wetzoeker

3.2 — Borging onafhankelijkheid als Jobcoachorganisatie Beleidsregel Erkennings- en intrekkingskader uitvoering persoonlijke ondersteuning UWV 2024

Borging onafhankelijkheid als Jobcoachorganisatie

Volgens de methodiek Supported Employment is Jobcoaching een laatste fase van het proces van begeleiding naar duurzaam werk. Daarom zal de Jobcoachorganisatie die de begeleiding op de werkplek verzorgt ook vaak de begeleiding in het traject dat hieraan vooraf gegaan is voor zijn rekening hebben genomen. De Jobcoachorganisatie is dan ook re-integratiebedrijf.

Het komt voor dat de cliënt werkzaam zal zijn binnen een bedrijfsonderdeel van dezelfde re-integratie- of Jobcoachorganisatie of bij een werkgever die zakelijk en/of persoonlijk verbonden is aan de re-integratie- of Jobcoachorganisatie. Professioneel kan de Jobcoach zijn onafhankelijke rol ten opzichte van de ‘werkgever‘ in dergelijke constellaties niet garanderen.

De combinatie van deze rollen kan leiden tot zeer ernstige (financiële) benadeling van de cliënt en UWV. Mocht een aanbieder zowel de re-integratieactiviteiten als de Jobcoaching voor een cliënt willen verrichten, dan dient hij te borgen dat er geen persoonlijke en of zakelijke verbanden zijn met de werkgever waarbij de te begeleiden cliënt werkzaam is. Op verzoek van UWV dient de Jobcoachorganisatie onverwijld duidelijkheid te verschaffen over eventueel bestaande zakelijke en/of persoonlijke verbanden met werkgevers waar de te begeleiden cliënten werkzaam zullen zijn. In een aantal voorbeelden is uitgewerkt of er sprake is van een persoonlijk of zakelijk belang tussen werkgever en een Jobcoachorganisatie.

Voorbeeld 1

De cliënt heeft een re-integratietraject doorlopen bij re-integratiebedrijf D. Dit bedrijf is onderdeel van holding A. Jobcoachorganisatie E maakt ook deel uit van holding A. De cliënt wordt door re-integratiebedrijf D geplaatst bij werkgever F. Werkgever F is een transportbedrijf en heeft geen enkele zakelijke of persoonlijke relatie met re-integratiebedrijf D of Jobcoachorganisatie E. Deze constructie voldoet aan de verplichting van onafhankelijkheid.

Voorbeeld 2 De cliënt treedt in dienst bij uitzendorganisatie/detacheringsbedrijf G. Dit bedrijf is onderdeel van holding A waar ook Jobcoachorganisatie E deel van uitmaakt. Uitzendorganisatie/ detacheringsbedrijf G zendt/detacheert de cliënt bij Werkgever F. Werkgever F is geen onderdeel van holding A. Werkgever F is de materiële werkgever van de cliënt; dat betekent dat de cliënt werkt onder zijn directe leiding en toezicht. Uitzendorganisatie/detacheringsbedrijf G is weliswaar de formele werkgever maar omdat het directe werkgeversgezag bij werkgever F ligt, mag Jobcoachorganisatie E de Jobcoaching verzorgen bij Werkgever F.

Voorbeeld 3 De cliënt treedt in dienst van Jobcoachorganisatie F. F wil ook de Jobcoaching verzorgen. Jobcoachorganisatie F kan de Jobcoaching niet uitvoeren. Er is geen sprake van een objectieve werkgeversrol.

Voorbeeld 4 De cliënt hervat het werk bij werkgever K. De broer van werkgever K is een erkende Jobcoachorganisatie. Werkgever K wil zijn broer inzetten als Jobcoach van de cliënt. Werkgever K mag de Jobcoachorganisatie van zijn broer niet inzetten, omdat dan in ieder geval sprake is van een schijn van belangenverstrengeling. Deze constructie voldoet niet aan de eis van onafhankelijkheid.

Regeling
Beleidsregel Erkennings- en intrekkingskader uitvoering persoonlijke ondersteuning UWV 2024
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
20-07-2024
BWB-id
BWBR0050043
Versie
2024-07-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl