Bijlage 1 — Voorwaarden voor de toepassing van artikel 14ba, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (samenvoeging door bestuurlijke herindeling) (deel 1) Beleidsbesluit samenvoeging gemeenten en vennootschapsbelasting
Voorwaarden voor de toepassing van artikel 14ba, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (samenvoeging door bestuurlijke herindeling)
Gebruikte begrippen en afkortingen
In de voorwaarden worden de volgende begrippen en afkortingen gebruikt.
Wet Vpb 1969 | Wet op de vennootschapsbelasting 1969
bestuurlijke herindeling | een bestuurlijke herindeling of herschikking in de zin van artikel 14ba Wet Vpb 1969
herindelingsregeling | een wet, een algemene maatregel van bestuur of een besluit als bedoeld in de artikelen 3 en 13 van de Wet algemene regels herindeling tot wijziging van de gemeentelijke of de provinciale indeling of tot grenscorrectie alsmede een samenstel van gelijkluidende besluiten als bedoeld in artikel 3 van de Wet algemene regels herindeling tot het vaststellen van een grenscorrectie
overdragende partij | een of meer gemeenten die in het kader van samenvoeging door bestuurlijke herindeling hun vermogensbestanddelen overdragen
verkrijgende partij | een gemeente die in het kader van samenvoeging door bestuurlijke herindeling vermogensbestanddelen verkrijgt
herindelende partij | een overdragende partij, dan wel de verkrijgende partij (gezamenlijk: herindelende partijen)
tijdstip van de bestuurlijke herindeling | het tijdstip met ingang waarvan de overgedragen vermogensbestanddelen worden geacht rechtstreeks voor rekening en risico van de verkrijgende partij te komen
onderneming | de vermogensbestanddelen met de daarbij eventueel behorende activiteiten van de desbetreffende partij die tezamen een (materiële) onderneming in de zin van de Wet IB 2001 vormen
Vermogen dat verdwijnt of het bereik van de vennootschapsbelasting verlaat
Voorwaarde 1
1. Vermogensbestanddelen die door de bestuurlijke herindeling ophouden te bestaan, dan wel na de overdracht niet meer aan de Nederlandse heffing van vennootschapsbelasting zijn onderworpen, worden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de bestuurlijke herindeling gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer.
2. Schulden die door de bestuurlijke herindeling verdwijnen, worden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de bestuurlijke herindeling gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer van de schuldvorderingen die tegenover deze schulden staan. De vorige zin vindt geen toepassing voor zover ten aanzien van de schuldvordering al een bedrag op de voet van de artikelen 13b of 13ba Wet Vpb 1969 in aanmerking is genomen bij de herindelende partij die de schuldvordering houdt, of bij een met hem verbonden lichaam als bedoeld in artikel 10a, vierde lid, Wet Vpb 1969.
Opwaarderingsreserve
Voorwaarde 2
Als onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de bestuurlijke herindeling bij de overdragende partij een opwaarderingsreserve aanwezig is als bedoeld in artikel 13ba Wet Vpb 1969, treedt de verkrijgende partij in de plaats van de overdragende partij met betrekking tot deze opwaarderingsreserve.
Innovatiebox
Voorwaarde 2a
De verkrijgende partij treedt voor de toepassing van de bepalingen inzake de innovatiebox in de plaats van de overdragende partij.
Latent liquidatieverlies deelneming
Voorwaarde 3
1. Als op de datum van de dagtekening van de koninklijke boodschap behorend bij het wetsvoorstel inzake de bestuurlijke herindeling, tot het vermogen van een herindelende partij een deelneming behoort waarvan de onderneming geheel of nagenoeg geheel is gestaakt, dan wel daartoe is besloten, geldt de volgende beperking bij de bepaling van de winst van de verkrijgende partij van na het tijdstip van de bestuurlijke herindeling.
2. Een liquidatieverlies uit hoofde van de in het vorige lid bedoelde deelneming, dat krachtens artikel 13d Wet Vpb 1969 in aanmerking mag worden genomen, komt slechts in aftrek tot het bedrag van de (overige) winst dat is toe te rekenen aan de onderneming waartoe de deelneming op het tijdstip van de bestuurlijke herindeling behoorde.
3. Het resterende bedrag wordt als liquidatieverlies in mindering gebracht op en tot ten hoogste de positieve belastbare bedragen van de verkrijgende partij van de jaren genoemd in artikel 20, tweede lid, Wet Vpb 1969, in de volgorde waarin deze zijn ontstaan, voor zover er winst is toe te rekenen aan de desbetreffende onderneming.
4. De toerekening bedoeld in de vorige leden vindt plaats met toepassing van de winstsplitsing van voorwaarde 6 (op overeenkomstige wijze).
5. Als bij afzonderlijke goedkeuring is bepaald dat achterwaartse verliesverrekening door de verkrijgende partij kan plaatsvinden met winst van de overdragende partij van vóór het tijdstip van de bestuurlijke herindeling, mag de vermindering bedoeld in het derde lid ook worden toegepast op het positieve belastbare bedrag van de overdragende partij, onder de voorwaarden en beperkingen van het derde lid.
6. Voor zover een liquidatieverlies in een voorafgaand jaar op het belastbare bedrag in mindering wordt gebracht, zal de aanslag over dat jaar worden herzien. Over het bedrag van de herziening wordt geen belastingrente vergoed.
7. Als op de datum van de dagtekening van de koninklijke boodschap behorend bij het wetsvoorstel inzake de bestuurlijke herindeling tot het vermogen van een herindelende partij een onderneming behoort waarop artikel 13e Wet Vpb 1969 van toepassing is, zijn de vorige leden van deze voorwaarde van overeenkomstige toepassing op een in verband met die onderneming door de verkrijgende partij na het tijdstip van de bestuurlijke herindeling krachtens artikel 13e Wet Vpb 1969 in aanmerking te nemen liquidatieverlies.
Earningsstripping
Voorwaarde 4
1. Voor de toepassing van artikel 15b, vijfde lid, Wet Vpb 1969 komen de vóór het tijdstip van de bestuurlijke herindeling ontstane saldi aan renten (hierna: voorherindelingsrenten) in aftrek bij het bepalen van de winst van een jaar eindigend na het tijdstip van de bestuurlijke herindeling voor zover:
a. in dat jaar ruimte bestaat voor het in aftrek brengen van voortgewentelde saldi aan renten; en
b. bij de partij bij wie de voorherindelingsrenten zijn ontstaan in dat jaar ruimte zou bestaan voor het in aftrek brengen van voortgewentelde saldi aan renten als de bestuurlijke herindeling niet zou hebben plaatsgevonden.
2. Indien de ruimte voor het in aftrek brengen van voortgewentelde saldi aan renten bij de verkrijgende partij lager is dan de totale ruimte die hiervoor bij de herindelende partijen met voorherindelingsrenten gezamenlijk zou bestaan als deze ruimte wordt berekend alsof de bestuurlijke herindeling niet heeft plaatsgevonden, komen voor de toepassing van het eerste lid van deze voorwaarde de vóór het tijdstip van de bestuurlijke herindeling bij een herindelende partij ontstane voortgewentelde saldi aan renten in aftrek bij het bepalen van de winst van de verkrijgende partij tot maximaal het bedrag dat volgt uit de formule (rhp/rt) x rvp waarbij wordt verstaan onder:
rhp: de ruimte voor het in aftrek brengen van voortgewentelde saldi aan renten van de herindelende partij met voorherindelingsrenten, berekend alsof de bestuurlijke herindeling niet heeft plaatsgevonden;
rt: de totale ruimte voor het in aftrek brengen van voortgewentelde saldi aan renten van de herindelende partijen met voorherindelingsrenten gezamenlijk berekend alsof de bestuurlijke herindeling niet heeft plaatsgevonden;
rvp: de ruimte voor het in aftrek brengen van voortgewentelde saldi aan renten bij de verkrijgende partij.
- Regeling
- Beleidsbesluit samenvoeging gemeenten en vennootschapsbelasting
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 21-09-2024
- BWB-id
- BWBR0050219
- Versie
- 2024-09-21_0