Bijlage 1 — Beoordelingskader subsidieaanvraag behorende bij artikel 1.10 Subsidieregeling Techkwadraat 2025–2028
Beoordelingskader subsidieaanvraag behorende bij artikel 1.10
Criterium | Deelaspecten | Minimale vereisten
1. Een activiteitenplan inclusief regiovisie dat toeziet op dekkend, toekomstbestendig en kwalitatief hoogstaand technologieonderwijs in de regio. | A. De regiovisie bevat een regionale analyse en heeft aandacht voor binnen de regio belangrijke thema’s. | 1. In de regiovisie is een onderbouwde keuze gemaakt voor de samenstelling van de regio waarbij zoveel mogelijk aangesloten is bij de bestaande infrastructuur van een techniekregio of techniekluwe regio (STO), of hiervan gemotiveerd is afgeweken door bijvoorbeeld aan te sluiten bij andere bestaande samenwerkingsverbanden en initiatieven. 2. De regiovisie bevat een overzicht van de relevante partijen in de regio, inclusief hoe gewerkt wordt aan samenhang en samenwerking tussen de verschillende partners. 3. Er wordt inzichtelijk gemaakt welke belangen de partners hebben bij dit plan en hoe de individuele belangen worden vertaald in de gezamenlijke doelstellingen van de Techkwadraatregio. 4. De regiovisie bevat een concrete omschrijving welke bestaande samenwerkingen en activiteiten er zijn en hoe hierop wordt voortgebouwd rond technologieonderwijs in de regio. 5. De regiovisie bevat een concrete omschrijving hoe de tijdelijke impuls op basis van deze subsidieregeling tot structureel effect in de regio leidt en een onderbouwde indicatie hoe de Techkwadraatregio na 2028 wordt voortgezet en hoe de tijdelijke impuls op basis van deze subsidieregeling tot structureel effect in de regio leidt. 6. De regiovisie beschrijft hoe er aandacht zal worden besteed aan de binnen de regio belangrijke thema’s waaronder in ieder geval vijf kompaspunten uit het interventiekompas: regionale samenwerking, beroepsontwikkeling, onderwijsontwikkeling, imago en beeldvorming en lerend vermogen.
B. De regiovisie bevat heldere doelstellingen gericht op dekkend, toekomstbestendig kwalitatief hoogstaand technologieonderwijs in het funderend onderwijs | 1. De regiovisie bevat een SMART omschrijving van de regionale doelstellingen met betrekking tot de dekking, toekomstbestendigheid en kwaliteit van het technologieonderwijs in het primair en voortgezet onderwijs. 2. Een beschrijving van hoe de werkdruk van leraren en schoolleiders zo veel mogelijk wordt verminderd. 3. De regiovisie bevat een SMART omschrijving van de regionale doelstellingen met betrekking tot het betrekken van ondervertegenwoordigde groepen in de techniek. 4. De doelstellingen sluiten aan bij het huidige onderwijsaanbod door bij de invulling hiervan gebruik te maken van het aanbod uit de omgeving (zoals musea, science centers en bibliotheken) en bestaande netwerken, zoals STO-regio’s en regionale VO-HO-netwerken. 5. De doelstellingen sluiten aan bij het door het Nationaal Groeifonds gefinancierde programma Techkwadraat en in het bijzonder bij het door het programmabureau verstrekte interventiekompas. 6. Er wordt een beschrijving gegeven van de mijlpalen die gedurende de subsidieperiode moeten worden bereikt om de doelstellingen te behalen.
C. De aanvraag bevat een activiteitenplan dat aansluit bij de regiovisie en het interventiekompas verspreid door het programmabureau. Het interventiekompas is te vinden in bijlage 2. | 1. Het activiteitenplan bevat concrete, realistische en toekomstbestendige acties om de in de regiovisie geformuleerde doelstellingen te bereiken. 2. Het activiteitenplan is opgebouwd op basis van de vijf kompaspunten zoals benoemd in het door het programmabureau verstrekte interventiekompas. 3. Het activiteitenplan bevat een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. 4. Het activiteitenplan bevat voor elke activiteit waar mogelijk een onderbouwing van het evidence-informed karakter van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de activiteit.
2. Uitvoerbaarheid en haalbaarheid. | A. Het plan bevat een samenwerkingsovereenkomst met daarin de inrichting van een deskundige en duurzame organisatie die zorg draagt voor sturing op een efficiënte inzet en verantwoording van middelen, samenwerking, planning, evaluatie en communicatie. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande structuren. | 1. De samenwerkingsovereenkomst bevat een beschrijving van de manier waarop de samenwerking wordt georganiseerd, en hoe de benodigde expertise op scholen zelf kan worden opgebouwd en kan beklijven. 2. De samenwerkingsovereenkomst bevat een beschrijving van de verdeling van de middelen over de activiteiten. 3. De samenwerkingsovereenkomst bevat een beschrijving van de verantwoordelijkheden van iedere partij en de activiteiten die iedere partij gaat uitvoeren. 4. De samenwerkingsovereenkomst maakt aannemelijk dat de regio gezamenlijk optrekt, van elkaar leert en zo veel mogelijk van elkaars expertise en voorzieningen gebruik maakt, zo ook van bestaande voorzieningen in de regio. 5. De samenwerkingsovereenkomst heeft een open karakter en beschrijft de wijze waarop partijen kunnen toetreden tot de Techkwadraatregio. De overeenkomst is dus flexibel en niet strikt vastomlijnd. De samenwerking kan evolueren naarmate de omstandigheden of behoeften veranderen.
B. Aansluiting bij reeds lopende regionale trajecten. | 1. Het plan bevat een beschrijving van de aansluiting van dit plan op, en zo mogelijk versterking van, eventuele reeds lopende regionale trajecten met overeenkomstige doelen (zoals de regionale VO-HO-netwerken en de Sterk Techniekonderwijs-regio’s), en maakt aannemelijk dat het plan hierop aanvullend is. 2. Indien partijen reeds subsidie ontvangen op basis van de Regeling Sterk Techniekonderwijs of de Regeling Regionaal Investeringsfonds MBO, zijn de regiovisies niet onderling tegenstrijdig en met elkaar verenigbaar.
3. Onderbouwde en sluitende begroting. | A. Het plan bevat een realistisch uitgewerkte meerjarenbegroting van de kosten en baten. | 1. Er is een inzichtelijke en evenwichtige meerjarenbegroting voor de subsidieperiode die voldoet aan artikel 3.5 van de Kaderregeling. Dit betekent dat (1) de begroting per kompaspunt een overzicht behelst van de geraamde kosten en opbrengsten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd; (2) de begrotingsposten ieder afzonderlijk van een toelichting worden voorzien; en (3) de begroting sluitend is. De begroting geeft inzicht in de loonkosten, materiële kosten en overige kosten. 2. De begroting maakt inzichtelijk hoe de middelen door de regio zijn verdeeld over de activiteiten en wat de omvang van de kosten voor de overhead is.
B. Doelstellingen worden op zo efficiënt mogelijke manier bereikt. | 1. Uit de aanvraag blijkt dat de middelen (geld, tijd en menskracht) zo efficiënt mogelijk worden ingezet om maximale resultaten te bereiken. 2. Voor de berekening van de personeelskosten wordt onderscheid gemaakt tussen interne en externe personeelskosten. Voor intern personeel wordt een uurtarief gehanteerd van € 66,– per uur, gebaseerd op de gemiddelde kosten van leraren in het voortgezet onderwijs zoals berekend door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op basis van personeelsbestanden van DUO en op basis van de beloning- en kostencomponenten overeenkomstig de meest recente CAO VO 2024–2025. Voor extern personeel wordt een integraal tarief gehanteerd van maximaal € 135,– per uur inclusief BTW. De inzet van vrijwilligers wordt gewaardeerd op ten hoogste het uurtarief van intern personeel.
C. Het plan toont aan hoe de 20% cofinanciering bereikt wordt aan het einde van de subsidieperiode. | 1. De cofinanciering van minimaal 20% is weergegeven en volgens de kaders van de regeling geregeld. 2. De aanvraag bevat een beschrijving van de beoogde inbreng van de bedrijven (de kosten van bedrijven) en organisaties gekoppeld aan de activiteiten van de Techkwadraatregio dat overeenkomt met de beschrijving van de cofinanciering.
- Regeling
- Subsidieregeling Techkwadraat 2025–2028
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 25-10-2025
- BWB-id
- BWBR0050458
- Versie
- 2025-10-25_0