wetzoeker

Artikel 16 Wet bemanning zeeschepen

Bepalingen met betrekking tot de kapitein en de officieren

1 De kapitein is tegenover de scheepsbeheerder verplicht te handelen overeenkomstig de hem door de scheepsbeheerder gegeven orders, mits deze orders niet in strijd zijn met de verplichtingen, hem als kapitein door de wet opgelegd.

2 De kapitein stelt de scheepsbeheerder in kennis van alles wat het zeeschip en de zaken aan boord betreft.

3 Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven bij de toepassing van artikel 9, eerste lid, verzoekt de kapitein de scheepsbeheerder gemotiveerd hem voor een bepaald tijdstip de benodigde aanvullende middelen te verschaffen. Een mondeling verzoek wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd.

4 Indien de scheepsbeheerder niet tijdig of geen gevolg geeft aan het verzoek, bedoeld in het derde lid, stelt de kapitein Onze Minister daarvan in kennis.

Regeling
Wet bemanning zeeschepen
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0050681
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl