wetzoeker

3.6 — Onderbreken vervoer onder schorsing. Overlading en tijdelijke opslag buiten een AGP Accijns, beleidsregels accijnswetgeving

Onderbreken vervoer onder schorsing. Overlading en tijdelijke opslag buiten een AGP

Vanuit logistiek oogpunt is het vaak wenselijk dat accijnsgoederen tijdens de overbrenging onder een accijnsschorsingsregeling worden overgeladen in een ander vervoermiddel. Indien directe overlading in het opvolgende vervoermiddel niet mogelijk is, bestaat de behoefte bij bedrijven (hierna: logistieke dienstverleners) om de accijnsgoederen, in afwachting van het opvolgende vervoermiddel, tijdelijk op te slaan buiten een AGP (hierna: tijdelijke opslag. Dit moet niet worden verward met het begrip ‘tijdelijke opslag’ uit de douanewetgeving). De logistieke dienstverlener is niet de afzender of de geadresseerde van de accijnsgoederen, maar fungeert alleen als dienstverlener in de vervoersketen. De oorspronkelijke e-AD's blijven gewoon in stand.

De mogelijkheid voor overlading is niet expliciet in de wetgeving opgenomen. Uit de toelichting op het e-AD (Tabel 1, punt 16f, van de Gedelegeerde Verordening) blijkt echter dat overlading mogelijk is bij vervoer van accijnsgoederen onder schorsing van accijns.

De wetgeving voorziet niet in tijdelijke opslag. Opslag onder schorsing van accijns moet plaatsvinden in een AGP. De logistieke dienstverlener beschikt vaak niet over een vergunning voor een AGP.

Goedkeuring

Indien accijnsgoederen die worden overgebracht onder een accijnsschorsingsregeling met het oog op de overlading in een opvolgend vervoermiddel gedurende een korte tijd worden opgeslagen, kan deze tijdelijke opslag plaatsvinden buiten een AGP. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

a. de tijdelijke opslag bij overlading vindt plaats bij een logistieke dienstverlener in Nederland;

b. het opvolgende vervoer moet dan al bekend zijn, dat wil zeggen de aard (vrachtwagen, binnenschip e.d) en indien mogelijk de identiteit (kenteken vrachtauto, naam van het binnenschip e.d.) van het opvolgende vervoer;

c. het aan de tijdelijke opslag voorafgaande vervoer en het opvolgende vervoer geschieden onder dekking van hetzelfde e-AD;

d. de logistieke dienstverlener meldt aan de Douane de volgende gegevens: de ARC die aan het e-AD is toegekend, de overlading en de gegevens van het opvolgende vervoer en van de tijdelijke opslag (naam logistieke dienstverlener, adres van de tijdelijke opslag, aanvang van de tijdelijke opslag). Deze melding moet geschieden uiterlijk bij de aanvang van de tijdelijke opslag. Als bij de aanvang van de tijdelijke opslag de identiteit van het opvolgende vervoer nog niet bekend is, kan deze later worden gemeld, maar uiterlijk bij de beëindiging van de tijdelijke opslag. Naar aanleiding van de meldingen maakt de Douane een zogenoemd ‘verslag van een bijzonder voorval’ en legt dit vast in EMCS. De Douane op de plaats van bestemming weet dan dat terecht een ander vervoermiddel is gebruikt;

e. de tijdelijke opslag vindt plaats binnen de vervoerstermijn die de verzender in het e-AD heeft opgegeven. Zoals blijkt uit de toelichting op het e-AD (Tabel 1, punt 1b, van de Gedelegeerde Verordening) gaat het daarbij om de normale duur van de reis, rekening houdende met het vervoermiddel en de afstand.

Ter toelichting op de onder d genoemde voorwaarde: de Douane legt het bijzonder voorval vast in EMCS. Bij een eventuele controle na de tijdelijke opslag kan bij het raadplegen van EMCS geconstateerd worden dat de Douane op de hoogte was van de tijdelijke opslag. Tevens kan worden nagegaan wat de gegevens zijn met betrekking tot het opvolgende vervoer (bijvoorbeeld de identiteit van het vervoermiddel) en de tijdelijke opslag.

Indien niet aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan, is sprake van een onregelmatigheid tijdens het overbrengen van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling als bedoeld in artikel 2c, eerste lid, van de wet. Deze onregelmatigheid resulteert in uitslag tot verbruik van deze accijnsgoederen op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de wet (onregelmatig onttrekken van accijnsgoederen aan een accijnsschorsingsregeling).

Regeling
Accijns, beleidsregels accijnswetgeving
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
30-01-2025
BWB-id
BWBR0050718
Versie
2025-01-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl