wetzoeker

3.2 — Fase 2 Onderzoek en rapportage Beleidsregel onderzoekskader SBB 2024

Fase 2 Onderzoek en rapportage

Kwaliteitsonderzoek

In deze fase voeren we het kwaliteitsonderzoek, naar aanleiding van de jaarlijkse analyse en het gesprek met de directie, middels een onderzoeksplan en onderzoeksprogramma uit. Bij dit onderzoek kijken we gericht naar de inhoudelijke uitoefening van de wettelijke taken door de SBB, waarbij we zicht krijgen op aspecten die de resultaten beInvloeden. Deze aspecten kunnen zowel positief als negatief bijdragen aan de resultaten.

Het kwaliteitsonderzoek kondigen we doorgaans schriftelijk aan. Over het uitgevoerde onderzoek rapporteren we en dit kan leiden tot vervolgtoezicht.

Onderzoeksplan en onderzoeksprogramma

Voorafgaand aan dat onderzoek stellen we een onderzoeksplan op. Hierin verantwoorden we hoe we het kwaliteitsonderzoek inrichten en welke activiteiten we uitvoeren. In het onderzoeksplan beschrijven we welke standaarden we onderzoeken en beoordelen. Voor de uitvoering van de activiteiten stellen we een onderzoeksprogramma op. Hierover stemmen we of met de SBB. Indien wenselijk betrekken we vakinhoudelijk deskundigen bij het kwaliteitsonderzoek. De aard en intensiteit van het kwaliteitsonderzoek is afhankelijk van de mate waarin resultaten of het risico op onvoldoende resultaten daartoe aanleiding geven. De wettelijke taken en het waarderingskader met resultaatbeschrijving vormen daarvoor het uitgangspunt. Van het onderzoeksplan en/of het onderzoekprogramma kunnen we tijdens het kwaliteitsonderzoek afwijken, indien tussentijdse bevindingen hiertoe aanleiding geven.

De verdere voorbereiding en uitvoering van het kwaliteitsonderzoek is afhankelijk van de analyse, het gesprek met de directie van de SBB en is altijd maatwerk. Het kwaliteitsonderzoek kan onder meer bestaan uit:

• bestudering van aanvullend schriftelijk materiaal

• gesprekken met door de inspectie geselecteerde leerbedrijven,

• gesprekken met door de inspectie geselecteerde onderwijsinstellingen en/of studenten

• gesprekken met door de inspectie geselecteerde medewerkers en verantwoordelijk management en directie van de SBB

Oordeelsvorming

Het oordeel baseren we op hetgeen in het waarderingskader is opgenomen. Indien we tekortkomingen constateren, is sprake van vervolgtoezicht. We bespreken het vervolgtoezicht met de directie van de SBB.

Rapportage

We leggen de uitkomsten van het kwaliteitsonderzoek vast in openbare rapporten. Dat is een wettelijke verplichting. De rapporten geven een evenwichtig beeld van de aangetroffen werkelijkheid. Dat betekent dat er steeds een beeld gegeven wordt van zowel de goede aspecten als van de aspecten waarin verbetering mogelijk of nodig is. Indien de kwaliteit van de uitoefening van de wettelijke taken door de SBB, in relatie tot de behaalde resultaten, tekortkomingen laat zien, is sprake van het oordeel 'onvoldoende' op een of meer van de standaarden. Op basis hiervan bepalen we het vervolgtoezicht. Het kan ook zijn dat we op onderdelen van de standaarden onvolkomenheden constateren. Dan kunnen we de standaard als voldoende beoordelen, maar formuleren we wel vervolgtoezicht. De aard en intensiteit van het vervolgtoezicht is afhankelijk van de tekortkoming.

De SBB ontvangt binnen zes weken na het laatste onderdeel van het kwaliteitsonderzoek een conceptrapport van het onderzoek. Het rapport bevat de beoordeling met een onderbouwing daarvan. De directie van de SBB kan binnen drie weken na ontvangst van het conceptrapport een algemene reactie op het conceptrapport indienen, aangevuld met eventuele feitelijke onjuistheden. Indien daartoe aanleiding is kan de inspectie of de SBB het initiatief nemen om het conceptrapport te bespreken. We willen dat onze oordelen zodanig betekenis hebben dat deze niet alleen worden herkend en erkend, maar ook aanzetten tot verbetering. Op basis van bespreking van concrete casuïstiek en/of vragen kunnen we in een gesprek een toelichting geven op onze oordelen. Daarbij kunnen we meer informatie teruggeven dan in de rapporten is aangegeven.

De reactie van de directie van de SBB verwerken we waar nodig en mogelijk. Twee weken na ontvangst van de reactie van de SBB stellen we het rapport vast. De SBB ontvangt onverwijld het vastgestelde rapport. We verantwoorden de wijze waarop de reactie op het conceptrapport is verwerkt. Indien de SBB het oneens is met (onderdelen van) het definitieve rapport, kan een zienswijze van de directie in een bijlage bij het rapport worden opgenomen. Deze zienswijze publiceren we dan gezamenlijk met het rapport. We publiceren het rapport in de vijfde week na vaststelling van het definitieve rapport op de website van de inspectie.

Regeling
Beleidsregel onderzoekskader SBB 2024
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-10-2024
BWB-id
BWBR0050242
Versie
2024-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl