wetzoeker

Artikel 2.3.6 Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

Private laadinfrastructuur elektrische voertuigen

1 De subsidie bedraagt voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid:

a. voor een grote onderneming het maximum per laadstation bedoeld in bijlage 5;

b. voor een mkb-onderneming het maximum per laadstation bedoeld in bijlage 5.

2 Onverminderd het eerste lid is de subsidiehoogte:

a. bij AC laadstations gebaseerd op het vermogen aan het laadpunt;

b. bij DC laadstations gebaseerd op het totale vermogen van het laadstation.

3 Onverminderd het tweede lid is de subsidiehoogte bij een modulair systeem, waarbij sprake is van een fysieke scheiding tussen laadstations en vermogenskast, gebaseerd op de som van het geïnstalleerd vermogen dat parallel maximaal geleverd kan worden door de vermogenskast.

4 De subsidie bedraagt voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.3.3, derde lid:

a. voor een grote onderneming € 60 per kWh opslag;

b. voor een mkb-onderneming € 85 per kWh opslag.

5 Onverminderd het eerste en vierde lid bedraagt de subsidie ten hoogste:

a. 40% van de subsidiabele kosten voor een mkb-onderneming;

b. 20% van de subsidiabele kosten voor een grote onderneming.

Regeling
Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
03-06-2026
BWB-id
BWBR0049842
Versie
2026-06-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl