wetzoeker

Artikel 2.2.12 Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

Publieke laadinfrastructuur zwaar vervoer

1 In aanvulling op artikel 17 van het Kaderbesluit is de subsidieontvanger verplicht:

a. alle laadpunten binnen twee jaar na de subsidieverlening volledig beschikbaar te hebben voor gebruik door zware elektrische wegvoertuigen, waarbij de laadlocatie voldoet aan artikel 2.2.3, eerste lid, onderdelen a tot en met h;

b. uiterlijk ten tijde van de aanvraag tot subsidievaststelling uitsluitend hernieuwbare elektriciteit te laten leveren voor de laadstations; en

c. een laadsysteem te gebruiken dat permanent met het internet is verbonden waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol versie 1.6 of hoger verloopt.

2 In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, verplicht gedurende 36 aaneengesloten maanden na vaststelling van de subsidie:

a. de laadinfrastructuur in te zetten als laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen die te allen tijde voor het publiek toegankelijk is; en

b. de laadinfrastructuur als publiek toegankelijk laadstation op te laten nemen in het publieke register.

3 In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3, tweede lid, verplicht gedurende 36 aaneengesloten maanden na vaststelling van de subsidie:

a. de stationaire batterij, zonder overdracht aan derden, in eigendom te hebben; en

b. ervoor zorg te dragen dat ten minste 70% van het aantal kWh dat uit de stationaire batterij wordt ontladen, wordt geleverd aan laadstations.

Regeling
Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
03-06-2026
BWB-id
BWBR0049842
Versie
2026-06-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl