wetzoeker

A — Eisen aan het taxatierapport ter bepaling van de vervangingswaarde van de bouwwerken op de te verlaten veehouderijlocatie Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting

Eisen aan het taxatierapport ter bepaling van de vervangingswaarde van de bouwwerken op de te verlaten veehouderijlocatie

Het taxatierapport bevat ten minste de volgende informatie:

1. De identiteit en status van de bij de opstelling van het taxatierapport betrokken taxateur(s):

de taxateur dient te zijn ingeschreven in de Kamer Landelijk en Agrarisch Vastgoed van het NRVT (artikel 1.1).

2. De opdrachtgever:

(vertegenwoordiger of gemachtigde) van de veehouderijonderneming.

3. Andere beoogde gebruikers:

– In de opdrachtverlening en in het rapport dient de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) als belanghebbende(n) opgenomen te zijn.

– Het rapport bevat de schriftelijke toestemming voor het delen en gebruiken van het taxatierapport of delen daarvan (inclusief alle bijlagen) met en door RVO, het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voor gebruik in het kader van de subsidieverstrekking op grond van de regeling.

4. Het doel van de taxatie:

Doel van de taxatie is de bepaling van de vervangingswaarde van de bouwwerken ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee op de te verlaten veehouderijlocatie conform de definitie als opgenomen in artikel 1.1 van de regeling.

5. Het taxatietype (volledige taxatie, hertaxatie en update):

Uitgegaan wordt van een volledige taxatie waarbij in elk geval de bouwwerken ten behoeve van het voeren van het veehouderijbedrijf gedetailleerd beschreven worden en afzonderlijk gewaardeerd worden, met een conclusie in de vorm van een onderbouwde vervangingswaarde per bouwwerk. De volledige taxatie mag maximaal 6 maanden oud zijn op het moment van subsidieaanvraag.

6. Het onderwerp van de taxatie:

Het vaststellen van de vervangingswaarde (voor te hanteren definitie zie punt 8.) van elk bouwwerk ten behoeve van het voeren van het veehouderijbedrijf (zoals dierenverblijven, maar ook werkruimten, schuren, bergingen en opslagen die ten dienste staan aan het bedrijfsmatig houden van vee) op de te verlaten veehouderijlocatie.

7. Zakelijk recht:

aangeduid wordt bij wie het eigendom ligt van de aanwezige bouwwerken ten behoeve van het voeren van het veehouderijbedrijf.

8. De waardegrondslag:

– Het rapport beschrijft de vervangingswaarde van elk bouwwerk voor het voeren van het veehouderijbedrijf (zoals dierenverblijven, maar ook werkruimten, schuren, bergingen en opslagen die ten dienste staan aan het bedrijfsmatig houden van vee) op de te verlaten veehouderijlocatie.

De in het rapport gehanteerde definitie dient dus in overeenstemming te zijn met de definitie van vervangingswaarde in artikel 1.1 van de regeling. Onder vervangingswaarde wordt derhalve verstaan: het herleidbare bedrag dat vervanging van een bouwwerk door een modern equivalent met gelijke functie, maatvoering en nut, en met een actueel ontwerp en vervaardigd met actuele kosteneffectieve materialen en technieken zou kosten op het moment van taxatie door een taxateur, waarbij uitgangspunt is vervaardiging met materialen en technieken die zo veel mogelijk of gelijk of gelijkwaardig zijn aan de materialen en technieken gebruikt in het bestaande bouwwerk.

Het betreft dus de vervangingswaarde zonder correcties, dus de vervangingswaarde gebaseerd op vervangingskosten zonder correctie voor leeftijd, staat van onderhoud, e.d.

– In het rapport is voor elk afzonderlijk bouwwerk voor het voeren van het veehouderijbedrijf op de te verlaten veehouderijlocatie een gedetailleerde berekening opgenomen met de prijs die de vervanging van dat bouwwerk door een modern equivalent met gelijke functie, maatvoering en nut, en met een actueel ontwerp en vervaardigd met actuele kosteneffectieve materialen en technieken zou kosten, waarbij uitgangspunt is vervaardiging met materialen en technieken die zo veel mogelijk of gelijk of gelijkwaardig zijn aan de materialen en technieken gebruikt in het bestaande bouwwerk.

– Daarvoor wordt per bouwwerk een nauwkeurige beschrijving gegeven van de functie; de precieze afmetingen (lengte*breedte*hoogte), oppervlak en inhoud; de capaciteit in termen van dierplaatsen, ook uitgedrukt in GVE in geval van dierenverblijven; aanduiding houderijsysteem/stalsysteem; nummer van het stalsysteem en emissiefactor conform bijlagen V en VI van de Omgevingsregeling; gebruikte bouwmaterialen; uitvoering van de bouw; en het bouwjaar (renovatiejaar) van het bouwwerk of onderdelen daarvan.

– In het rapport wordt geëxpliciteerd welke uitgangspunten en aannames zijn gehanteerd voor het bepalen van wat als modern equivalent van het betreffende bouwwerk ten behoeve van het opstellen van het taxatierapport wordt beschouwd, als in de uitgevoerde berekening afgeweken zou worden van maatvoering en bouwmaterialen en technieken van het betreffende bouwwerk.

– In het rapport wordt van alle bouwwerken vermeld of deze in overeenstemming zijn met de op de betreffende locatie geldende regelgeving inzake bouw, ruimtelijke ordening, diergezondheid/dierenwelzijn en milieu en natuur en welke regelgeving het betreft indien dit niet het geval is. Als er sprake is van gedeeltelijk niet voldoen aan geldende regelgeving, wordt weergegeven welk deel van het bouwwerk dit betreft.

– De voor de vervangingswaardeberekening gehanteerde actuele bron(nen) voor (gestandaardiseerde) prijzen en kosten worden vermeld.

– Naast de aldus bepaalde vervangingswaarde per bouwwerk is in het rapport ook de vervangingswaarde van alle bouwwerken voor het voeren van het veehouderijbedrijf op de te verlaten veehouderijlocatie gezamenlijk de vervangingswaarde weergegeven.

9. De aard en bron(nen) van de informatie waarop de taxateur zich baseert:

gebruik wordt gemaakt van actuele bronnen en actuele prijzen/kosten, met duidelijke bronverwijzingen naar vindbare en voor het bepalen van vervangingskosten geaccepteerde bronnen.

10. De Waardepeildatum en andere relevante data:

het taxatierapport is maximaal zes maanden oud op het moment van indienen van de aanvraag (artikel 3.16 van de regeling).

11. Een verklaring inzake een eventuele eerdere betrokkenheid van de taxateur(s) bij het vastgoed of bij de betrokken partijen.

12. Een bevestiging dat er geen sprake is van een potentiële belangenverstrengeling van de betrokken taxateur(s) inzake de getaxeerde bouwwerken.

Regeling
Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0050183
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl