wetzoeker

4.5 — Subsidiabele activiteiten (deel 1) Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen

Subsidiabele activiteiten

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van het subsidieprogramma moeten de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd gericht zijn op sociale verduurzaming en vergroening van de waardeketen(s) in één of meer doellanden. Tevens dienen de projectactiviteiten gericht te zijn op of verbonden te zijn met een reeds bestaande productieketen van de partners in het samenwerkingsverband. Hierbij geldt dat de activiteiten niet gericht mogen zijn op het eigen personeel van de lokale vestigingen en dochterorganisaties, waaronder eigen productiefaciliteiten, van de partners van het samenwerkingsverband met een statutaire zetel in Nederland of partners met een statutaire zetel in het buitenland en een vestiging of vaste inrichting in Nederland.

Met het subsidieprogramma worden ondernemingen in dezelfde keten gestimuleerd om een duurzame en verantwoorde bedrijfsvoering na te streven, door:

• onderzoek te doen naar risico’s en misstanden in hun waardeketen(s);

• de transparantie in hun waardeketen(s) te vergroten;

• hun duurzaamheids- en inkoopdoelstellingen beter te integreren;

• hun due diligence processen te verbeteren;

• lange termijn samenwerking en dialoog op te zetten;

• gezamenlijk een actieplan ter verbetering op te stellen en uit te voeren;

• bij te dragen aan lokale capaciteitsopbouw en draagvlak en eigenaarschap voor verduurzaming.

Bovenstaande elementen moeten terugkomen in de verschillende fases van de projecten, en leiden tot sociale verduurzaming en vergroening van de desbetreffende waardeketen en positieve impact voor de betrokken toeleveranciers en producenten.

Om voor subsidie in aanmerking te komen moet de aanvraag betrekking hebben op een project bestaande uit een fase A, zijnde lokaal impactonderzoek en opstellen actieplan en een fase B, zijnde implementatie actieplan. Fase A en B worden hierna verder toegelicht.

Fase A – Lokaal impactonderzoek en opstellen actieplan

Fase A bestaat uit de volgende drie onderdelen:

a. Lokaal impactonderzoek

Dit betreft een verdiepend onderzoek op locatie naar sociale risico’s en misstanden in de desbetreffende waardeketen.

13 Er wordt vanuit gegaan dat voordat met het impactonderzoek wordt gestart er al een risicoanalyse is uitgevoerd; deze moet met de aanvraag worden ingediend (zie ook paragraaf 6 (aanvraag)).

De scope van het onderzoek kan variëren afhankelijk van de situatie: dit kan bijvoorbeeld een fabriek zijn, communities van toeleveranciers, een gebied of regio. Aangezien arbeidsomstandigheden, de hoogte van lonen en inkomen en kinderarbeid nauw samenhangen dient het impactonderzoek deze samenhang te onderzoeken en zich niet uitsluitend op één van de sociale thema’s van het subsidieprogramma te richten. Daarnaast richt het onderzoek zich op de relatie die de betrokken ondernemingen hebben tot de risico’s of misstanden en op de functionaliteit van hun due diligence systemen.

Afhankelijk van de reeds beschikbare onderzoeksdata bestaat het voorgestelde impactonderzoek al dan niet uit de volgende onderdelen:

− Stakeholder ‘mapping’ en consultatie: het identificeren van interne en externe stakeholders en relevante experts op lokaal niveau (zoals toeleveranciers, deskundigen, maatschappelijke organisaties, lokale overheden, vakbonden, kinderen, ouders, vrouwengroepen, scholen) en deze betrekken bij het doen van onderzoek en bij de projectuitvoering.

− Het in kaart brengen van de waardeketen en de rol van de verschillende actoren in deze keten.

− Kwantitatief baselineonderzoek waarin informatie wordt verzameld voor het vaststellen van verplichte en project specifieke indicatoren op de sociale thema’s.

− Kwalitatief onderzoek naar oorzaken van de sociale risico’s of de daadwerkelijke misstanden. De perspectieven van de lokale stakeholders worden hierin meegenomen. Daarnaast wordt gekeken naar de effecten van de sociale misstanden op mannen en vrouwen, meisjes en jongens en naar de wijze waarop genderverschillen een rol spelen bij/in de onderliggende oorzaken van de misstanden.

− Bedrijfsverbinding: het bepalen van de bijdrage die partners leveren aan de mogelijke oorzaken van de sociale risico’s en daadwerkelijke misstanden (veroorzakend, bijdragend of ‘gelinked’ volgens de OESO-richtlijnen).

− Gap-analyse van de due diligence processen van de betrokken ondernemingen.

Het lokale impactonderzoek moet het volgende opleveren:

• Baseline cijfers: Met behulp van bovenstaande onderzoeken en eventuele al beschikbare onderzoeksdata wordt informatie opgehaald waarmee een baseline wordt vastgesteld op de verplichte en project-specifieke indicatoren van de risico’s en daadwerkelijke misstanden.

• Analyserapport: kwalitatief rapport waarin bovenstaande elementen worden beschreven en dat voldoende inzicht geeft in de (het) relevante sociale thema(s) en de samenhang hiertussen: kinderarbeid, leefbaar loon/inkomen of arbeidsomstandigheden en de due diligence processen van de ondernemingen.

b. Due diligence training

Dit betreft een due diligence training waarin de verschillende relevante afdelingen binnen de betrokken ondernemingen hun IMVO-beleid en handelspraktijken onder de loep nemen en verbeterpunten signaleren ten aanzien van bijvoorbeeld inkoopvoorwaarden, prijsbepalingsmechanismen, prestatie indicatoren, salarisniveaus, kwaliteitscriteria, levercriteria, of genderbeleid.

c. Opstellen actieplan

Dit betreft de fase waarin de partners de bevindingen uit het lokale impactonderzoek en uit de due diligence gap-analyse en de due diligence training onderling bespreken, met als doel om te komen tot een visie voor sociale verduurzaming en vergroening van de keten en een concreet plan voor preventie en mitigatie van gevonden sociale risico’s en misstanden, inclusief verbetering van due diligence.

Op basis van de lokale bevindingen en de oorzaken van gevonden sociale risico’s en issues bepalen de partners welke maatregelen binnen de invloedssfeer van de ondernemingen genomen kunnen worden op locatie ter preventie en mitigatie van kinderarbeid en/of voor de verbetering van arbeidsomstandigheden en/of ten aanzien van het toewerken naar leefbare inkomens/lonen van toeleveranciers en werknemers. Eveneens formuleren ze acties voor structurele verankering van due diligence maatregelen in de betrokken onderneming(en), zoals verbeterde monitoring, training van werknemers of toeleveranciers of integratie van duurzaamheidsaspecten in inkoop. Vervolgens bepalen ze welke capaciteit hiervoor al aanwezig is en op welk vlak capaciteit bij de betrokken ondernemingen of toeleveranciers in de keten nog versterkt moet worden.

Het actieplan bevat concrete maatregelen en activiteiten voor de korte termijn (binnen het project) en acties voor bestendiging van de maatregelen voor na de projectperiode. De relevantie van de activiteiten opgenomen in het actieplan worden ook lokaal gevalideerd bij de ketenpartners en de begunstigden.

Fase A wordt afgesloten met een projectplan voor fase B waarin de activiteiten opgenomen in het actieplan worden uitgevoerd. Onderdeel van dit projectplan zijn ook een verandertheorie (‘theory of change’) als onderbouwing van het actieplan, en een activiteitenoverzicht (in de vorm van een result sheet waarvoor een model ter beschikking wordt gesteld). Pas na goedkeuring van het projectplan voor fase B worden de begrote kosten voor de activiteiten voor fase B daadwerkelijk subsidiabel. Dit is het zogenoemde ‘go/no-go’ moment.

Fase B – Implementatie actieplan

In deze fase gaan de partners de activiteiten in het actieplan uitvoeren. Bij de implementatie worden waar nodig externe stakeholders betrokken zoals lokale vakbonden, maatschappelijke organisaties en overheden, voor het creëren van draagvlak en lokaal eigenaarschap en om te zorgen dat maatregelen in de lokale context worden verankerd.

Aan het einde van de implementatiefase dienen de activiteiten in het actieplan te zijn uitgevoerd. Als onderdeel van de verplichte eindrapportage

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-07-2025
BWB-id
BWBR0050119
Versie
2025-07-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl