wetzoeker

Artikel 59 Wet bemanning zeeschepen

De procedure in hoger beroep

1 Het hoger beroep wordt ingesteld bij beroepschrift. Bij het beroepschrift wordt overgelegd een afschrift van de schriftelijke beslissing van het tuchtcollege, waartegen het hoger beroep is gericht.

2 De griffier van het College van Beroep voor het bedrijfsleven zendt binnen een week na ontvangst van het beroepschrift een afschrift daarvan aan de betrokken kapitein of officier, aan Onze Minister en aan de klager, voor zover het hoger beroep niet door hen is ingesteld, alsmede aan het tuchtcollege, en indien het tuchtcollege in zijn uitspraak een schorsing van de vaarbevoegdheid heeft opgelegd, tevens ter registratie aan het Centraal register bemanningsgegevens.

3 Het tuchtcollege zendt binnen drie weken na ontvangst van het afschrift van het beroepschrift alle stukken die op de zaak betrekking hebben aan de griffier van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

4 Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelt de zaak opnieuw in volle omvang. Op de behandeling in hoger beroep zijn de artikelen 49, eerste, tweede en derde lid, 50, 53, en 54 tot en met 57 van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Wet bemanning zeeschepen
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0050681
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl