wetzoeker

3.2 — Toetsing opname in Waarschuwingsregister Uitvoeringsregeling Waarschuwingsregister zorgfraude

Toetsing opname in Waarschuwingsregister

3.9 De deelnemer beoordeelt op basis van de onderzoeksrapportage of het verstrekken van de in artikel 2.1 van de wet genoemde gegevens over een betrokkene aan het Waarschuwingsregister noodzakelijk is voor de bestrijding van fraude in de zorg.

3.10 Bij de beoordeling als bedoeld in artikel 3.9 betrekt de deelnemer de volgende elementen:

– Of de fraude zich heeft voorgedaan op een terrein van zorg dat relevant kan zijn voor andere deelnemers of dat anderszins duidelijk is geworden dat betrokkene ook zorg in het domein van andere deelnemers verleent;

– Of verstrekking van gegevens over betrokkene proportioneel is, gelet hetgeen verder over betrokkene bekend is en in dat kader of er (ook) sprake is van verzachtende omstandigheden ten aanzien van betrokkene die verstrekking van zijn gegevens aan het Waarschuwingsregister onevenredig zou maken, dan wel of er sprake is van zeer bijzondere omstandigheden op grond waarvan registratie van een betrokkene geen redelijk doel dient;

– Of er sprake is van ernstig verzwarende omstandigheden die maken dat de duur van registratie van betrokkene in het Waarschuwingsregister langer dan vier jaar zou moeten zijn; en zo ja of een langere registratie evenredig is in het geval van betrokkene.

Regeling
Uitvoeringsregeling Waarschuwingsregister zorgfraude
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0050337
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl