wetzoeker

I.3 — Begrippen Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Sectorale Samenwerking IMVO 2024–2029)

Begrippen

In het subsidieprogramma wordt verstaan onder:

– Brancheorganisatie: stichting of vereniging die krachtens haar statuten de belangen behartigt van haar leden, bestaande uit ondernemingen die tot eenzelfde bedrijfstak behoren;

– De-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Europese Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L 2023/2831);

– Gepaste zorgvuldigheid (due diligence): in lijn met de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen wordt onder dit begrip verstaan een proces waarmee ondernemingen daadwerkelijke en potentiële ongunstige effecten van hun activiteiten voor mens en milieu kunnen identificeren, voorkomen en verminderen, en waarmee zij verantwoording kunnen afleggen over hun aanpak van die effecten als integraal onderdeel van hun besluitvormingsproces en risicobeheerssystemen. Due diligence kan opgenomen worden in de bredere risicobeheerssystemen van ondernemingen, mits het verder reikt dan het enkel in kaart brengen en beheersen van materiële risico’s voor de onderneming zelf, door ook de risico’s op ongunstige effecten op zaken die in de OESO-richtlijnen aan de orde komen mee te nemen. De OESO heeft handvatten opgesteld voor de inrichting van het due diligence proces, de ‘OECD Due Diligence Guidance for Responsible Business Conduct’

8 OECD Due Diligence Guidance for Responsible Business Conduct, zie https://www.oecd.org/investment/due-diligence-guidance-for-responsible-business-conduct.htm.

;

– Economische activiteit: iedere activiteit waarbij goederen of diensten op een markt worden aangeboden

9 dergelijke activiteiten kunnen zowel door ondernemingen als maatschappelijke organisaties worden ondernomen.

;

– IMVO-sectorovereenkomst: een onder begeleiding van de SER gemaakte set van afspraken tussen Nederlandse ondernemingen binnen dezelfde sector, maatschappelijke organisaties en/of de Rijksoverheid over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen en over hoe zij gezamenlijk specifieke IMVO-risico’s en daadwerkelijke misstanden in hun waardeketen op het gebied van mensenrechten, arbeidsrechten en milieu kunnen voorkomen en mitigeren. De SER zorgt voor een gedegen structuur van deze partnerschappen door het faciliteren van de totstandkoming en uitvoering van een set afspraken en governance;

– Maatschappelijke organisatie: een niet op winst gerichte, niet aan een overheidsinstantie statutair of feitelijk verbonden organisatie, met een maatschappelijk oogmerk, beschikkend over rechtspersoonlijkheid, en is ook als zodanig geregistreerd. De organisatie is niet door een overheidsinstantie opgericht, dan wel na oprichting door een overheidsinstantie geheel verzelfstandigd. Ook vakbonden kwalificeren als maatschappelijke organisaties in dit subsidieprogramma;

– minister: de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp;

– OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen: algemene beginselen voor internationaal ondernemen die een belangrijk uitgangspunt zijn voor het IMVO-beleid van de Nederlandse regering. De OESO-richtlijnen bieden handvatten voor ondernemingen om om te gaan met zaken zoals ketenverantwoordelijkheid, mensenrechten, kinderarbeid, milieu en corruptie. In de OESO-richtlijnen worden deze en andere begrippen nader gedefinieerd en uitgewerkt

10 https://www.oesorichtlijnen.nl.

;

– Onderneming: een rechtspersoon, niet zijnde een maatschappelijke organisatie, die economische activiteiten uitvoert, ongeacht de wijze waarop zij wordt gefinancierd;

– Penvoerder: de partner in een samenwerkingsverband die namens het samenwerkingsverband de subsidie aanvraagt. Indien de aanvraag wordt gehonoreerd, is de penvoerder de subsidieontvanger en als zodanig volledig aanspreekbaar en verantwoordelijk jegens de minister voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten en de naleving van de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen;

– Productielanden: de landen opgenomen op de List of Recipients of Official Development Assistance van het Development Assistance Committee (DAC) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)

11 https://www.oecd.org/dac/financing-sustainable-development/development-finance-standards/daclist.htm

;

– Samenwerkingsverband: een niet over rechtspersoonlijkheid beschikkend contractueel samenwerkingsverband bestaande uit partners met eigen rechtspersoonlijkheid, gericht op de realisering van gezamenlijk onderschreven doelstellingen door uitvoering van activiteiten op een zodanige wijze dat elk van de partners in het samenwerkingsverband een deel van de daartoe benodigde inspanningen levert en een deel van de daarmee gepaard gaande risico’s draagt;

– Sociale dialoog: alle vormen van onderhandeling, raadpleging of uitwisseling van informatie tussen vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en eventueel overheden over kwesties van gemeenschappelijk belang. Sociale dialoog kan bestaan als bipartite proces tussen werknemers en management (of vakbonden en werkgeversorganisaties), maar ook als tripartite proces met directe of indirecte betrokkenheid van de overheid. Het kan informeel of geïnstitutionaliseerd zijn en binnen waardeketens plaatsvinden op lokaal, nationaal, regionaal of internationaal niveau

12 https://www.ilo.org/topics/social-dialogue-and-tripartism.

;

– Stakeholders: mensen of groepen met belangen die geschaad (kunnen) worden door de activiteiten van een onderneming (zie definitie OESO-richtlijnen)

13 OESO Due Diligence Handreiking (p.18): https://www.oesorichtlijnen.nl/documenten/publicatie/2019/06/06/oeso-due-diligence-handreiking-voor-mvo-nls.

;

– UN Guiding Principles on Business and Human Rights: evenals de OESO-richtlijnen zijn de UN Guiding Principles

14 https://www.ohchr.org/sites/default/files/documents/publications/guidingprinciplesbusinesshr_en.pdf.

algemene beginselen voor internationaal ondernemen die een belangrijk uitgangspunt zijn voor het IMVO-beleid van de Nederlandse regering. De UN Guiding Principles zijn breed gedragen richtsnoeren voor overheid en bedrijfsleven hoe inbreuken op mensenrechten, rechtstreeks of in productieketens, te voorkomen en aan te pakken.

– Waardeketen: alle activiteiten die door ondernemingen worden uitgevoerd om een product of dienst van conceptie tot eindproduct te brengen, en omvat tevens het eindgebruik door de consument. Een waardeketen begint dus vaak bij het delven of verbouwen van (ruwe) grondstoffen, mondt dan uit in de productie van halffabricaat of eindproduct waarna het eindgebruik door de consument volgt. In een waardeketen zijn meestal meerdere ondernemingen betrokken, schakels genoemd.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Sectorale Samenwerking IMVO 2024–2029)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-2026
BWB-id
BWBR0050094
Versie
2026-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl