wetzoeker

Artikel 6.13 Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse

Exploitatiesubsidiedeel

1 De minister stelt jaarlijks voor 1 november het voorlopige correctiebedrag vast voor het daaropvolgende kalenderjaar.

2 Het voorlopige correctiebedrag bestaat uit de som van:

a. de gemiddelde kosten van het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie in de periode van 1 september tot en met 31 augustus voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor het voorlopige correctiebedrag wordt vastgesteld;

b. de waarde van de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof, omgerekend naar € per kg waterstof met de omrekenfactor 0,03932 MWh/kg; en

c. de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.

3 Indien het voorlopige correctiebedrag lager is dan de door de minister vastgestelde ondergrens per kg waterstof, wordt gerekend met dat bedrag in plaats van met de gemiddelde kosten.

4 Voor de voorschotverlening stelt de minister, in afwijking van het eerste lid, een voorlopig correctiebedrag vast voor productie-installaties waarvoor op grond van het artikel 2.1, tweede lid, de mogelijkheid tot het indienen van een aanvraag tot subsidieverlening is opengesteld, waarmee het voorschot voor die productie-installaties wordt bepaald indien er voor die productie-installaties nog geen voorlopige correctiebedragen op grond van het eerste lid gelden.

Regeling
Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0050156
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl