wetzoeker

4.1.1 — Hoofddoel en thema’s Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen

Hoofddoel en thema’s

Het subsidieprogramma heeft als doel om sociale duurzaamheid in internationale waardeketens te bevorderen met als focus de volgende drie sociale thema’s: verbetering van arbeidsomstandigheden, verbetering van lonen en inkomens van arbeiders of kleine toeleveranciers en bestrijding van kinderarbeid. Het gaat hierbij om sociale verbeteringen bij toeleveranciers in de keten van een onderneming, niet zijnde eigen lokale vestigingen, dochterorganisaties of eigen productiefaciliteiten, in een productieland.

a. Goede arbeidsomstandigheden

Verantwoord ondernemen hangt nauw samen met goede arbeidsomstandigheden. Onder deze zogeheten basisnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) vallen onder andere een fatsoenlijke salarisniveau, geen kinderarbeid of gedwongen arbeid, geen geweld op de werkvloer, geen discriminatie tussen werknemers, vrijheid van vakvereniging en een veilige en gezonde werkomgeving

11 ILO Declaration on Fundamental Principles and Rights at Work

. De normen worden internationaal gebruikt omdat ze zijn opgesteld in samenwerking met overheden, werkgevers en werknemers. Echter, niet altijd worden nationale wetten even zorgvuldig nageleefd of gehandhaafd. Dit geldt met name voor opkomende markten. Ook kan lokale wetgeving soms wat minder ver gaan dan deze ILO-normen.

b. Leefbaar loon/inkomen

Een leefbaar loon is de beloning die een werknemer voor een standaard werkweek ontvangt en die voldoende is om de werknemer en haar of zijn gezin een fatsoenlijke levensstandaard te bieden. Een leefbaar inkomen verwijst naar het inkomen dat een zelfstandige, bijvoorbeeld een koffie- of cacaoboer, uit de uitvoering van zijn kernactiviteiten kan halen.

Elementen van een fatsoenlijke levensstandaard zijn onder meer: voedsel, water, huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg, vervoer, kleding en andere essentiële behoeften, waaronder voorzieningen voor onverwachte gebeurtenissen (spaargeld). Hoeveel een leefbaar loon is, verschilt per land. Dat komt doordat er grote economische verschillen bestaan tussen landen onderling. Maar ook bínnen een land zijn er verschillen, bijvoorbeeld tussen stedelijke en landelijke gebieden.

Een leefbaar loon is niet hetzelfde als een minimumloon. Een minimumloon is de minimale beloning die een werknemer wettelijk moet ontvangen voor het werk dat hij doet. In veel productielanden is het minimumloon onvoldoende voor een fatsoenlijke levensstandaard.

c. Bestrijding van kinderarbeid

De 17 Sustainable Development Goals (SDGs) van de Verenigde Naties moeten een eind maken aan armoede, ongelijkheid en klimaatverandering in 2030. Een van deze doelen, SDG 8, gaat specifiek over het uitbannen van kinderarbeid en stelt dat landen actie moeten ondernemen op het tegengaan van moderne slavernij, mensenhandel en gedwongen arbeid, inclusief kinderarbeid en kindsoldaten. En dat in 2025 er definitief een einde moet komen aan alle vormen van kinderarbeid.

Hoewel kinderarbeid sinds het begin van deze eeuw met 30% is afgenomen, werken er volgens het ILO nog steeds wereldwijd 160 miljoen kinderen op het land, in fabrieken, in de mijnen, in steengroeven, naaiateliers of in de huishouding. Terwijl deze kinderen recht hebben op goed onderwijs, om te spelen en om kind te zijn.

Samenhang tussen de drie thema’s en vergroening

Er is een grote verwevenheid tussen de drie sociale thema’s. Een te laag loon of inkomen, en in veel gevallen onderbetaling van vrouwen, is vaak een oorzaak van kinderarbeid. Terwijl bijvoorbeeld het ontbreken van een deugdelijke arbeidswetgeving of slecht nageleefde wetgeving weer ontoereikende lonen, gedwongen arbeid of kinderarbeid in de hand werkt. Dit betekent dat als ondernemingen sociale risico’s of misstanden in hun keten willen aanpakken, ze vaak meerdere thema’s in samenhang moeten bekijken. Ook problemen in het leefmilieu, zoals ontbossing, gevolgen van klimaatverandering, teruglopende biodiversiteit of milieuvervuiling, kunnen oorzaak zijn van een laag inkomen van kleine producenten. Dergelijke problemen kunnen door middel van vergroeningsmaatregelen onder het subsidieprogramma worden aangepakt als deze maatregelen bijdragen aan verbetering op de sociale thema’s. Vergroening kan bijvoorbeeld bijdragen aan veiligere arbeidsomstandigheden door minder gebruik van pesticiden. Een ander voorbeeld is zuiniger omgaan met grondstoffen, dit kan kostenbesparing opleveren, wat kan bijdragen aan leefbaar loon/inkomen.

Toepassen due diligence

Voor een duurzame impact in internationale waardeketens is het ook van belang dat ondernemingen hun eigen handelen onderzoeken en nagaan op welke wijze zij direct of indirect bijdragen aan de risico’s of misstanden. Dit wordt ook wel gepaste zorgvuldigheid of in het Engels due diligence genoemd. Door het toepassen en verbeteren van due diligence, bijvoorbeeld door te letten op goede afspraken over levertermijnen of eerlijke prijzen, dragen ondernemingen bij aan verduurzaming van hun keten. Met het subsidieprogramma wordt dus eveneens beoogd ondernemingen te stimuleren om duurzaamheids- en inkoopstrategieën meer te integreren in hun bedrijfsprocessen.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-07-2025
BWB-id
BWBR0050119
Versie
2025-07-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl