wetzoeker

B — Eisen aan het taxatierapport ter bepaling van de marktwaarde van de bouwwerken op de hervestigingslocatie Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting

Eisen aan het taxatierapport ter bepaling van de marktwaarde van de bouwwerken op de hervestigingslocatie

Het taxatierapport bevat ten minste de volgende informatie:

1. De identiteit en status van de taxateur(s):

– In geval de taxatie betrekking heeft op onroerende zaken gelegen in Nederland:

– de taxateur dient te zijn ingeschreven in de Kamer Landelijk en Agrarisch Vastgoed van het NRVT (artikel 1.1).

– In geval de taxatie betrekking heeft op onroerende zaken gelegen in een andere EU-lidstaat dan Nederland:

– de betrokken taxateur is ingeschreven is in een register gelijkwaardig aan het NRVT in de lidstaat waar de betreffende agrarische onroerende zaak is gelegen, waarbij dit register ten minste voorziet in:

a. doorlopend toezicht op de naleving van de gedragsregels;

b. een meldplicht indien geregistreerde taxateurs handelen in strijd met de gedragsregels, en

c. onafhankelijke tuchtrechtspraak.

– De taxateur dient bewezen deskundig te zijn, aantoonbare professionele ervaring met de taxatie van agrarische onroerende zaken te hebben en te werken conform de taxatiestandaard in overeenstemming met de European Valuation Standards (EVS) of de International Valuation Standards (IVS). Taxateurs die beschikken over een geldig certificaat van ‘Recognised European Valuer’ uitgegeven door de bij ‘The European Group of Valuer Assocations’ aangesloten organisaties, of een certificaat van ‘chartered member’ van het Royal Institution of Chartered Surveyors (MRICS; Member of the Royal Institution of Chartered Surveyors) voldoen aan deze eisen.

2. De Opdrachtgever:

(vertegenwoordiger of gemachtigde) van de veehouderijonderneming;

3. Andere beoogde gebruikers:

– In de opdrachtverlening en in het rapport dient de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) als belanghebbende(n) opgenomen te zijn.

– Het rapport bevat de schriftelijke toestemming voor het delen en gebruiken van het taxatierapport of delen daarvan (inclusief alle bijlagen) met en door RVO, het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voor gebruik in het kader van de subsidieverstrekking op grond van de regeling.

4. Het doel van de taxatie:

Het doel van de taxatie is de vaststelling van de marktwaarde van de bouwwerken ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee op hervestigingslocatie, conform de definitie als opgenomen in artikel 1.1 van de regeling.

5. Het taxatietype (volledige taxatie, hertaxatie en update):

Een volledige taxatie waarbij de verschillende onderdelen van het bedrijf overzichtelijk gescheiden worden. De volledige taxatie mag maximaal 6 maanden oud zijn op het moment van subsidieaanvraag.

6. Het onderwerp van de taxatie:

Het vaststellen van de marktwaarde van de aanwezige bouwwerken ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee (zoals dierenverblijven, maar ook werkruimten, schuren, bergingen en opslagen die ten dienste staan aan het bedrijfsmatig houden van vee) op hervestigingslocatie. In het kader van de subsidieverlening op basis van artikel 3.8 van de regeling is de marktwaarde van de bouwwerken ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee op hervestigingslocatie van belang; de waarde van andere bouwwerken, bedrijfswoning, erfgrond en cultuurgrond is daarvoor niet van belang, maar kan wel deel uitmaken van het rapport.

7. Zakelijk recht:

Het belang en de aard van het gebruik van het bouwwerk (daaronder begrepen of bijvoorbeeld sprake is van vol eigendom, recht van erfpacht, recht van opstal, appartementsrecht).

8. De waardegrondslag:

– De waardegrondslag voor de taxatie van de bouwwerken ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee op hervestigingslocatie is de marktwaarde conform de definitie van marktwaarde in artikel 1.1 van de regeling. Deze definitie komt overeen met de door de NRVT gehanteerde definitie.

– De bepaling van de marktwaarde dient gebeurd te zijn conform de standaarden en richtlijnen van de NRVT, of in geval het vastgoed in andere EU-lidstaten dan Nederland betreft, conform de standaarden van de EVS of de IVS.

– In het rapport dienen de te onderscheiden bouwwerken (zie de definitie in artikel 1.1 van de regeling) voor het voeren van het veehouderijbedrijf (inclusief de daarmee aard- of nagelvast verbonden zaken) afzonderlijk beschreven en getaxeerd te worden, los van erfgrond/ondergrond, de bij het bedrijf horende cultuurgrond, de bedrijfswoning en eventuele andere bouwwerken niet bestemd en/of gebruikt voor het voeren van het veehouderijbedrijf.

– Van elk bouwwerk bevat het rapport een gedetailleerde, feitelijke beschrijving van de functie, capaciteit, grootte en hoogte (de exacte oppervlakte van de dierenverblijven in vierkante meters, het aantal beschikbare en bruikbare dierplaatsen, ook uitgedrukt in GVE’s, de inhoud van de bouwwerken); aanduiding houderijsysteem/stalsysteem; nummer van het stalsysteem en emissiefactor conform bijlagen V en VI van de Omgevingsregeling (alleen voor hervestigingslocaties in Nederland); uitvoering van het bouwwerk en gebruikte bouwmaterialen; bouwjaar/leeftijd en staat van onderhoud; en relevante specifieke kenmerken van de locatie.

– Indien een bouwwerk bestaat uit onderdelen die een verschillende levensduur hebben en/of relevant verschillen in (technische) staat van onderhoud, dan wordt dit voor het betreffende bouwwerk per onderdeel beschreven.

– Van alle bouwwerken wordt vermeld of deze in overeenstemming zijn met de op de betreffende locatie geldende regelgeving inzake bouw, ruimtelijke ordening, diergezondheid/dierenwelzijn, milieu en natuur (zie ook de artikelen 3.3, 3.5 en 3.17 van de regeling) en welke regelgeving het betreft, en voor welk bouwwerk, indien dit niet het geval is. Als er sprake is van gedeeltelijk niet voldoen aan geldende regelgeving, wordt weergegeven welk deel van het bouwwerk dit betreft.

9. De waardepeildatum en andere relevante data;

Het taxatierapport is maximaal zes maanden oud op het moment van indienen van de aanvraag (artikel 3.16 van de regeling).

10. De aard en bron(nen) van de informatie waarop de taxateur zich baseert:

gebruik wordt gemaakt van actuele bronnen en actuele prijzen/kosten.

11. Een verklaring inzake een eventuele eerdere betrokkenheid van de taxateur bij het vastgoed of de betrokken partijen;

12. Een bevestiging dat er geen sprake is van een potentiële belangenverstrengeling van de taxateur inzake het getaxeerde object;

13. De verklaring dat de professionele taxatiedienst is uitgevoerd in overeenstemming met de standaarden EVS en/of IVS.

Regeling
Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0050183
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl