wetzoeker

2.4.3 — Strafbaarheid jammers Aanwijzing handhaving Telecommunicatiewet (hoofdstukken 3 en 10)

Strafbaarheid jammers

Het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben

10 Het "aangelegd aanwezig hebben" uit artikel 10.15 Tw wordt ruim geïnterpreteerd. Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie waarbij in de omgeving van het radioapparaat een geschikte antenne aanwezig is of andere hulpmiddelen die noodzakelijk zijn om het radioapparaat met een betrekkelijk simpele handeling in gebruik te nemen. De intentie van de houder is er dan immers op gericht om het radioapparaat te gebruiken. Van "aangelegd aanwezig hebben" zal in feite alleen dan geen sprake zijn, indien het radioapparaat in verpakte toestand aanwezig is of uit andere omstandigheden blijkt of kan worden aangetoond dat de intentie van gebruik niet aanwezig is.

en het gebruik van een jammer is in strijd met de Tw. Deze radioapparaten kunnen niet voldoen aan hoofdstuk 10 Tw, de EMC- en de RED-richtlijn. Deze apparaten mogen daarom ook niet voorzien zijn van de in de richtlijnen verplicht gestelde CE-markering. Daarmee zijn jammers vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Het gebruik van een jammer kan een criminele bedoeling hebben. Hier zijn talrijke voorbeelden van. Jammers worden door criminelen ingezet, bijvoorbeeld om waarschuwingssystemen plat te leggen, tracering van geldwagens onmogelijk te maken of gestolen vrachtwagens onzichtbaar te maken voor Track & Trace systemen. Jammers worden ook ingezet door bijvoorbeeld hotelketens om klanten te dwingen via de (duurdere) vaste telefoon te laten bellen, of door cafés en restaurants om de gepercipieerde hinder van telefonerende gasten te beperken. De gevolgen van het gebruik van een jammer zijn in dit soort gevallen niet minder ernstig, omdat ook in deze gevallen vitale systemen kunnen worden gestoord.

Het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben of het gebruik van een jammer is een overtreding van artikel 10.15 Tw. In de artt. 161sexies, 350c en 350d van het Wetboek van Strafrecht (Sr) zijn de diverse gedragingen met betrekking tot het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben of het gebruik van een jammer strafbaar gesteld. Wanneer een jammer opzettelijk wordt ingezet om opsporingshandelingen te beletten, belemmeren of verijdelen kan ook vervolgd worden op grond van art. 184 Sr.

Regeling
Aanwijzing handhaving Telecommunicatiewet (hoofdstukken 3 en 10)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2024
BWB-id
BWBR0049881
Versie
2024-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl