3.2.1 — Organisatie van de parlementaire processen Besluit vaststelling en inwerkingtreding Selectielijst van de Tweede Kamer der Staten-Generaal vanaf 5 mei 1945
Organisatie van de parlementaire processen
De Tweede Kamer is samengesteld uit de Kamerleden die samenkomen in de Plenaire Vergadering. De Plenaire Vergadering kiest uit hun midden een Voorzitter en een presidium. De Kamer organiseert zich verder in commissies en zorgt zelf voor de inrichting van de parlementaire processen, daarbij ondersteund door de Griffier en de ambtelijke organisatie. Alle Kamervergaderingen zijn in beginsel openbaar en kunnen alleen bij uitzondering achter gesloten deuren worden gehouden. De verslagen van het overleg met gesloten deuren worden achter slot bewaard.
Er zijn binnen de Kamer verschillende soorten commissies, namelijk:
• Vaste commissies (voor ieder ministerie, met uitzondering van Algemene Zaken, voor Europese Zaken en voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken);
• Algemene commissies (ingesteld voor de duur van één zitting, om onderwerpen te behandelen die van bijzonder belang zijn voor de taken van de Kamer dan wel die vrijwel alle ministeries aangaan);
• Algemene commissies (ingesteld voor een beleidsterrein dat is toegewezen aan een Minister zonder portefeuille, bijvoorbeeld de Algemene commissie voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking);
• Themacommissies (ingesteld voor onderwerpen van groot maatschappelijk belang die niet specifiek één ministerie aangaan);
• Tijdelijke commissies (voor specifieke onderwerpen);
• Enquête- en onderzoekscommissies (ten behoeve van parlementair onderzoek);
• Commissies van advies (ten behoeve van advisering over de werkzaamheden van het presidium);
• Overige commissies (ingesteld voor specifieke taken zoals:
○ Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven;
○ Commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven;
○ Commissie voor de Werkwijze;
○ Commissie voorde Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten).
De Kamerleden zijn lid van fracties, die elk ondersteund worden door eigen fractiemedewerkers. De fracties vallen buiten de (ambtelijke) organisatie van de Kamer en beheren hun eigen archieven. Elke fractie heeft een ambtelijk secretaris die de bevoegdheid heeft de fractie te vertegenwoordigen. De fractie wijst zelf de ambtelijk secretaris aan.
Van alle plenaire vergaderingen wordt een geredigeerd woordelijke verslag opgesteld door de Dienst Verslag en Redactie (DVR, tot 2004 de Stenografische Dienst) over het ‘verhandelde’ in de Plenaire Vergaderingen van de Tweede Kamer, de zogenaamde ‘Handelingen’. Er is één serie beschikbaar op papier. Deze wordt bewaard in de ‘Handelingenkamer’ van de Tweede Kamer. Dit geldt niet als formeel archief. Van alle Handelingen wordt ook een archiefexemplaar naar het Nationaal Archief overgebracht. Sinds het vergaderjaar 2015/2016 gebeurt dit alleen nog digitaal. Waar in de selectielijst wordt verwezen naar het product ‘Handelingen’ wordt dit exemplaar bedoeld, ongeacht uit welk proces zij voortkomt.
De Handelingen van de Staten-Generaal vanaf 1995 worden via www.officielebekendmakingen.nl gepubliceerd op internet, samen met de agenda’s, de vragen van Kamerleden aan bewindspersonen en de antwoorden daarop en de documenten van de regering. De gedigitaliseerde stukken van 1814 tot 1945 worden aangeboden via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/uitgebreidzoeken/historisch.
De organisatie van de parlementaire processen sinds 1945 is redelijk stabiel.
12 Voor een meer gedetailleerde omschrijving over de periode 1945–2002, zie: B.J. Abels e.a., Medewetgeving en Controle. Een institutioneel onderzoek naar de Staten-Generaal 1945–2002 (’s-Gravenhage 2004), rapport nr. 70.
De taken en werkzaamheden van de Tweede Kamer zijn immers grotendeels in de Grondwet verankerd. Uiteraard zijn er wel veranderingen geweest in de organisatie van de werkzaamheden van de Tweede Kamer.
Met name de positie van de verschillende commissies is veranderd. Zo zijn er vanaf 1953 vaste commissies voor elk departement. Deze commissies bereiden de plenaire behandeling van wetsvoorstellen en de begrotingshoofdstukken van hun departement voor. Ook is er steeds meer aandacht voor de controlerende taak van de Kamer. In de jaren 1960 wordt het instituut van de openbare commissievergadering ingevoerd. Vanaf de jaren 1980 hebben de Commissies ook de mogelijkheid moties en amendementen in te dienen. In de jaren 1990 deden nieuwe vormen van overleg hun intrede, zoals het Algemeen Overleg, het notaoverleg en het wetgevingsoverleg.
In 1994 vindt er een grote herziening plaats van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer (RvOTK). Hierin is met name het commissiestelsel grondig herzien. Dit heeft geleid tot het instellen van commissies per departement, met uitzondering van Algemene Zaken. Aanvullend zijn er enkele commissies die horizontaal van betekenis zijn voor alle departementen (zoals Europese Zaken). Daarnaast schrijft het RvOTK ook enkele commissies voor met specifieke taken, zoals de Commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven en een Commissie voor de verzoekschriften en burgerinitiatieven. Voor nadere informatie over deze commissies wordt naar het RvOTK verwezen.
Sinds 2002 zijn er niet veel veranderingen geweest. In algemene zin kan gezegd worden dat door de toename van de hoeveelheid wetten en de grotere nadruk op de controle op het regeringsbeleid er steeds meer werk bij de verschillende Kamercommissies komt te liggen. Met name de toegenomen druk van pers en burgers leidt ertoe dat er steeds meer aandacht komt voor de Tweede Kamer. Dit heeft tot gevolg dat de parlementaire stukkenstroom gestaag toeneemt. Dit heeft tot nu toe nog geen grote wijzigingen tot gevolg had in de inrichting van het parlementaire proces.
13 Voor meer details wordt verwezen naar de verschillende versies van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer (RvOTK).
- Regeling
- Besluit vaststelling en inwerkingtreding Selectielijst van de Tweede Kamer der Staten-Generaal vanaf 5 mei 1945
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 06-07-2024
- BWB-id
- BWBR0049940
- Versie
- 2024-07-06_0