wetzoeker

II.1.3 — Wie kunnen in aanmerking komen voor een subsidie Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Sectorale Samenwerking IMVO 2024–2029)

Wie kunnen in aanmerking komen voor een subsidie

Een penvoerder zal namens een samenwerkingsverband een subsidie aanvragen. Subsidies in het kader van de eerste pijler zijn bedoeld voor samenwerkingsverbanden die voortkomen uit IMVO-sectorovereenkomsten die door de SER worden begeleid. Elke partner van het samenwerkingsverband moet beschikken over rechtspersoonlijkheid.

Aan de (partners van de) samenwerkingsverbanden worden de volgende eisen gesteld:

• Het samenwerkingsverband komt voort uit een IMVO-sectorovereenkomst. Tot de partners van het samenwerkingsverband behoren in elk geval twee of meer statutair in Nederland gevestigde ondernemingen, niet zijnde brancheorganisaties, die collectieve gepaste zorgvuldigheid willen toepassen en onderdeel zijn van dezelfde sector of waardeketen. Het betreft individuele ondernemingen. Daarnaast is in elk geval één maatschappelijke organisatie

17 Het gaat om een maatschappelijke organisatie die lid is van een IMVO-sectorovereenkomst of betrokken is bij de uitvoering daarvan als door de IMVO-sectorovereenkomst goedgekeurde steunbetuigende organisatie, waarbij deze steunbetuigende organisatie aantoonbaar door de stuurgroep van de IMVO-sectorovereenkomst moet zijn goedgekeurd.

bij het samenwerkingsverband betrokken.

• De in het samenwerkingsverband deelnemende Nederlandse ondernemingen:

○ zijn actief in een waardeketen die een link heeft met de Nederlandse markt;

○ voeren hun bedrijfsactiviteiten hoofdzakelijk uit in of gericht op Nederland;

○ hebben bedrijfsactiviteiten die niet hoofdzakelijk uit advisering bestaan.

• Naast minimaal twee ondernemingen en een maatschappelijke organisatie kunnen ook brancheorganisaties als partner deelnemen in een samenwerkingsverband. Brancheorganisaties kunnen niet namens ondernemingen deelnemen in een samenwerkingsverband, omdat gepaste zorgvuldigheid door een individuele onderneming moet worden toegepast. Brancheverenigingen kunnen daarentegen binnen een samenwerkingsverband zorgdragen voor het delen van good practices en geleerde lessen breder in de sector.

• Alle partners van het samenwerkingsverband moeten toegevoegde waarde hebben voor het behalen van de doelstelling(en) van een samenwerkingsverband dat een subsidie aanvraagt.

De rol van penvoerder wordt vervuld door:

– een onderneming met een statutaire zetel in Nederland;

– een onderneming met een statutaire zetel in het buitenland en een vestiging of vaste inrichting in Nederland;

– een statutair in Nederland gevestigde branchevereniging; of

– een maatschappelijke organisatie.

De penvoerder en partners in het samenwerkingsverband moeten een integriteitsbeleid hebben vastgesteld. Hij en zijn partners moeten tevens procedures hebben ingevoerd om aan dat beleid invulling te kunnen geven binnen de eigen organisatie. Dit integriteitsbeleid en deze procedures zijn er om ernstige vormen van grensoverschrijdend gedrag, daaronder begrepen seksuele misdragingen, jegens medewerkers en derden bij de uitvoering van de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft, door de penvoerder, zijn partners en de door hen ingeschakelde partijen, zo veel mogelijk te voorkomen, in voorkomend geval te onderzoeken, met passende maatregelen zo spoedig mogelijk te doen beëindigen en de gevolgen daarvan te mitigeren. De procedures zijn zodanig ingericht dat een tijdige melding van incidenten aan RVO (als uitvoerder voor de minister van dit subsidieprogramma) is gewaarborgd.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Sectorale Samenwerking IMVO 2024–2029)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-2026
BWB-id
BWBR0050094
Versie
2026-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl