wetzoeker

4.1.2 — Soorten interventies Besluit vaststelling beleidsregel Onderzoekskader 2024 voor het toezicht op het hoger onderwijs

Soorten interventies

Interventies in het hoger onderwijs zijn veelal gericht op het verbeteren van het leer- en herstelvermogen van een instelling voor hoger onderwijs of het stelsel én op de naleving van wet- en regelgeving. We houden in ons toezicht rekening met de oorzaken voor niet-naleving – bij individuen, bij instellingen voor hoger onderwijs en in het stelsel als geheel. Door hier rekening mee te houden, streven we naar duurzame gedragsverandering en verbetering. Om tot een afweging te komen over welke interventie passend is, gebruiken we een interventieschaal.

12 De indeling is geïnspireerd op Ayres, I. and Braithwaite, J. (1992) Responsive Regulation. Transcending the Deregulation Debate. Oxford University Press, Oxford. p. 35.

Hieronder lichten we de soorten interventies op hoofdlijnen toe. In de figuur hangt de grootte van de cirkel samen met de omvang van deze interventiesoort: het grootste deel van onze interventies past binnen de eerste stappen van de interventieschaal. We doorlopen per casus niet altijd alle stappen in de schaal: in veel gevallen hebben interventies in de eerste stappen al voldoende effect, in sommige gevallen moeten we deze juist overslaan en zetten we direct ingrijpender interventies in. Soms zetten we op een thema bij verschillende doelgroepen ook meerdere soorten interventies tegelijkertijd in.

• Inventarisatie en verkenning: Aan de basis staat een fase van inventarisatie en verkenning: wat is de aard en omvang van het probleem? Welke doelgroepen zijn betrokken? Wat zijn de belemmerende factoren tot naleving (gewenst gedrag)? En is er een vervolg nodig om naleving te bereiken?

• Agenderen en voorlichten: Deze soort interventie zetten we voornamelijk in op stelselniveau, maar kan ook onderdeel zijn van een aanpak op instellings- of opleidingsniveau. We zetten dit in als er onduidelijkheden bestaan over wet- en regelgeving, als voorlichting kan bijdragen aan naleving én er wil tot naleving en verbetering is.

• Herstel onder eigen regie: Wanneer herstel nodig is vanwege niet-naleving of ongewenste effecten binnen het stelsel van hoger onderwijs, geven we instellingen voor hoger onderwijs vaak zelf de ruimte om hieraan invulling te geven zonder een herstelopdracht te geven. We kiezen hiervoor als er vertrouwen is in het herstelvermogen van het stelsel of een instelling voor hoger onderwijs.

• Herstelopdracht: Soms is het nodig om onderzoek te doen en een instelling voor hoger onderwijs of aanbieder op basis van geconstateerde tekortkomingen een of meerdere specifieke herstelopdracht(en) te geven. Dit doen we in situaties waarbij snelheid en/of resultaat belangrijk zijn en de instelling voor hoger onderwijs onvoldoende eigen initiatief toont.

• Sanctie: Als herstelopdrachten niet leiden tot herstel bij een instelling voor hoger onderwijs, of als er na een overtreding of niet-naleving geen herstel meer mogelijk is, kunnen we overgaan tot ingrijpender interventies: het opleggen van een sanctie. We houden dan bekostiging in, schorten deze op of vorderen deze terug. We kunnen een bestuurlijke boete opleggen of de Minister

13 Waar in de tekst sprake is van ‘de Minister’ bedoelen we de Minister van OCW.

adviseren om verdergaande maatregelen te nemen.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregel Onderzoekskader 2024 voor het toezicht op het hoger onderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0050360
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl