wetzoeker

3.3.1 — Toepassing gezamenlijke methode onder de verdragen Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, dividendbelasting, bronbelasting. Vermijden van dubbele belasting onder de toepassing van de belastingverdragen en andere regelingen ter vermijding van dubbele belasting

Toepassing gezamenlijke methode onder de verdragen

Onder het Bvdb 2001 vindt verrekening plaats volgens de gezamenlijke methode. Alle dividenden, interest en (innovatiebox)royalty’s uit Mogendheden die als ontwikkelingsland

11 Artikel 6 Bvdb 2001.

kwalificeren en die zijn onderworpen aan in dat jaar geheven (bron)belasting

12 Artikelen 15, eerste lid, 36, eerste lid, en 36a, eerste lid, Bvdb 2001.

worden opgeteld en als één bedrag in aanmerking genomen.

13 In box 3 speelt, vanwege het ontbreken van een 2e limiet, het onderscheid tussen afzonderlijke en gezamenlijke methode geen rol.

Verrekenbaar is de som van de door de verschillende Mogendheden geheven (bron)belasting (1e limiet). De verrekening wordt beperkt tot maximaal het bedrag van de Nederlandse belasting over deze dividenden, interest en royalty’s (2e limiet).

14 Artikelen 15, tweede lid, 36, tweede lid, en 36a, tweede lid, Bvdb 2001.

Voor dividenden geldt nog een 3e limiet. Van de over dividenden geheven buitenlandse belasting kan namelijk geen hoger bedrag in aanmerking worden genomen dan tot 15% van het brutobedrag van die dividenden

15 Artikelen 15, derde lid, en 36, derde lid, Bvdb 2001.

. Het hogere bedrag aan belasting wordt niet verrekend en wordt evenmin voortgewenteld op grond van de artikelen 17 of 37 Bvdb 2001.

Onder de verdragen vindt verrekening per Mogendheid plaats, de afzonderlijke methode. Dividenden, interest en royalty’s worden per Mogendheid in aanmerking genomen (1e limiet). Dit bedrag kan worden verrekend tot maximaal het bedrag van de Nederlandse inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting die over de som van de netto buitenlandse winstbestanddelen, eveneens per Mogendheid afzonderlijk, is geheven (2e limiet).

Ik hecht belang aan uniformiteit in voorkomingssystematiek. Daarom keur ik het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur goed dat ook onder de verdragen de verrekening volgens de gezamenlijke methode plaatsvindt op de wijze zoals hierna vermeld onder ‘Te volgen systematiek’.

Te volgen systematiek

1. De gezamenlijke methode wordt toegepast op de dividenden, interest en royalty’s afkomstig uit alle Mogendheden gezamenlijk, respectievelijk op de innovatieboxroyalty’s afkomstig uit alle Mogendheden gezamenlijk. Dat zijn dus alle ontwikkelingslanden en alle verdragslanden tezamen.

16 Het betreft de Mogendheden waarvoor een verdrag van kracht is alsmede de Mogendheden waarop het Bvdb 2001 toepassing vindt.

Er kan niet voor gedeeltelijke toepassing van de gezamenlijke methode worden geopteerd.

2. Onder de gezamenlijke methode worden voor de berekening van de 2e limiet ook dividenden, interest en royalty’s in aanmerking genomen waarover Mogendheden op grond van een verdrag (bron)belasting mogen heffen, maar zij daarvan op grond van hun nationale recht hebben afgezien. Vindt geen heffing plaats omdat een internationale regeling (zoals Richtlijn 2003/49/EG) de heffingsbevoegdheid van de Mogendheid beperkt, dan worden de dividenden, interest en royalty’s niet voor de 2e limiet in aanmerking genomen. Ter bepaling van de 2e limiet wordt voorts geen rekening gehouden met dividenden, interest en royalty’s afkomstig uit Mogendheden waarmee in het verdrag een uitsluitende woonstaatheffing is overeengekomen.

3. Een onder een verdrag voor interest of royalty’s overeengekomen ‘tax sparing credit’ kan niet worden verrekend als de aan de inkomsten onderliggende vordering, het onderliggende recht of het onderliggende eigendom tot stand is gekomen, verkregen of overgedragen met als voornaamste doel het voordeel te verkrijgen of te vergroten van de gezamenlijke methode. In dat geval kan de extra verrekeningsruimte (het verschil tussen de geheven (bron)belasting en de 2e limiet) die de gezamenlijke methode biedt slechts worden benut voor de verrekening van de daadwerkelijk geheven (bron)belasting.

4. Voor zover dividenden, interest of royalty’s in Nederland op grond van een verdrag al zijn vrijgesteld van belasting, vindt niet ook verrekening van buitenlandse (bron)belasting plaats.

17 Zie ook HR 8 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AB2825.

Gedacht kan worden aan uit een land ontvangen dividenden, interest of royalty’s die tevens deel uitmaken van de winst van een buitenlandse vaste inrichting in een ander land. Zowel de op deze dividenden, interest of royalty’s ingehouden buitenlandse bronbelasting, als de inkomsten zelf worden niet in aanmerking genomen bij de toepassing van de gezamenlijke methode.

Het toepassen van de gezamenlijke methode is voor een belastingplichtige meestal voordeliger dan de afzonderlijke methode. Daarom wordt deze methode bij het vaststellen van de aanslag standaard gebruikt, ook als een verdrag van toepassing is. Mocht een belastingplichtige de afzonderlijke methode willen gebruiken, dan kan hij dit kenbaar maken aan de inspecteur. Deze keuze kan per jaar worden gemaakt zolang de aanslag nog niet onherroepelijk vaststaat. Een keuze voor het toepassen van de afzonderlijke methode blijft zonder gevolgen voor de overige in dit besluit vermelde tegemoetkomingen.

Regeling
Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, dividendbelasting, bronbelasting. Vermijden van dubbele belasting onder de toepassing van de belastingverdragen en andere regelingen ter vermijding van dubbele belasting
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0050635
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl