheid (o.m. lezen en schrijven) en inzicht in het taalsysteem is gebaseerd.

Luister-, gespreks- en spreekvaardigheid zijn nauw met elkaar verbonden en worden in de praktijk vaak geïntegreerd en gelijktijdig gerealiseerd. Echter, ten behoeve van de overzichtelijkheid worden zij binnen het domein mondelinge taalvaardigheid in het RKP als drie subdomeinen onderscheiden. Bij gesprekken voeren staat interactie centraal: situaties waarin leerlingen met een of meer gesprekspartner(s) direct communiceren en afwisselend de rol van spreker en luisteraar vervullen. Bij luisteren en spreken is sprake van een éénrichtingssituatie, met geen of beperkte mogelijkheid tot directe interactie: leerlingen zijn of luisteraar of spreker. Uiteraard zijn in de praktijk de grenzen niet zo scherp: na een mondelinge presentatie krijgen luisteraars vaak gelegenheid tot het stellen van vragen, die de spreker dan weer moet kunnen begrijpen (in de rol van luisteraar) alvorens ze te beantwoorden (in de rol van spreker).

Hieronder worden voor de subdomeinen spreken en gesprekken voeren de kwaliteitseisen beschreven, voor zowel directe als indirecte toetsing. Voor het subdomein luistervaardigheid wordt indirecte meting niet beschreven, omdat dit domein uitsluitend direct kan worden getoetst.

Kwaliteitseisen voor toetsing van mondelinge taalvaardigheid via indirecte meting

Subdomein gesprekken

1. De leerlingen beluisteren verschillende vormen van gesprekken van anderen, zoals beschreven op niveau 1F van het RKP: minimaal 2 taken uit de volgende 3 taken:

a. informatieve gesprekken;

b. betogende gesprekken;

c. menings- en besluitvormende gesprekken.

2. De leerlingen beoordelen gesprekken van anderen op minimaal de kenmerken a tot en met e van de taakuitvoering en eventueel op kenmerk f (RKP):

a. afstemming op doel;

b. afstemming op gesprekspartner(s);

c. beurten nemen en bijdragen aan samenhang;

d. woordgebruik;

e. non-verbale communicatie;

f. (spreektechniek en zinsbouw).

8 Het kenmerk van de taakuitvoering ‘gespreks-/spreekstrategie en inhoud bepalen’ (RKP) is niet geschikt als beoordelingspunt bij indirecte meting. Daarbij beoordelen leerlingen (aan de hand van vragen) gesprekken en spreektaken van anderen. Het is de vraag of en hoe zij kunnen beoordelen of de leerlingen (in de opname) de juiste inhouden hebben geselecteerd en gespreks- en spreekstrategieën correct inzetten. Ook legt de formulering in het RKP (‘nagenoeg zelfstandig’ en ‘leert’ bij 1F en ‘zo nodig met hulp’ bij 2F) beperkingen op.

3. In de formulering van de opgaven wordt gebruik gemaakt van relevante begrippen uit de Begrippenlijst (1F) van het RKP en wel met name uit de categorieën Taal en communicatie, Teksten, Betekenis en Klanken.

Subdomein spreken

1. De leerlingen beluisteren en maken opdrachten bij minimaal 2 taken uit de 4 taken zoals beschreven op niveau 1F van het RKP:

a. informatieve teksten;

b. betogende en beschouwende teksten;

c. instructieve teksten;

d. expressieve teksten.

2. De leerlingen beoordelen de spreektaken op minimaal de kenmerken a tot en met f van de taakuitvoering en eventueel op kenmerk g (RKP):

a. samenhang;

b. afstemming op doel;

c. afstemming op publiek;

d. woordgebruik;

e. non-verbale communicatie;

f. visuele ondersteuning;

g. (spreektechniek en zinsbouw).

3. In de formulering van de opgaven wordt gebruik gemaakt van relevante begrippen uit de Begrippenlijst (1F) van het RKP en wel met name uit de categorieën Taal en communicatie, Teksten, Betekenis en Klanken.

Kwaliteitseisen voor toetsing van mondelinge taalvaardigheid via directe meting

Subdomein gesprekken

1. De leerlingen nemen deel aan minimaal 2 gesprekstaken uit de 3 hieronder genoemde taken, zoals beschreven op niveau 1F van het RKP:

a. informatieve gesprekken;

b. betogende gesprekken;

c. menings- en besluitvormende gesprekken.

2. De gesprekken waaraan de leerlingen deelnemen, worden (naast de mate waarin zij inhoudelijk voldoen aan de opdracht)

9 Zie voor nadere toelichting hierop de beschrijving van de toetsinhouden in paragraaf 4.9.1.

beoordeeld op minimaal de kenmerken a tot en met f van de taakuitvoering en eventueel op kenmerk g (RKP):

a. gespreksstrategie en inhoud bepalen;

b. afstemming op doel;

c. afstemming op gesprekspartner(s);

d. beurten nemen en bijdragen aan samenhang;

e. woordgebruik;

f. non-verbale communicatie;

g. (spreektechniek en zinsbouw).

3. In de formulering van de opdracht wordt gebruik gemaakt van relevante begrippen uit de Begrippenlijst (1F) van het RKP en wel met name uit de categorieën Taal en communicatie, Teksten, Betekenis en Klanken.

Subdomein luisteren

1. De leerlingen luisteren naar en maken opgaven bij minimaal 1 tekstsoort uit 3 van de 4 hieronder genoemde luistertaken, zoals die zijn beschreven op niveau 1F van het RKP:

a. informatieve teksten;

b. betogende en beschouwende teksten;

c. instructieve teksten;

d. expressieve teksten.

2. De teksten voldoen aan de algemene omschrijving (inhoud en context) en aan de tekstkenmerken op het gebied van structuur, informatiedichtheid, stijl (zinsbouw en woordgebruik), tekstlengte, relatie tussen gesproken tekst en beeld, tempo, accent en articulatie, zoals beschreven in het RKP.

3. De teksten betreffen videofragmenten en daarnaast audiofragmenten.

4. Leerlingen maken opdrachten bij aspecten van de taakuitvoering, waarbij een evenwichtige verdeling wordt nagestreefd. Getoetst worden de kenmerken van de taakuitvoering a tot en met c en eventueel het kenmerk d (RKP).

a. begrijpen en interpreteren;

b. woordenschat en -strategieën;

c. samenvatten;

d. (evalueren).

5. In de formulering van de opgaven wordt gebruik gemaakt van relevante begrippen uit de Begrippenlijst (1F) van het RKP en wel met name uit de categorieën Taal en communicatie, Teksten, Literatuur, Betekenis en (Taal)leerproces.

Subdomein spreken

1. De leerlingen voeren minimaal 2 taken uit van de 4 spreektaken zoals beschreven op niveau 1F in het RKP:

a. informatieve teksten;

b. betogende en beschouwende teksten;

c. instructieve teksten;

d. expressieve teksten.

2. De spreektaken van leerlingen worden (naast inhoudelijk voldoen aan de opdracht) beoordeeld op minimaal de kenmerken a tot en met g van de taakuitvoering en eventueel op kenmerk h (RKP):

a. spreekstrategie en inhoud bepalen;

b. samenhang;

c. afstemming op doel;

d. afstemming op publiek;

e. woordgebruik;

f. non-verbale communicatie;

g. visuele ondersteuning (indien van toepassing);

h. (spreektechniek en zinsbouw).

3. In de formulering van de opdracht wordt gebruik gemaakt van relevante begrippen uit de Begrippenlijst (1F) van het RKP en wel met name uit de categorieën Taal en communicatie, Teksten, Betekenis en Klanken.

Regeling
Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO Bonaire
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-08-2025
BWB-id
BWBR0050775
Versie
2025-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl