4.5.1 — Domein lezen Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO Bonaire
Domein lezen
Lezen is achterhalen, begrijpen en interpreteren van de informatie die expliciet of impliciet in een geschreven tekst gegeven is. Betekenis ontstaat door continue interactie tussen de lezer (en diens achtergrondkennis, competenties en motivatie) en de tekst (en de bedoeling, opbouw en moeilijkheidsgraad ervan). Lezen is dus een actief proces dat lezers op verschillende manieren kan sturen (leesstrategieën) en dat zij in allerlei situaties kan inzetten: bijvoorbeeld om zich te informeren, om instructies op te volgen, om zich te vermaken, om een studietekst te onthouden of om iets op te zoeken. In alle vormen van lezen construeren lezers een voorstelling van de tekst. In deze tekstrepresentatie leggen ze zowel relaties tussen tekstdelen binnen de tekst (tekstgestuurde verwerking) als relaties met hun eigen (algemene of onderwerp specifieke) kennis en tekstkennis (kennisgestuurde verwerking).
Tot het domein Lezen behoren de volgende subdomeinen:
1. Zakelijke teksten:
• informatieve teksten, waarbij de auteur vooral feitelijke informatie geeft;
• betogende en beschouwende teksten, waarbij de auteur niet alleen feitelijke informatie, maar ook diens mening en opvattingen geeft of waarbij verschillende meningen tegen elkaar worden afgewogen, opdat de lezer uiteindelijk een eigen mening vormt;
• instructieve teksten, waarin de lezer wordt uitgelegd hoe een bepaalde handeling te verrichten.
2. Fictionele teksten (waaronder narratieve en literaire): teksten die niet gaan over werkelijk gebeurde zaken en dienen ter ontspanning van de lezer (lezen als vrijetijdsbesteding).
Subdomein Zakelijke teksten
1. De leerlingen lezen verschillende teksten en maken daarbij opdrachten die betrekking hebben op de verschillende hoofd- en deelaspecten van lezen. Hierbij zijn de beschrijvingen op niveau 1F in het RKP leidend. Leerlingen lezen en maken opdrachten bij minimaal 2 van de 3 hieronder genoemde leestaken:
a. informatieve teksten;
b. betogende en beschouwende teksten;
c. instructieve teksten.
2. De teksten in de doorstroomtoets po Bonaire voldoen aan de algemene omschrijving (inhoud en context) en aan de tekstkenmerken op het gebied van structuur, informatiedichtheid, stijl (zinsbouw en woordgebruik) en functie beeldmateriaal, zoals beschreven in het RKP.
3. In de doorstroomtoets po Bonaire moeten minimaal de kenmerken a tot en met f van de taakuitvoering worden getoetst. Leerlingen maken opdrachten bij de aspecten van de taakuitvoering, waarbij een evenwichtige verdeling tussen de verschillende aspecten wordt nagestreefd:
a. leesdoel bepalen;
b. begrijpen en interpreteren;
c. woordenschat en strategieën;
d. samenvatten;
e. opzoeken;
f. evalueren.
6 Er is geen voorbehoud gemaakt t.a.v. het aspect ‘evalueren’. In (vooral de digitale) wereld is er een overvloed aan informatie en jongeren zoeken in toenemende mate online naar nieuws of informatie. Het is daarom cruciaal dat ze ook over hogere-orde-leesvaardigheden beschikken: de inhoud en vorm van een tekst evalueren, conflicterende informatie herkennen, afwegen wat betrouwbare informatie is en wat niet en zo de informatie op waarde schatten (zie ook: Gubbels (2020). Moeite met evalueren en reflecteren: wat betekent dat? Didactiek Nederlands – Handboek).
4. Qua inhoud, structuur, lay-out en stijl zijn de teksten die de leerlingen lezen divers. De teksten zijn in hun oorsprong zoveel mogelijk authentiek; dat neemt niet weg dat aanpassingen mogelijk of noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld ten behoeve van betere aansluiting bij het niveau of ten behoeve van mogelijke opgaven.
5. Zowel de teksten als de vragen en opdrachten zijn in het Papiamentu gesteld.
6. In de formulering van de opgaven wordt gebruik gemaakt van relevante begrippen uit de Begrippenlijst (1F) van het RKP en wel met name uit de categorieën Taal en communicatie, Teksten, Literatuur, Betekenis en (Taal)leerproces.
Subdomein Fictionele teksten
1. De leerlingen lezen minimaal één fictionele tekst en maken daarbij opdrachten. Hierbij zijn de beschrijvingen op niveau 1F in het RKP leidend. Leerlingen lezen en maken opdrachten bij minimaal 1 van de 2 hieronder genoemde leestaken:
a. verhalende teksten;
b. poëzie.
2. De teksten in de doorstroomtoets po Bonaire voldoen aan de algemene omschrijving en de tekstkenmerken op het gebied van structuur, stijl en functie beeldmateriaal, zoals beschreven in het RKP.
3. In de doorstroomtoets po Bonaire moeten minimaal de kenmerken a, b en c van de taakuitvoering worden getoetst. Leerlingen maken opdrachten bij de aspecten van de taakuitvoering, waarbij een evenwichtige verdeling tussen de verschillende aspecten wordt nagestreefd:
7 Bij het subdomein fictionele teksten is het aspect ‘evalueren’ niet opgenomen, aangezien de uitwerking hiervan in het RKP twee subjectieve kenmerken van de taakuitvoering betreft, waarbij de doorstroomtoets niet geschikt is voor het meten van de beheersing: leeservaringen uitwisselen met medeleerlingen en persoonlijke voorkeuren voor onderwerpen, genres, schrijvers beschrijven.
a. begrijpen en interpreteren: kenmerken van fictie;
b. begrijpen en interpreteren: tekstsoorten;
c. begrijpen en interpreteren: relatie tekst – werkelijkheid.
4. Zowel de teksten als de vragen en opdrachten zijn in het Papiamentu gesteld.
5. In de formulering van de opgaven wordt gebruik gemaakt van relevante begrippen uit de Begrippenlijst (1F) van het RKP en wel met name uit de categorieën Taal en communicatie, Teksten, Literatuur, Betekenis en (Taal)leerproces.
- Regeling
- Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO Bonaire
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 01-08-2025
- BWB-id
- BWBR0050775
- Versie
- 2025-08-01_0