wetzoeker

III.3 — Beoordeling en verdeling beschikbare middelen Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Sectorale Samenwerking IMVO 2024–2029)

Beoordeling en verdeling beschikbare middelen

De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen en de uiteindelijke subsidieverstrekking in het kader van de tweede pijler. De aanvragen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de maatstaven die in dit subsidieprogramma met betrekking tot de tweede pijler zijn neergelegd.

Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen dient de aanvraag te voldoen aan de hiervoor, in het bijzonder de in paragraaf I, III.1 en III.2 opgenomen vereisten. Slechts de aanvragen die daaraan voldoen, worden inhoudelijk beoordeeld op het voldoen aan de hierna volgende criteria. Daaraan moet eveneens (in voldoende mate) worden voldaan om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie.

De verdeling van de middelen vindt plaats op basis van volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

De inhoudelijke beoordeling van de aanvraag voor de activiteiten vindt plaats op basis van de volgende criteria:

a. De mate waarin:

(i) de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd op een logische wijze bijdragen aan het behalen van de doelstellingen van het partnerschap (voor deze doelstellingen kan verwezen worden naar het partnerschap);

(ii) de deelnemende organisaties, en hun lokale kantorennetwerk, beschikken over voldoende relevante kennis en ervaring om een kwalitatief goede bijdrage te kunnen leveren en hun kennis ontsluiten ten behoeve van de IMVO sectorovereenkomst.

b. De mate waarin voorgestelde medewerkers, die zich namens de maatschappelijke organisaties inzetten voor de implementatie van het partnerschap, beschikken over voldoende relevante kennis en ervaring om een kwalitatief goede bijdrage te kunnen leveren.

c. De mate waarin:

(i) De voorgestelde activiteiten haalbaar zijn en

(ii) de beschikbare (financiële) middelen op efficiënte wijze worden ingezet.

d. Er bestaat een logische rolverdeling tussen alle aan de IMVO-sectorovereenkomst deelnemende maatschappelijke organisaties, gebaseerd op expertise en netwerk.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Sectorale Samenwerking IMVO 2024–2029)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-2026
BWB-id
BWBR0050094
Versie
2026-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl