wetzoeker

Artikel 2.2.1 Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

Publieke laadinfrastructuur zwaar vervoer

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

afrit: het punt waar uitwisseling kan plaatsvinden tussen een A- of N-weg en het onderliggend wegennet;

hernieuwbare elektriciteit: elektriciteit als bedoeld in artikel 2, punt 102 quinquies, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

ingang: het punt waarop de toegangsweg overgaat in het terrein waarop de laadinfrastructuur staat of komt te staan;

laadinfrastructuur: oplaadinfrastructuur als bedoeld in artikel 2, punt 102bis, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

laadlocatie: locatie met een of meer laadstations met daarbij behorende laadplekken of laadparkeervakken;

laadpunt: laadpunt als bedoeld in artikel 2, punt 48, van verordening 2023/1804;

laadstation: laadstation als bedoeld in artikel 2, punt 52, van verordening 2023/1804;

stationaire batterij: systeem voor het opslaan en op een later tijdstip leveren van elektriciteit, dat zich niet bevindt in een elektrisch voertuig, maar wel communiceert met het laadstation;

zwaar elektrisch wegvervoer: wegvervoer door elektrische voertuigen van categorie M3, N2 of N3 volgens verordening 2018/858.

Regeling
Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
03-06-2026
BWB-id
BWBR0049842
Versie
2026-06-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl