wetzoeker

Artikel 57 Wet bemanning zeeschepen

De procedure in eerste aanleg

1 De beslissing van het tuchtcollege berust op een deugdelijke motivering. Zij wordt in een openbare zitting uitgesproken. Indien de betrokken kapitein of officier niet ter zitting is verschenen, kan het tuchtcollege bij verstek uitspraak doen.

2 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de verzending van een beslissing van het tuchtcollege.

3 Indien het tuchtcollege in zijn uitspraak een schorsing van de vaarbevoegdheid heeft opgelegd, deelt de secretaris in zijn aangetekende brief aan de betrokken kapitein of officier mede: de datum waarop de schorsing ingaat, de verplichting om zijn vaarbevoegdheidsbewijs vóór die datum in te leveren bij het in artikel 76 genoemde Centraal register bemanningsgegevens, alsmede de gevolgen van het niet tijdig inleveren van het vaarbevoegdheidsbewijs op grond van het vierde lid. De secretaris zendt een afschrift van de schriftelijke beslissing van het tuchtcollege alsmede van de aangetekende brief aan de betrokken kapitein of officier tevens ter registratie aan het Centraal register bemanningsgegevens.

4 Indien de betrokken kapitein of officier zijn vaarbevoegdheidsbewijs niet tijdig bij het Centraal register bemanningsgegevens inlevert, wordt de periode van schorsing van de vaarbevoegdheid van rechtswege verlengd met de termijn die is verstreken tussen de datum waarop de schorsing ingaat en de datum waarop het vaarbevoegdheidsbewijs daadwerkelijk is ingeleverd.

5 Zodra de periode van schorsing is verstreken geeft het Centraal register bemanningsgegevens het vaarbevoegdheidsbewijs terug aan de betrokken kapitein of officier.

Regeling
Wet bemanning zeeschepen
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0050681
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl