wetzoeker

Artikel 37 Wet bemanning zeeschepen

Werk- en leefomstandigheden

1 Onze Minister geeft op aanvraag van de scheepbeheerder een certificaat maritieme arbeid af voor een zeeschip van 500 GT of meer dat internationale reizen maakt, anders dan een vissersvaartuig, indien de door de scheepsbeheerder opgestelde verklaring naleving maritieme arbeid deel II ten minste voldoet aan het bepaalde krachtens artikel 35 of 36 en na onderzoek is gebleken dat het desbetreffende zeeschip voldoet aan de eisen, bedoeld in aanhangsel A5-I van het MLC-verdrag.

2 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze waarop voldaan moet worden aan de eisen van het MLC-verdrag en de wijze waarop dat aan boord wordt bekendgemaakt.

3 Onze Minister kan op verzoek van de scheepsbeheerder een voorlopig certificaat maritieme arbeid afgeven. De artikelen 35 en 36 zijn niet van toepassing op dat verzoek.

4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de eisen voor de verkrijging, geldigheid, verlenging en intrekking van een certificaat maritieme arbeid, een verklaring naleving maritieme arbeid of een voorlopig certificaat maritieme arbeid.

5 Op verzoek van de scheepsbeheerder geeft Onze Minister voor een zeeschip kleiner dan 500 GT, anders dan een vissersvaartuig, overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit artikel een certificaat maritieme arbeid af. De artikelen 35 en 36 zijn van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Wet bemanning zeeschepen
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0050681
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl