wetzoeker

Artikel 2 Regeling taakuitoefening en bevoegdheden BBT

Taakuitoefening en bevoegdheden

1 Uitsluitend een (maatschappelijk) intermediair of een bestuursorgaan kan een casus aandragen bij de belangenbehartiger.

2 De belangenbehartiger neemt de aangedragen casus in ontvangst en geeft hier gevolg aan op een van de volgende wijzen:

a. hij stelt een onderzoek in;

b. hij verwijst de casus door naar de inspecteur, de ontvanger of de Dienst Toeslagen;

c. hij wijst de aandrager van de casus op een behandelmogelijkheid bij een maatschappelijk partner, de Nationale ombudsman of de inspectie belastingen, toeslagen en douane;

d. hij doet een mededeling aan de aandrager van de casus dat deze niet wordt onderzocht noch wordt doorverwezen.

3 De belangenbehartiger onderzoekt uitsluitend een individuele casus wanneer de inspecteur, de ontvanger of de Dienst Toeslagen bevoegd is daarover te beslissen.

4 De belangenbehartiger is niet bevoegd om besluiten van de inspecteur, de ontvanger of de Dienst Toeslagen aan te passen en houdt rekening met de bestaande rechtsmiddelen en de oplossingsmogelijkheden binnen de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen.

Regeling
Regeling taakuitoefening en bevoegdheden BBT
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-02-2025
BWB-id
BWBR0050766
Versie
2025-02-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl