wetzoeker

2.1 — Inleiding Aanwijzing handhaving Telecommunicatiewet (hoofdstukken 3 en 10)

Inleiding

Verstoring van etherfrequenties kan ernstige gevolgen hebben. Er kan sprake zijn van gevaarzetting, ernstige hinder of (grote) economische schade. De ernst van de overtreding is afhankelijk van het soort radioapparaat en de daarmee gebruikte frequentieruimte. In het proces-verbaal van bevindingen van de opsporingsambtenaar wordt aangegeven op welke frequentie(s) de verboden apparatuur stoort en of deze frequentie(s) van vitaal belang is (zijn). Verstoring van frequenties die gebruikt worden door de politie voor openbare-orde-doeleinden en (staats)veiligheidsdoeleinden, door hulpverleningsdiensten, lucht- en scheepvaartverkeersbegeleiding, defensie, publieke alarmdiensten kan ernstige gevolgen hebben voor de veiligheid in de samenleving. In voorkomende gevallen geldt dat ook voor verstoring van mobiele telefonie en radio uitzendingen. Bij radiouitzendingen kan bijvoorbeeld sprake zijn van verstoring van de calamiteitenzenders. In het proces-verbaal worden zo mogelijk ook concrete storingsmeldingen genoemd die veroorzaakt worden door de uitzendingen van de overtreder.

De RDI hanteert een prioritering ten aanzien van storingsmeldingen en de ernst daarvan. Er wordt onderscheid gemaakt in storingsmeldingen met Prio 1, 2 en 4

6 Er is aansluiting gezocht bij de storingsmeldingsprocedure van de RDI, die uitgaat van prio 1, 2 en 4.

.

De meest ernstige categorie (Prio 1) betreft storingen van netwerken of infrastructuur waarbij geen gebruik kan worden gemaakt van alternatieve frequenties of alternatieve communicatiemogelijkheden. Bijvoorbeeld:

– vitale overheidsinfrastructuur (zoals: C2000, P2000);

– continuïteit van vitale netwerken (internet knooppunten, mobiele telefonie);

– frequentieverkeer ten behoeve van vitale processen (luchtverkeersbegeleiding, essentiële scheepvaartcommunicatie),

– storingen van calamiteitenzenders;

– storingen die een levensbedreigende situatie kunnen veroorzaken;

– storingen die grote economische schade kunnen veroorzaken (meer dan 250 personen worden gedupeerd of het gaat om grote schade (> € 100.000)) of die de continuïteit van een bedrijf bij het voortduren van de storing in gevaar brengen.

Bij Prio 1- storingen volgt in beginsel de inbeslagneming van de radioapparaten en strafrechtelijke vervolging. Dit geldt ook wanneer een Prio 1-storing wordt veroorzaakt door legale apparatuur en/of er met een vergunning of registratie van de RDI wordt uitgezonden. Bij elke Prio 1-storing moet onverwijld kunnen worden opgetreden en het bestuurlijk instrumentarium is dan ontoereikend.

Prio 2- storingen zijn storingen die economische schade veroorzaken, maar niet levensbedreigend zijn of anderszins tot Prio 1-storingen behoren. Onder Prio 4- storingen vallen de overige storingen. De Prio 2- en Prio 4- storingen worden doorgaans bestuursrechtelijk afgedaan. In alle gevallen kunnen wel strafrechtelijke handhavingsmiddelen als inbeslagneming of binnentreden van een woning worden ingezet.

Regeling
Aanwijzing handhaving Telecommunicatiewet (hoofdstukken 3 en 10)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2024
BWB-id
BWBR0049881
Versie
2024-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl