wetzoeker

3.4 — Inbreng in NV of BV van onderneming die een windturbine of zonnepanelen exploiteert Besluit Ondernemingsfaciliteiten

Inbreng in NV of BV van onderneming die een windturbine of zonnepanelen exploiteert

In onderdeel 9 van het besluit van 23 november 2018, nr. 2018-115091 (Stcrt. 2018, 68647), heb ik voor de inkomstenbelasting een goedkeuring opgenomen voor de exploitatie van een windturbine of zonnepanelen op ondergrond die onderdeel uitmaakt van een andere onderneming van dezelfde belastingplichtige. Het betreft de situatie waarin grond aan de onderneming van de belastingplichtige wordt onttrokken en wordt aangewend voor de exploitatie van een windturbine of zonnepanelen in een andere onderneming van dezelfde belastingplichtige, waardoor een sfeerovergang plaatsvindt die tot afrekening leidt. In dat besluit wordt voor zover nodig in dat geval goedgekeurd dat de grond als niet onttrokken wordt aangemerkt. Op grond van deze goedkeuring blijft de ondergrond, voor de toepassing van de inkomstenbelasting, behoren tot het bedrijfsvermogen van de onderneming. De goedkeuring brengt mee dat de andere onderneming, zonder de ondergrond van de windturbine of zonnepanelen, kan worden ingebracht in een NV of BV.

Voor de toepassing van de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 2, WBR acht ik het in dit verband gewenst om eenzelfde lijn te volgen als voor de inkomstenbelasting. Daarom keur ik het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur voor de toepassing van de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 2˚, WBR onder voorwaarden goed dat de inbreng in een NV of BV van een onderneming die een windturbine of zonnepanelen exploiteert, kan plaatsvinden met uitzondering van de tot die onderneming behorende ondergrond van de windturbine of zonnepanelen. Ook keur ik goed dat de genoemde vrijstelling van toepassing is als ten behoeve van de NV of BV bij de inbreng een recht van opstal op de ondergrond van de windturbine of zonnepanelen wordt gevestigd. De vrijstelling geldt dan ook voor de vestiging van het recht van opstal ter gelegenheid van de inbreng.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende drie voorwaarden:

a. De onderneming die een windturbine of zonnepanelen exploiteert is een afzonderlijke onderneming ten opzichte van de andere onderneming(en) van dezelfde ondernemer.

b. Alle overige activa en passiva die een functie vervullen in deze afzonderlijke onderneming worden ingebracht.

c. Aan de overige vereisten voor toepassing van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 2˚, WBR in samenhang met artikel 5 UBBR wordt voldaan.

Toelichting

De goedkeuring heeft geen betrekking op de inbreng in de NV of BV van de economische eigendom van de windturbine of van de zonnepanelen met ondergrond. In dat geval kan mogelijk de goedkeuring van onderdeel 3.1 van dit besluit gelden.

Regeling
Besluit Ondernemingsfaciliteiten
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
10-06-2026
BWB-id
BWBR0050370
Versie
2026-06-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl