wetzoeker

3.4 — Toepassing variabelen die zijn opgenomen in de koerslijst Kaderbesluit bpm

Toepassing variabelen die zijn opgenomen in de koerslijst

Wanneer in een in de handel algemeen toegepaste koerslijst een kenmerk of eigenschap zoals bijvoorbeeld ‘ex-rental’ als variabele is opgenomen, moet ervan worden uitgegaan dat het in de handel voor de waardebepaling van een motorrijtuig binnen die koerslijst verschil maakt of het desbetreffende motorrijtuig als ‘rental’ is gebruikt of niet. Daaruit volgt dat bij toepassing van die koerslijst de aan deze variabele te verbinden waardevermindering alleen kan worden toegepast op motorrijtuigen die een ‘ex-rental’ zijn (HR 8 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:331, r.o. 2.3.2).

Is een dergelijk kenmerk of eigenschap niet als variabele opgenomen in de toegepaste koerslijst, dan is het binnen de afschrijvingsmethode koerslijst in beginsel niet mogelijk om hier rekening mee te houden. Er moet immers van worden uitgegaan dat de variabelen die de betreffende koerslijst in aanmerking neemt, een samenhangend geheel vormen (HR 8 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:331, r.o. 2.3.3).

Onder omstandigheden is met een beroep op artikel 110 VWEU een uitzondering op de hierboven geformuleerde hoofdregel mogelijk. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 2 februari 2024 één specifieke situatie benoemd, die ziet op een naheffingsaanslag van een motorrijtuig met een schadeverleden. Er moet namelijk rekening worden gehouden met een aanvullende waardevermindering als belanghebbende aannemelijk kan maken dat het geheven bedrag aan bpm hoger is voor het in te schrijven motorrijtuig dan het restbedrag aan bpm dat is vervat in de handelswaarde van een of meer gelijksoortige, gebruikte motorrijtuigen die al in het binnenland zijn geregistreerd. Daartoe moet de belastingplichtige de werkelijke handelswaarde van het in te schrijven motorrijtuig aantonen. Om dat te staven moet de belastingplichtige op basis van deskundigenonderzoek aantonen dat er ten tijde van de registratie een gelijksoortig, gebruikt motorrijtuig met een vergelijkbaar schadeverleden in Nederland was geregistreerd en wat de waardeverminderende invloed van dat schadeverleden op de handelsinkoopwaarde werkelijk is geweest ten opzichte van een gelijksoortige, gebruikte motorrijtuigen die toentertijd in Nederland waren geregistreerd en niet een dergelijk schadeverleden kenden. Een verwijzing naar een algemeen bekend feit en/of een schatting in goede justitie is niet voldoende (HR 2 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:147, r.o. 3.6.2).

Regeling
Kaderbesluit bpm
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0050597
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl