wetzoeker

3.7 — Verkoop van alcoholhoudende producten aan passagiers aan boord van riviercruiseschepen voor onmiddellijk gebruik Accijns, beleidsregels accijnswetgeving

Verkoop van alcoholhoudende producten aan passagiers aan boord van riviercruiseschepen voor onmiddellijk gebruik

Exploitanten van riviercruiseschepen stellen hun passagiers in de gelegenheid aan boord van hun schepen accijnsgoederen te verbruiken. Een groot deel van deze schepen komt via binnenwateren vanuit andere lidstaten naar Nederland of gaat vanuit Nederland naar andere lidstaten. Als een schip vanuit een andere lidstaat Nederland binnenkomt, is doorgaans een voorraad accijnsgoederen aan boord. Deze voorraad is bij binnenkomst van het schip in Nederland onmiddellijk beschikbaar voor levering aan de passagiers. Ook komt het voor dat schepen vanuit een lidstaat in Nederland worden bevoorraad. Tot slot hebben schepen die vanuit Nederland naar een andere lidstaat varen bij het verlaten van Nederland doorgaans een voorraad accijnsgoederen aan boord.

Op grond van artikel 2e, eerste lid, en artikel 53a, eerste lid, onderdeel b, van de wet moet bij elke binnenkomst in Nederland over de voorraad accijnsgoederen, waarvan de accijns in een andere lidstaat is voldaan, de accijns op dagaangifte worden voldaan. Ook moet dagaangifte worden gedaan in het geval dat accijnsgoederen, waarvan de accijns in een andere lidstaat is voldaan, vanuit die andere lidstaat in Nederland aan boord van een schip worden gebracht. Als een schip Nederland verlaat, ontstaat voor de nog aanwezige voorraad accijnsgoederen recht op teruggaaf van accijns op grond van artikel 71, eerste lid, onderdeel e, van de wet, als aan de voorwaarden daarvoor is voldaan.

Deze situatie leidt ertoe dat exploitanten van riviercruiseschepen een groot aantal dagaangiften moeten doen en veel verzoeken om teruggaaf kunnen doen. Zonder vereenvoudiging betekent dit voor exploitanten van riviercruises hoge administratieve lasten en voor de douane hoge uitvoeringskosten.

Goedkeuring

Ter vereenvoudiging van de formaliteiten die de exploitant van riviercruiseschepen voor de commerciële levering van alcoholhoudende producten moet verrichten, keur ik het volgende goed.

De inspecteur kan op schriftelijk verzoek en met inachtneming van de hierna vermelde voorwaarden bij vergunning een vereenvoudigde regeling toestaan.

Deze vergunning ziet op de situatie dat een exploitant aan boord van een riviercruiseschip een voorraad alcoholhoudende producten voor directe levering aan boord aan de passagiers aanhoudt in het verkeer via binnenwateren tussen andere lidstaten van de Europese Unie en Nederland. Als exploitant wordt iedere persoon bedoeld die deze voorraad bij binnenkomst in Nederland voor commerciële doeleinden levert of gebruikt in de zin van artikel 2e, eerste lid, van de wet. Exploitanten die niet in Nederland zijn gevestigd maar wel in de Europese Unie kunnen voor de goedkeuring in aanmerking komen voor zover zij in Nederland een vertegenwoordiger hebben aangewezen.

De vergunning wordt verleend aan de exploitant. In geval van buitenlandse exploitanten wordt de vergunning alleen verleend als een dergelijke exploitant ten behoeve van deze vergunning domicilie heeft gekozen op het adres van zijn vertegenwoordiger.

In beginsel wordt de vergunning per schip verleend. Als een exploitant meer schepen heeft, kan echter worden volstaan met één vergunning waarbij de betreffende schepen in een bijlage zijn opgenomen.

Met toepassing van deze goedkeuring is het mogelijk dat een exploitant over de voorraad alcoholhoudende producten die aan boord van het schip Nederland binnenkomt periodiek aangifte doet voor de verschuldigde accijns. De exploitant krijgt hiervoor een uitnodiging. Op het verschuldigde bedrag aan accijns kan de exploitant het in dat tijdvak ontstane recht op teruggaaf in mindering brengen. Als het bedrag inzake het recht op teruggaaf van accijns hoger is dan de in dat tijdvak verschuldigde accijns kan een verzoek om teruggaaf worden gedaan. Het tijdvak waarover de aangifte moet worden gedaan en waarop de teruggaaf betrekking heeft, is, in afwijking van artikel 53a, eerste lid, onderdeel b, van de wet, een kalendermaand.

De exploitant die niet in Nederland is gevestigd, of diens vertegenwoordiger, doet binnen een week na afloop van een kalendermaand een opgave bij de Centrale Unit Accijns. In de opgave wordt de hoeveelheid alcoholhoudende producten opgenomen die aan boord van zijn schip of schepen Nederland zijn binnengekomen, alsmede de hoeveelheid alcoholhoudende producten, waarvoor recht op teruggaaf is ontstaan. Voor de te verrekenen accijns ontvangt deze exploitant een naheffingsaanslag of een teruggaafbeschikking. De opgave bevat dezelfde gegevens als die van het formulier tot het doen van een weekaangifte.

Voor de voorraad alcoholhoudende producten, die bij binnenkomst in Nederland aan boord is, kan de e-VAD als bedoeld in artikel 6 van het besluit achterwege blijven. Voor een dergelijke overbrenging hoeft geen e-VAD aanwezig te zijn.

De exploitant moet voor de voorraad alcoholhoudende producten, die het schip gemiddeld commercieel voorhanden gaat houden in Nederland, zekerheid stellen.

In de vergunning wordt vermeld wat ten minste in de administratie moet worden opgenomen en op welke wijze de exploitant medewerking moet verlenen aan controles die ambtenaren aan boord kunnen uitvoeren.

Tabaksproducten vallen buiten deze goedkeuring. Tabaksproducten die in Nederland worden geleverd, moeten zijn voorzien van Nederlandse accijnszegels en gezondheidswaarschuwingen.

Administratie

De exploitant of, indien deze niet in Nederland is gevestigd, zijn vertegenwoordiger, moet een administratie bijhouden.

Deze administratie moet zodanig zijn ingericht dat op eenvoudige wijze per schip is vast te stellen hoeveel alcoholhoudende producten, onderscheiden naar soort:

– bij binnenkomst van het schip in Nederland aan boord in voorraad waren;

– tijdens het verblijf in Nederland zijn gekocht en aan boord zijn afgeleverd;

– tijdens het verblijf in Nederland aan boord zijn verbruikt;

– bij het verlaten van het schip van Nederland aan boord in voorraad waren.

Tevens moet op eenvoudige wijze kunnen worden vastgesteld:

– op welke wijze het verschuldigde bedrag aan accijns per kalendermaand per schip is berekend;

– op welke wijze het terug te vragen bedrag aan accijns per kalendermaand per schip is berekend.

Overige verplichtingen

De exploitant moet binnen een week na afloop van de kalendermaand aangifte doen of, indien de exploitant niet in Nederland is gevestigd, een opgave doen. Indien de exploitant zich niet aan de voorwaarden van de administratie houdt of niet tijdig de aangifte of de opgave doet, wordt de vergunning ingetrokken.

Regeling
Accijns, beleidsregels accijnswetgeving
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
30-01-2025
BWB-id
BWBR0050718
Versie
2025-01-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl