wetzoeker

3.3 — Factor omvang Beleidsregel bestuurlijke boete Nederlandse Emissieautoriteit 2024

Factor omvang

Met de factor omvang is beoogd het boetebedrag af te stemmen op de grotere of kleinere plaats die de overtreder inneemt in het marktsysteem. Daarvoor zijn per beleidsterrein drie categorieën vastgesteld. Aan de laagste categorie is de factor 0,6 toegekend, aan de middelste categorie de factor 0,8 en aan de hoogste categorie de factor 1.

Bij Hernieuwbare Energie wordt gedifferentieerd naar de omvang van het totaal dat is ingeboekt door de overtreder in het betreffende jaar van de overtreding.

Bij ETS stationair wordt voor de categorie-indeling aansluiting gezocht bij de indeling van broeikasgasinstallaties in artikel 19, tweede lid, van de Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2019 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG (de MRV). Deze indeling is gemaakt op grond van de omvang van de gemiddelde geverifieerde jaarlijkse emissies van de installatie in de handelsperiode direct vóór de huidige handelsperiode en staat in het monitoringsplan van de installatie vermeld. Als de installatie in het geldende monitoringsplan niet is ingedeeld, gaat het bestuur af op het emissieverslag van de installatie over het jaar waarin de overtreding is begaan. Als de overtreding langer dan een jaar heeft geduurd, neemt het bestuur een gemiddelde van de jaarlijkse emissies. Zo nodig maakt het bestuur een schatting van de jaarlijkse emissies. Bij overtredingen in het kader van de CO2-heffing voor de industrie gaat het bestuur af op de jaarlijkse industriële emissies zoals gerapporteerd in het industrieel emissieverslag. Bij overtredingen in het kader van de minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking gaat het bestuur af op de elektriciteitsemissies zoals gerapporteerd in het elektriciteitsemissieverslag.

In sommige gevallen kan het nodig zijn om het boetebedrag dat onder A. is vastgesteld, te corrigeren. In onderdeel B van de boeteformule is een correctiefactor opgenomen, waarmee kan worden gecorrigeerd voor de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten of het feit dat het gaat om herhaaldelijke overtreding (recidive). De hoogte van de correctiefactor wordt als volgt bepaald:

Correctiefactor verwijtbaarheid

In dit kader wordt beoordeeld of en zo ja, in hoeverre de overtreding aan de overtreder kan worden verweten. Verwijtbaarheid gaat over de vraag of de overtreder zich vooraf voldoende heeft ingespannen om de overtreding te voorkomen. De hoogte van de boete wordt afgestemd op de verwijtbaarheid door het onder A bepaalde boetebedrag te vermenigvuldigen met een correctiefactor. Indien er sprake is van verminderde verwijtbaarheid wordt er een boeteverlagende correctiefactor toegepast van 0,5. Bij grove schuld is de correctiefactor 1,5. Indien er sprake is van opzet is de correctiefactor 2.

Bij de beoordeling van de verwijtbaarheid worden omstandigheden betrokken die zich voordeden voorafgaande aan de overtreding. Relevante factoren bij deze beoordeling zijn onder meer het niveau van kwaliteitsborging dat de overtreder hanteert, de kennis en kunde die van de overtreder had mogen worden verwacht en de mate waarin de overtreder bewust risico’s heeft genomen. In het per beleidsterrein vastgestelde interventiebeleid zijn deze factoren nader omschreven.

Correctiefactor recidive

Er is sprake van recidive als het bestuur van de NEa al eerder aan de overtreder voor een vergelijkbare overtreding een bestuurlijke boete heeft opgelegd in de afgelopen vijf jaar, óók als de eerder opgelegde boete nog niet onherroepelijk is. Een vergelijkbare overtreding is een overtreding met eenzelfde doel of strekking als de eerder begane overtreding. De termijn voor vaststelling van recidive start op de datum waarop de eerdere bestuurlijke boete is opgelegd. Bij recidive wordt een factor toegepast die hoger is dan 1. Bij een eerste recidive, waarbij in de afgelopen 5 jaar één keer eerder een boete is opgelegd voor een vergelijkbare overtreding, wordt een factor 1,5 toegepast. Bij een tweede recidive of meer wordt een factor 2 toegepast.

Als de overtreding de overtreder een economisch voordeel heeft opgeleverd, dan kan dat voordeel in sommige gevallen worden weggenomen door een herstellende maatregel zoals een ambtshalve vaststelling of een terugvordering van teveel verleende emissierechten. In andere gevallen waarin dat voordeel niet kan worden weggenomen door een herstellende maatregel, kan het economisch voordeel worden weggenomen door het in de hoogte van de boete te verdisconteren. In dit onderdeel van de boeteformule wordt het economisch voordeel daarom opgeteld bij het gecorrigeerde boetebedrag.

Het economisch voordeel van de overtreding wordt op basis van objectieve documentatie vastgesteld of op zorgvuldige wijze geschat (in euro’s). Eventueel nadeel dat rechtstreeks verband houdt met de overtreding wordt van het economisch voordeel afgetrokken. Als het economisch voordeel niet kan worden vastgesteld of geschat, dan wordt ervan uitgegaan dat er geen economisch voordeel is.

Artikel 5:46, tweede lid, van de Awb bepaalt dat de bestuurlijke boete moet zijn afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij moet rekening worden gehouden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Met de boeteformule wordt hier zo goed mogelijk invulling aan gegeven. Het kan in een bijzonder geval evenwel voorkomen dat een boetebedrag dat op deze manier is berekend onevenredig uitpakt voor de overtreder. In dat geval zal de boete op grond van voornoemd artikel en in lijn met de jurisprudentie, moeten worden gematigd. Voor deze situatie is in deze systematiek voorzien in een bijzondere correctiefactor. Als er geen bijzondere omstandigheden zijn die noodzaken tot een matiging op basis van de evenredigheid wordt een factor van 1 toegepast. Als zich wél bijzondere omstandigheden voordoen die tot een matiging noodzaken, wordt een factor toegepast die tussen de 0 en 1 ligt. De exacte hoogte van deze factor die in een concreet geval wordt toegepast wordt afgestemd op het gewicht van de bijzondere omstandigheden.

Voor de iets minder uitzonderlijke situatie waarin de overtreder de overtreding zelf heeft beëindigd en gemeld, wordt een specifieke correctiefactor van 0,5 vastgesteld. Het bestuur past deze correctiefactor in een individueel geval toe, onder de voorwaarde dat de overtreder de overtreding geheel uit eigen beweging heeft beëindigd en deze zelfstandig en onafhankelijk van inspecties (inclusief inspecties van andere bevoegde gezagen en verificateurs) bij de NEa kenbaar heeft gemaakt. In de situatie dat een overtreder de overtreding alleen uit eigen beweging en los van inspecties heeft beëindigd, zonder deze aan de NEa te melden, past het bestuur een correctiefactor van 0,75 toe.

Regeling
Beleidsregel bestuurlijke boete Nederlandse Emissieautoriteit 2024
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-07-2024
BWB-id
BWBR0049874
Versie
2024-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl