4.3 — Toezicht op naleving door individuele instellingen Besluit vaststelling beleidsregel Onderzoekskader 2024 voor het toezicht op het hoger onderwijs
Toezicht op naleving door individuele instellingen
Het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving door instellingen voor hoger onderwijs is signaalgestuurd. Bij het beoordelen van signalen stellen we eerst prioriteiten (zie paragraaf 4.1.1). Hierbij inventariseren we tevens welke wettelijke bepalingen mogelijk niet worden nageleefd. Dit resulteert in één van de volgende acties:
• We hebben voldoende informatie om te concluderen dat er geen reden is tot verdere interventie. Het signaal is geregistreerd en wordt bewaard in het instellingsdossier. Bij een volgend signaal worden eerdere signalen meegewogen.
• We hebben onvoldoende informatie om te concluderen dat er geen reden is tot verdere interventie. Het signaal (of de meerdere signalen) vereist dan een afzonderlijke verkenning: er is een verdere analyse van het signaal nodig, omdat de eerste inschatting duidt op een mogelijk risico voor de onderwijskwaliteit, de naleving van wettelijke voorschriften, dan wel de financiële situatie.
Door middel van een zogenoemde verkenning bepalen we of een interventie door de inspectie noodzakelijk is, in welke vorm en op welke termijn. Aan de hand van wettelijke bepalingen analyseren we het signaal diepgaander. Door bijvoorbeeld het opvragen van aanvullende documenten, het spreken met de signaalgever en het analyseren van beschikbare data en documenten (zoals accreditatiebesluiten), bepalen we de ernst van het signaal. We maken een inschatting of het een incident betreft of een meer structureel probleem. Ook schatten we in of het een enkele student betreft of een bredere groep studenten en of er sprake is van een situatie die eenvoudig hersteld kan worden (bijvoorbeeld een administratieve aanpassing) of dat er meer ingrijpende acties nodig lijken.
Een verkenning kent meerdere mogelijke uitkomsten.
Instellingen voor hoger onderwijs zijn bijvoorbeeld in staat geweest om zelf het herstel in korte tijd tot stand te brengen:
• Er is geen of niet langer sprake van het niet-naleven van wettelijke voorschriften. Het eventuele herstel heeft onder eigen regie plaatsgevonden en er vindt geen verdere interventie plaats.
• Er is sprake van niet-naleving en de instelling voor hoger onderwijs heeft zelf passende acties ondernomen om de niet-naleving op korte termijn te herstellen. We maken afspraken met de instelling voor hoger onderwijs over het verloop en de evaluatie van de verbeteringen. Ook hier is sprake van herstel onder eigen regie: de instelling voor hoger onderwijs heeft zonder verdergaande interventies van de inspectie het probleem zelf opgelost.
In enkele gevallen gaat het om een ernstigere situatie:
Er is sprake van ernstige niet-naleving en/of de instelling voor hoger onderwijs neemt onvoldoende of niet-passende maatregelen voor herstel. Dit geeft onvoldoende vertrouwen in herstel onder eigen regie en we stellen een onderzoek in naar de niet-naleving. Indien de kwaliteit van het onderwijs in het geding is, informeren we ook de NVAO.
Indien we besluiten tot het instellen van een onderzoek bij een instelling voor hoger onderwijs, kondigen we dit schriftelijk aan. Een onderzoek is altijd gericht op de naleving van de WHW en daaronder hangende regelgeving. We onderzoeken die onderdelen uit de WHW die relevant zijn vanwege het signaal en/of de verkenning. In uitzonderlijke gevallen is een onaangekondigd onderzoek noodzakelijk. De verdere voorbereiding en uitvoering van het onderzoek is afhankelijk van de aard van het signaal en altijd maatwerk.
De bevindingen en oordelen van een nalevingsonderzoek bij een instelling voor hoger onderwijs leggen we vast in een rapport. Het bestuur heeft conform artikel 20, derde lid, van de WOT vóór vaststelling gelegenheid om kennis te nemen van het rapport en met de inspectie overleg te voeren over de inhoud ervan. De opmerkingen van de instelling voor hoger onderwijs verwerkt de inspectie naar eigen oordeel om het rapport vervolgens vast te stellen. Wanneer in het overleg geen overeenstemming is bereikt over door het bestuur gewenste wijzigingen van het rapport, wordt de zienswijze van het bestuur conform artikel 20, vierde lid, van de WOT in een bijlage bij het inspectierapport opgenomen. Het volledige rapport maken we, conform artikel 21, eerste lid, van de WOT in de derde week na vaststelling openbaar en publiceren we op onze website.
Wanneer we oordelen dat een instelling voor hoger onderwijs de wet- en regelgeving niet naleeft, geven we de instelling voor hoger onderwijs een herstelopdracht en bepalen we op welke termijn herstel moet plaatsvinden. De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de aard en urgentie van de tekortkomingen en de haalbaarheid van de gewenste verbeteringen. Voor verschillende tekortkomingen kunnen er naast elkaar verschillende termijnen gelden. Ernstige tekortkomingen dienen op zo kort mogelijke termijn te worden hersteld. In sommige gevallen kunnen we direct besluiten tot het inzetten van een sanctie (zie hieronder). In zeer uitzonderlijke gevallen constateert de inspectie dat er sprake is van wanbeheer bij een bekostigde instelling voor hoger onderwijs. In dat geval kan de Minister zijn aanwijzingsbevoegdheid gebruiken om de raad van toezicht van de instelling voor hoger onderwijs tot maatregelen te verplichten (cf. artikelen 9.9a, 10.3e en 11.7a van de WHW). We betrekken dan het Ministerie van OCW bij het dossier of dragen dat volledig over aan de Minister, omdat deze verdergaande bevoegdheden heeft. De inspectie heeft met het Ministerie van OCW hierover afgespraken gemaakt in een zogeheten escalatieladder.
De uiterste hersteltermijn voor herstelopdrachten is 1 jaar, waarna de inspectie, conform artikel 11, vierde lid, van de WOT onderzoek doet naar de verbeteringen die de instelling voor hoger onderwijs heeft gerealiseerd. Als de instelling voor hoger onderwijs binnen de gestelde termijn de herstelopdracht succesvol uitvoert, leggen we dat vast in een rapport over het herstelonderzoek en sluiten we het toezichttraject af. Mocht blijken dat er uiteindelijk géén herstel plaatsvindt, leggen we dat ook vast in een rapport over het herstelonderzoek. In zulke gevallen hebben we als uiterste middel de volgende mogelijkheden.
- Regeling
- Besluit vaststelling beleidsregel Onderzoekskader 2024 voor het toezicht op het hoger onderwijs
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-01-2025
- BWB-id
- BWBR0050360
- Versie
- 2025-01-01_0