wetzoeker

Artikel 2.7 Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interventies ter uitbreiding arbeidstijd

Onderzoeksactiviteiten

1 De activiteiten starten uiterlijk drie maanden na de datum van de subsidieverlening, met uitzondering van de activiteiten in de sector onderwijs. Deze starten uiterlijk in de maand februari volgend op de datum van de subsidieverlening.

2 De projectperiode van een activiteitenplan start op de dag waarop het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2.6, opengaat waarin de subsidieaanvraag wordt ingediend. De projectperiode eindigt op de dag waarop de looptijd, bedoeld in het derde en vierde lid, eindigt.

3 De activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel c en e, en tweede lid, onderdeel b, hebben een looptijd van minimaal zeventien weken en maximaal 52 weken, gerekend vanaf de startdatum van de activiteit.

4 De activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel a, b en d, en tweede lid, onderdeel a, hebben een looptijd van minimaal 26 weken en maximaal 52 weken, gerekend vanaf de startdatum van de activiteit.

5 De Minister kan eenmalig de looptijd, bedoeld in het derde en vierde lid, op verzoek van de subsidieontvanger verlengen met een periode van maximaal 10 weken.

Regeling
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interventies ter uitbreiding arbeidstijd
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-2026
BWB-id
BWBR0050406
Versie
2026-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl