wetzoeker

4.5.1 — Toezicht op financiële continuïteit van bekostigde instellingen Besluit vaststelling beleidsregel Onderzoekskader 2024 voor het toezicht op het hoger onderwijs

Toezicht op financiële continuïteit van bekostigde instellingen

Het doel van het toezicht op financiële continuïteit is te bewaken dat bekostigde instellingen voor hoger onderwijs beschikken over een gezonde financiële positie en een goed financieel beheer, met het oog op de waarborg van de toegankelijkheid van het onderwijs en kwaliteit van het onderwijs en onderzoek.

Besturen van bekostigde instellingen voor hoger onderwijs leveren elk jaar een jaarrekening aan bij de DUO. Daarbij leveren zij een bestuursverslag met daarin een meerjarenbegroting, voorzien van een controleverklaring van getrouwheid en rechtmatigheid door een externe accountant. Op basis van deze informatie bepaalt de inspectie van welke besturen ze de actuele en toekomstgerichte financiële kengetallen nader wil analyseren.

Indien uit deze analyse mogelijke risico’s voor de continuïteit van het onderwijs naar voren komen, starten we een (voor)onderzoek naar de financiële continuïteit op bestuursniveau. Een dergelijk (voor)onderzoek kan op elk moment starten, zodra de monitoring van financiële kengetallen of signalen hier aanleiding toe geven.

Wanneer vervolgens blijkt dat de continuïteit van het onderwijs binnen afzienbare termijn in het geding is en de instelling voor hoger onderwijs onvoldoende aan de wet- en regelgeving op dit gebied voldoet, stellen we aangepast financieel toezicht in. In het bijgaande rapport vermelden we welke afspraken we met het bestuur maken, zoals welke maatregelen het bestuur gaat nemen om de financiële situatie te herstellen en op welk moment het bestuur informatie aanlevert. Het bestuur heeft conform artikel 20, derde lid, van de WOT vóór vaststelling gelegenheid om kennis te nemen van het rapport en met de inspectie overleg te voeren over de inhoud ervan. De opmerkingen van de instelling voor hoger onderwijs verwerkt de inspectie naar eigen oordeel om het rapport vervolgens vast te stellen. Wanneer in het overleg geen overeenstemming is bereikt over door het bestuur gewenste wijzigingen van het rapport, wordt de zienswijze van het bestuur conform artikel 20, vierde lid, van de WOT in een bijlage bij het inspectierapport opgenomen. Het volledige rapport maken we, conform artikel 21, eerste lid, van de WOT in de derde week na vaststelling openbaar en publiceren we op onze website.

Deze interventie is erop gericht dat de risico’s of tekorten binnen afzienbare termijn zijn opgeheven. De inspectie ziet toe op de effectieve uitvoering van de maatregelen door het bestuur. Dit samenhangend geheel aan maatregelen noemen we het herstelplan. Op basis van het tijdpad van het bestuur maken we afspraken over de inrichting van het continuïteitstoezicht en de momenten waarop we ten minste rapporteren. Wanneer er redelijk perspectief is op continuïteit van het onderwijs bij voortzetting van deugdelijk financieel beleid en beheer, nemen we het besluit om het bestuur weer onder regulier basis financieel toezicht te plaatsen.

Als het bestuur niet bij machte blijkt om herstel te realiseren, dan kan verdere escalatie plaatsvinden, zoals beschreven in 4.3.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregel Onderzoekskader 2024 voor het toezicht op het hoger onderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0050360
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl