wetzoeker

6.2 — Omzetting gemengde kapitaalverzekeringen; behoud eerbiedigende werking Verzamelbesluit kapitaalverzekeringen, SEW en BEW

Omzetting gemengde kapitaalverzekeringen; behoud eerbiedigende werking

Artikel 76 Wet IB 1964, onderdeel AN Invoeringswet én hoofdstuk 10bis Wet IB 2001 bevatten overgangsrecht voor verschillende kapitaalverzekeringen. Om van het overgangsrecht gebruik te mogen blijven maken, mag het verzekerd kapitaal niet worden verhoogd. Als een verzekerd kapitaal ontbreekt − bijvoorbeeld bij een unit-linkedverzekering − geldt als voorwaarde dat het bedrag van de premies niet is verhoogd. Een verhoging van het verzekerd kapitaal, dan wel een verhoging van de premies, die plaatsvindt op grond van een normale en gebruikelijke optieclausule wordt hierbij niet beschouwd als een verhoging.

Bij wijzigingen en omzettingen van gemengde kapitaalverzekeringen vinden om uiteenlopende redenen aanpassingen plaats van de verzekerde uitkeringen bij overlijden en van andere meeverzekerde uitkeringen. Bij de beoordeling of de eerbiedigende werking dan is behouden, geldt dat de verzekerde rechten bij in leven zijn en door overlijden afzonderlijk moeten worden getoetst. Het gevolg van deze gesplitste beoordeling is dat een eventuele verhoging van het verzekerde kapitaal of van de premies voor de uitkering door overlijden niet leidt tot verlies van de eerbiedigende werking voor de uitkering bij leven.

Het komt echter ook voor dat het verzekerd kapitaal óf de premie voor de uitkering bij overlijden wordt verlaagd. Als daarbij de totaal overeengekomen en betaalde premies (de totaalpremies) gelijk blijven, wordt een groter deel van die premies aangewend voor de uitkering bij leven. Het gevolg hiervan kan zijn dat voor het verzekerde deel bij leven de eerbiedigende werking verloren gaat. In dat geval vind ik het verlagen van de totaalpremies onnodig omdat dit ertoe kan leiden dat niet langer wordt voldaan aan de bandbreedte-eis. Daarom keur ik het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat bij wijziging of omzetting van een gemengde kapitaalverzekering het overgangsrecht van toepassing blijft als de fiscaal relevante totaalpremies op jaarbasis niet zijn verhoogd.

Voorwaarden

Ik stel hierbij de volgende vier voorwaarden:

– Er vindt bij de wijziging of omzetting geen verlenging van de premiebetalende periode plaats;

– Er vindt bij de wijziging of omzetting geen verlenging van de looptijd van de verzekering plaats;

– Er vindt geen wijziging plaats van het verzekerd lijf, tenzij dit gebeurt in het kader van beëindiging van (fiscaal) partnerschap; en

– Een nieuw verzekerd risico bij overlijden is qua hoogte een normale en gebruikelijke verzekerde uitkering bij overlijden. Het is niet mogelijk de overlijdensdekking te laten vervallen. Als er twee verzekerde lijven zijn, is het wel mogelijk om één verzekerd lijf te laten vervallen.

Van een normale en gebruikelijke verzekerde uitkering bij overlijden is bijvoorbeeld sprake bij een omzetting in een gemengde universal life verzekering (een verzekering die uitkeert bij in leven zijn op een bepaalde datum of bij eerder overlijden) waarbij in geval van overlijden 90% of 110% van de waarde van de units (beleggingen) wordt uitgekeerd.

Als een unit-linkedverzekering wordt omgezet in een gemengde euroverzekering, is bijvoorbeeld sprake van een normale en gebruikelijke verzekerde uitkering bij overlijden als bij overlijden hetzelfde bedrag als bij in leven zijn of de restitutie van de betaalde of de in totaal te betalen premies wordt verzekerd.

Regeling
Verzamelbesluit kapitaalverzekeringen, SEW en BEW
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
19-07-2024
BWB-id
BWBR0050034
Versie
2024-07-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl