Bijlage II — behorende bij artikel 4 van de Beleidsregel boeteoplegging Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie 2025 (deel 1) Beleidsregel boeteoplegging Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie 2025
behorende bij artikel 4 van de Beleidsregel boeteoplegging Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie 2025
Matigingskader bestuurlijke boete Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie.
De sancties die worden opgelegd op grond van deze beleidsregel dienen doeltreffend, afschrikkend en evenredig te zijn.
Voor het vaststellen van de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete dient in beginsel te worden gehandeld overeenkomstig deze beleidsregel. In elk geval dient het in artikel 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) neergelegde evenredigheidsbeginsel in acht te worden genomen. Dit betekent dat de aan de hand van de boetenormbedragen vastgestelde hoogte van de bestuurlijke boete, gelet op alle omstandigheden van het geval, in evenredige verhouding dient te staan tot de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij wordt gelet op eventuele bijzondere omstandigheden die aanleiding kunnen vormen tot het verlagen of het verhogen van de boete, een en ander in het licht van het door de wetgever beoogde doel. Wanneer het toepassen van het volledige boetenormbedrag niet evenredig is, is matiging van dit bedrag passend en geboden. Ook dient de hoogte van de bestuurlijke boete in evenredige verhouding te staan tot de hoogte van andere bestuurlijke boetes die in het kader van deze beleidsregel opgelegd kunnen worden.
Een boete die wordt gematigd met toepassing van artikel 4 van deze beleidsregel, kan worden verlaagd met 5%, 25%, 50% of 75%. Artikel 4 wordt niet gebruikt voor situaties waarbij de overtreder een beroep doet op een verminderde draagkracht, waardoor de boete een overtreder (mogelijk) in financiële problemen brengt. Een al dan niet op basis van dit artikel gematigde boete kan verder gematigd worden op grond van overkoepelend beleid bij alle arbeidswetgeving, dat voorziet in langlopende betalingsregelingen en eventueel nadere matiging. Dit beleid is gepubliceerd op de website van de Nederlandse Arbeidsinspectie: https://www.nlarbeidsinspectie.nl/nederlandse-arbeidsinspectie/sancties-en-handhavingsmethoden.
Matiging indien er sprake is van verminderde verwijtbaarheid
De matigingspercentages opgenomen in het volgende kader kunnen worden toegepast indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid, bij een overtreding die minder ernstig van aard is, of bij anderszins verzachtende omstandigheden. Daarbij geldt dat het percentage groeit naarmate de verwijtbaarheid afneemt of de overtreding als minder ernstig wordt beschouwd. Een percentage van bijvoorbeeld 25% wil dus zeggen dat 75% van de oorspronkelijke boetehoogte resteert. Indien meerdere matigingsgronden van toepassing zijn, kunnen deze bij elkaar worden opgeteld tot een maximum van 75%. Matigingsgronden worden dus niet afzonderlijk toegepast, maar in onderlinge samenhang beschouwd.
De overtreder dient te motiveren waarom in zijn geval sprake is van minder of geen verwijtbaarheid, mede gelet op de specifieke omstandigheden waaronder de overtreding is begaan. Uitgangspunt hierbij is dat een (gematigde) boete reeds kan worden opgelegd als een overtreding al in enige mate aan de overtreder kan worden toegerekend. Alleen als een overtreding volledig niet-verwijtbaar is, wordt geen bestuurlijke boete opgelegd. Overigens worden bestuurlijke boetes die gematigd worden met 100%, zogenaamde beschikkingen zonder boete, niet opgelegd op grond van deze beleidsregel.
Indien een overtreding een overtreder geheel niet te verwijten valt, wordt op grond van artikel 5:41 Awb geen bestuurlijke boete opgelegd.
Verhoogde verwijtbaarheid
Er is sprake van verhoogde verwijtbaarheid wanneer de mate van verwijtbaarheid hoger ligt dan de normale verwijtbaarheid. Hierbij gaat het dan om ernstige nalatigheid, ernstige onzorgvuldigheid of ernstige onachtzaamheid met als gevolg dat de WagwEU door de dienstverrichter niet of niet behoorlijk is nageleefd.
Hier kan ook sprake van zijn wanneer er omstandigheden zijn die elk op zich normale verwijtbaarheid opleveren, maar in onderlinge samenhang bezien wel leiden tot verhoogde verwijtbaarheid. Omstandigheden die van belang kunnen zijn bij de beoordeling van de mate van verwijtbaarheid zijn of er eerdere interventies zijn geweest, bijvoorbeeld zoals opgenomen in artikel 2 en 3 van deze beleidsregel, of omstandigheden waarbij geen enkele maatregel is getroffen of inspanning is verricht om overtreding van de WagwEU te voorkomen.
Percentage | Omschrijving
5% | Te lange periode tussen boeterapport en voornemen van de boete Tussen de dagtekening van het boeterapport en de dagtekening van het voornemen van de boete is een periode van langer dan een halfjaar verstreken. Een matiging van de boete wordt niet toegepast indien bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die de overschrijding van de periode van een halfjaar rechtvaardigen.
5% | Te lange periode tussen laatste ambtshandeling en insturen boeterapport Tussen de laatste ambtshandeling van de inspecteur en de dagtekening van het boeterapport is een periode van langer dan een halfjaar verstreken. Onder ambtshandeling wordt verstaan: elke handeling die een inspecteur in het kader van de uitoefening van die functie en het verrichten van het onderzoek naar de naleving van de voorschriften van de WagwEU heeft verricht, tenzij sprake is van een handeling die redelijkerwijs niet kan bijdragen aan het onderzoek. Een ambtshandeling dient verder te zijn vastgelegd in het boeterapport dan wel te blijken uit de hierbij gevoegde bijlagen (ABRvS 1 februari 2017, ECLI:RVS:2017:265). Een matiging van de boete wordt niet toegepast indien bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die de overschrijding van de periode van een halfjaar rechtvaardigen.
25% | Overtreding artikel 9, maar geen overtreding van artikel 8 Wanneer de dienstverrichter een juiste melding in het meldloket heeft gedaan, maar wel artikel 9, eerste lid, van de wet heeft overtreden, kan hem niet verweten worden dat hij zich aan elk toezicht onttrekt. Immers, door het doorgeven van in artikel 8 van de wet genoemde gegevens is het voor de Arbeidsinspectie mogelijk om de dienstverrichter te lokaliseren en zijn er voldoende aanknopingspunten voor een inspectie.
25% | Overtreding artikel 9, maar geen overtreding van artikel 8 door een zelfstandige Wanneer een zelfstandige een juiste melding in het meldloket heeft gedaan, maar wel artikel 9, tweede lid, van de wet heeft overtreden, dan kan hem niet verweten worden dat hij zich aan elk toezicht onttrekt. Bovendien vertonen de gegevens die de zelfstandige in het kader van artikel 8, zesde lid, van de wet in het meldloket heeft gemeld, overlap met de gegevens die een zelfstandige op grond van artikel 9, tweede lid, van de wet beschikbaar dient te hebben op de werkplek. Indien de zelfstandige die gegevens niet beschikbaar heeft op de werkplek, maar wel eerder in het meldloket heeft gemeld, is een matiging gerechtvaardigd.
25% | Overtreding artikel 9f, eerste lid, maar geen overtreding van artikel 9e Wanneer de dienstverrichter een juiste detacheringsverklaring in IMI heeft gedaan en deze actueel heeft gehouden, maar wel artikel 9f, eerste lid, van de wet heeft overtreden, kan hem niet verweten worden dat hij zich aan elk toezicht onttrekt. Immers, door het doorgeven van de in artikel 9e van de wet genoemde gegevens is het voor de Arbeidsinspectie mogelijk om de dienstverrichter te benaderen via IMI en nadere gegevens over de detachering op te vragen, waaronder de tachograafgegevens en vrachtbrieven.
- Regeling
- Beleidsregel boeteoplegging Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie 2025
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 01-02-2025
- BWB-id
- BWBR0050711
- Versie
- 2025-02-01_0