wetzoeker

Regeling indexering van bedragen in de Algemene wet bestuursrecht, enz.

Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 8 november 2024, nr. 5868220, tot indexering van bedragen in de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit proceskosten bestuursrecht en de Wet griffierechten burgerlijke zaken

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2025
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Justitie en Veiligheid
BWB-id
BWBR0050449
Versie
2025-01-01_0
SHA-256 bron
98f7739927f197e2f6f552034a0c8203208ecb97e1e671c0f9ac7d31fabca31d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI

Artikel I

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel II

Wijzigt het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Artikel III

Wijzigt de Wet griffierechten burgerlijke zaken.

Artikel IV

1 Artikel 4:113 van de Algemene wet bestuursrecht zoals dat artikel luidde vóór 1 januari 2025 blijft van toepassing als de aanmaning betrekking heeft op een voor die datum ontstane betalingsverplichting.

2 Artikel 8:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zoals dat lid luidde vóór 1 januari 2025 blijft van toepassing als het beroepschrift voor die datum is ontvangen. Als de eerste volzin van toepassing is en op of na 1 januari 2025 een ander beroepschrift wordt ontvangen dat gericht is tegen hetzelfde besluit, wordt de eerste volzin ook toegepast op dat andere beroepschrift.

3 Artikel 8:109, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht zoals dat lid luidde vóór 1 januari 2025 blijft van toepassing als het hogerberoepschrift voor die datum is ontvangen. Als de eerste volzin van toepassing is en op of na 1 januari 2025 een ander hogerberoepschrift wordt ontvangen dat gericht is tegen dezelfde uitspraak, wordt de eerste volzin ook toegepast op dat andere hogerberoepschrift.

Artikel V

Het griffierecht in burgerlijke zaken zoals het gold vóór 1 januari 2025 blijft van toepassing:

a. voor de eiser of verzoeker die dit griffierecht voor die datum verschuldigd is geworden;

b. voor de gedaagde die verschijnt in een dagvaardingsprocedure waarin het exploot van dagvaarding voor die datum is betekend en in dat exploot een rechtsgeldige mededeling en verwijzing inzake griffierechten als bedoeld in artikel 111, tweede lid, onder k, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is opgenomen;

c. voor de belanghebbende die schriftelijk verweer voert in een verzoekschriftprocedure, waarvoor de oproeping is gedagtekend voor die datum en in die oproeping een rechtsgeldige mededeling en verwijzing inzake griffierechten is opgenomen als bedoeld in artikel 276, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;

d. voor de verweerder die verschijnt in een vorderingsprocedure als bedoeld in artikel 396, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarvoor het oproepingsbericht is gedagtekend voor die datum en in dat oproepingsbericht een rechtsgeldige mededeling en verwijzing inzake griffierechten is opgenomen als bedoeld in artikel 111, tweede lid, onder k, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;

e. voor de belanghebbende in een verzoekprocedure als bedoeld in artikel 396, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarvoor het oproepingsbericht is gedagtekend voor die datum en in dat oproepingsbericht een rechtsgeldige mededeling en verwijzing inzake griffierechten is opgenomen als bedoeld in de artikelen 276, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel VI

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2025.