wetzoeker

5.2 — Onbedoelde tenaamstelling Kaderbesluit bpm

Onbedoelde tenaamstelling

In de praktijk kan per abuis een eerste tenaamstelling op de verkeerde persoon plaatsvinden. Door een fout of onachtzaamheid wordt de bestelauto gesteld op naam van een persoon die niet als ondernemer is aan te merken. Door deze onbedoelde eerste tenaamstelling kan geen aanspraak meer worden gemaakt op de ondernemersvrijstelling. Ik vind het onwenselijk dat om deze reden een bestelauto die is bedoeld om te worden gebruikt in het kader van de onderneming, wordt uitgesloten van de vrijstelling.

Goedkeuring

Daarom keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed dat vrijstelling wordt verleend als bij eerste tenaamstelling een bestelauto abusievelijk niet op naam is gesteld van een ondernemer. Ik stel hierbij de volgende voorwaarden.

– De kennelijke onbedoeldheid van de tenaamstelling is, of wordt zo spoedig mogelijk hersteld. Dit betekent dat het kenteken van de bestelauto zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen één kalendermaand, op naam wordt gesteld van de ondernemer voor wie de auto is bestemd. Vindt het herstel buiten deze termijn plaats, dan beoordeelt de inspecteur of toepassing van de ondernemersvrijstelling nog mogelijk is.

– De eerste, onbedoelde, kentekenhouder en de ondernemer op wiens naam het kenteken vervolgens is gesteld ondertekenen een verklaring. Daarin verklaart de eerste kentekenhouder dat het kenteken per abuis op zijn naam gesteld is geweest. De tweede kentekenhouder verklaart dat hij zich zal houden aan de voorwaarden voor de ondernemersvrijstelling.

Regeling
Kaderbesluit bpm
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0050597
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl