wetzoeker

3.7 — Creditering bij ruisende omzetting. Lijfrentevoorziening Besluit Ondernemingsfaciliteiten

Creditering bij ruisende omzetting. Lijfrentevoorziening

Als de onderneming voor de inkomstenbelasting ruisend wordt omgezet, is de inbrenger inkomstenbelasting verschuldigd over de daarbij door hem gerealiseerde stakingswinst. Als de inbrenger ten laste van de stakingswinst lijfrentevoorzieningen bedingt van de NV of BV, kan de waarde van deze lijfrentevoorzieningen op een hoger bedrag uitkomen dan het bedrag van het crediteringsmaximum van 10%. Ingevolge artikel 5, tweede lid, UBBR is de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 2˚, WBR dan niet van toepassing. Dit acht ik niet gewenst. Daarom keur ik het volgende goed.

Goedkeuring

Voor de toepassing van artikel 5, tweede lid, UBBR keur ik onder voorwaarden het volgende goed. Naast de toekenning van aandelen mag een bedrag aan de inbrenger worden gecrediteerd ter waarde van de door hem ten laste van de stakingswinst bedongen lijfrentevoorziening.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende drie voorwaarden.

a. De waarde van de toegekende lijfrentevoorzieningen komt in de plaats van het crediteringsmaximum van 10% als bedoeld in artikel 5, tweede lid, UBBR.

b. De premies voor lijfrenten worden bij de inbrenger in aanmerking genomen overeenkomstig de artikelen 3.127 en 3.129 Wet IB 2001.

c. De NV of BV treedt op als toegelaten aanbieder van lijfrenten als bedoeld in artikel 3.126, eerste lid, onderdeel a, onder 2˚, Wet IB 2001.

Regeling
Besluit Ondernemingsfaciliteiten
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
10-06-2026
BWB-id
BWBR0050370
Versie
2026-06-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl