wetzoeker

Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken AIVD 2024

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
03-01-2025
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0050181
Versie
2025-01-03_0
SHA-256 bron
0eb48eaa518b5377542c1b2aacd90cd95720286b08a229ddfbfc32524c2f9f19

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7

Artikel 1

In dit besluit wordt onder tekenbevoegdheid verstaan de bevoegdheid om namens de directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst besluiten te nemen, stukken af te doen en uitgaande brieven te ondertekenen op grond van de Wet veiligheidsonderzoeken.

Artikel 2

De directeur Inlichtingen bezit tekenbevoegdheid ten aanzien van de in artikel 2, eerste lid, onder a, b, c, d, e en f, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2020 bedoelde bevoegdheid.

Artikel 3

1 Het unithoofd van het Veiligheidsonderzoekenhuis bezit tekenbevoegdheid ten aanzien van:

a. de in artikel 2, eerste lid, onder b, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2020 bedoelde bevoegdheid betreffende het afgeven van een verklaring van geen bezwaar;

b. de in artikel 2, eerste lid, onder c, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2020 bedoelde bevoegdheid betreffende het weigeren van een verklaring van geen bezwaar;

c. de in artikel 2, eerste lid, onder d, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2020 bedoelde bevoegdheid betreffende het doen instellen van een hernieuwd veiligheidsonderzoek;

d. de in artikel 2, eerste lid, onder f, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2020 bedoelde bevoegdheid betreffende het doen van mededelingen aan een andere mogendheid of aan een volkenrechtelijke organisatie, dan wel het doen van een kennisgeving.

2 In afwijking van het eerste lid, onder b, is de aldaar bedoelde bevoegdheid voorbehouden aan de directeur Inlichtingen indien het weigeren volgt op een veiligheidsonderzoek dat verricht is ten behoeve van de afgifte van een verklaring voor beoogd eigen personeel van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.

3 In afwijking van het eerste lid, onder b en d, is de aldaar bedoelde bevoegdheid voorbehouden aan de directeur Inlichtingen indien bij de uitoefening van deze bevoegdheid gebruik wordt gemaakt van gegevens bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder b en c, onderscheidenlijk artikel 13, vierde lid, onder b en c, van de Wet veiligheidsonderzoeken.

4 In afwijking van het eerste lid, onder c, is de aldaar bedoelde bevoegdheid voorbehouden aan de directeur Inlichtingen indien de uitoefening van deze bevoegdheid betrekking heeft op het eigen personeel van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het gevolg is van nieuwe feiten en omstandigheden die een hernieuwd onderzoek rechtvaardigen.

5 Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van het unithoofd van het Veiligheidsonderzoekenhuis wordt de in artikel 2, eerste lid, onder b, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2020 bedoelde bevoegdheid betreffende het afgeven van een verklaring van geen bezwaar uitgeoefend door het plaatsvervangend unithoofd van het Veiligheidsonderzoekenhuis.

Artikel 4

1 De onder de directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst ressorterende hoofden van de teams van de Unit Veiligheidsonderzoeken bezitten tekenbevoegdheid ten aanzien van:

a. de in artikel 2, eerste lid, onder b, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2020 bedoelde bevoegdheid betreffende het afgeven van een verklaring van geen bezwaar.

b. de in artikel 2, eerste lid, onder f, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2020 bedoelde bevoegdheid betreffende het doen van mededelingen aan een andere mogendheid of aan een volkenrechtelijke organisatie, dan wel het doen van een kennisgeving;

2 De onder de directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst ressorterende hoofden van de teams van de Unit Veiligheidsonderzoeken bezitten tekenbevoegdheid ten aanzien van de in artikel 2, eerste lid, onder c, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2020 bedoelde bevoegdheid betreffende het weigeren van een verklaring van geen bezwaar.

3 In afwijking van het eerste lid, onder a, is de aldaar bedoelde bevoegdheid voorbehouden aan het unithoofd van het Veiligheidsonderzoekenhuis indien een verklaring wordt afgegeven na een aanvankelijk voornemen tot weigeren van deze verklaring.

4 In afwijking van het tweede lid is de aldaar bedoelde bevoegdheid voorbehouden aan de directeur Inlichtingen indien het weigeren volgt op een veiligheidsonderzoek dat verricht is ten behoeve van de afgifte van een verklaring voor beoogd eigen personeel van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.

5 In afwijking van het tweede lid is de aldaar bedoelde bevoegdheid voorbehouden aan de directeur Inlichtingen indien bij de uitoefening van deze bevoegdheid geheel of gedeeltelijk gebruik wordt gemaakt van gegevens bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder b en c van de Wet veiligheidsonderzoeken.

6 In afwijking van het eerste lid, onder b, is de aldaar bedoelde bevoegdheid voorbehouden aan het unithoofd van het Veiligheidsonderzoekenhuis indien deze mededeling ten opzichte van betrokkene nadelige conclusies bevat.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 6

Het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken AIVD 2020 wordt ingetrokken.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken AIVD 2024.