wetzoeker

1.2.2 — Wanneer strafrechtelijke handhaving? Aanwijzing handhaving Telecommunicatiewet (hoofdstukken 3 en 10)

Wanneer strafrechtelijke handhaving?

In de praktijk ligt het accent bij de handhaving van de Tw op de bestuursrechtelijke aanpak. De inzet van strafrechtelijke middelen is aan de orde wanneer het bestuursrechtelijk instrumentarium ontoereikend is, bijvoorbeeld in het geval dat inbeslagneming en/of binnentreding in een woning noodzakelijk is. Bij recidive en bij ernstige overtredingen waarbij gevaar is veroorzaakt of een potentieel gevaarlijke situatie is ontstaan, kan strafrechtelijke vervolging ingezet worden.

a. Inbeslagneming

Radioapparaten waarvoor gelet op de aard ervan geen vergunning kan worden verleend, zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Denk hierbij bijvoorbeeld aan blokkeerzenders bestemd om het mobiele telefonieverkeer in een bepaalde straal onmogelijk te maken. Dit soort radioapparaten dienen te allen tijde strafrechtelijk in beslag genomen te worden ter onttrekking aan het verkeer. Dit brengt mee dat de handhaving via de strafrechtelijke weg plaatsvindt.

Ditzelfde geldt bijvoorbeeld voor (een handelsvoorraad) radioapparaten of uitrusting in de zin van artikel 1.1 Tw, die niet voldoet aan de daaraan gestelde regels. Gedacht kan daarbij worden aan radioapparaten of uitrusting die niet voldoet aan de essentiële eisen uit de EMC- en RED- richtlijn, zoals geïmplementeerd in de bepalingen bij of krachtens hoofdstuk 10 van de Tw, waardoor deze radioapparaten of uitrusting onveilig is, storing veroorzaakt op andere uitrusting of te weinig immuun is tegen verstoring van andere uitrusting.

b. Binnentreding in een woning

Wanneer een illegale uitzending vanuit een woning wordt gepleegd, kan binnentreding in de woning nodig zijn. Dit is aan de orde als sprake is van gevaarzetting, bijvoorbeeld als de uitzending stoort op frequentieverkeer ten behoeve van vitale processen, zoals op een frequentie bestemd voor de communicatie van lucht- en scheepvaart, voor hulpdiensten en dergelijke. In zo'n geval zijn de bestuursrechtelijke middelen ontoereikend en wordt strafrechtelijk opgetreden.

c. Recidive

Inzet van bestuursrechtelijke middelen tegen een overtreder die eerder voor eenzelfde of vergelijkbare overtreding bestuursrechtelijk is aangepakt, is niet altijd zinvol. Als de overtreder keer op keer in de fout gaat, ondanks bestuursrechtelijke sancties, is bestuurlijk optreden kennelijk niet effectief en strafrechtelijk optreden meer zinvol. Denk bijvoorbeeld aan een overtreder die in korte tijd meermaals bestuurlijk is gesanctioneerd of in de schuldsanering zit, waardoor financiële sancties niet effectief zijn.

d. Ernst overtreding

De ernst van de overtreding is afhankelijk van het soort radioapparaat en de daarop geprogrammeerde frequentie. De opsporingsambtenaar geeft in het proces-verbaal aan op welke frequentie(s) de verboden apparatuur stoort, of deze frequentie(s) van vitaal belang is (zijn) en of sprake is van concrete gevaarzetting. Bij frequentiegebruik ten behoeve van vitale processen moet niet alleen gedacht worden aan de frequenties bestemd voor de communicatie van lucht- en scheepvaart, hulpdiensten en defensie maar ook aan (mobiele) telefonie en radiouitzendingen die ernstig gestoord kunnen worden.

Regeling
Aanwijzing handhaving Telecommunicatiewet (hoofdstukken 3 en 10)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2024
BWB-id
BWBR0049881
Versie
2024-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl