wetzoeker

3.3 — Omzetting krachtens inbreng onderneming in bestaande NV of BV Besluit Ondernemingsfaciliteiten

Omzetting krachtens inbreng onderneming in bestaande NV of BV

De vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 2, WBR bij inbreng van een onderneming in een NV of BV is volgens de tekst van de wet alleen van toepassing als de inbreng van het ondernemingsvermogen plaatsvindt in een daartoe nieuw opgerichte vennootschap. In de praktijk wordt de onderneming ook wel ingebracht in een bestaande NV of BV. Ik acht het niet gewenst dat de vrijstelling dan niet kan worden toegepast. Daarom keur ik het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur onder voorwaarden goed dat de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 2, WBR ook van toepassing is bij inbreng van het ondernemingsvermogen in een bestaande NV of BV.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende drie voorwaarden:

a. Zowel op het voor de heffing van de inkomsten- en vennootschapsbelasting relevante tijdstip van overgang van de onderneming als op het voor de overdrachtsbelasting relevante tijdstip van inbreng van het ondernemingsvermogen is (zijn) uitsluitend de inbrenger(s) aandeelhouder van de NV of BV, waarin wordt ingebracht.

b. Het vervreemdingsverbod van artikel 5, derde lid, UBBR betreft alle aandelen die de inbrenger(s) direct na de inbreng heeft (hebben) in de NV of BV, waarin is ingebracht.

c. Aan de overige voorwaarden van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 2, WBR in samenhang met artikel 5 UBBR wordt voldaan.

Regeling
Besluit Ondernemingsfaciliteiten
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
10-06-2026
BWB-id
BWBR0050370
Versie
2026-06-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl