wetzoeker

Regeling vaststelling schoolvakanties 2025–2030

Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 7 juni 2024, nr. 46071358, houdende regels voor de vaststelling van de kerstvakantie 2025, 2026, 2027, 2028, en 2029, de meivakantie in 2026, 2027, 2028, 2029 en 2030 en de spreiding en vaststelling van de zomervakantie 2026, 2027, 2028, 2029 en 2030 (Regeling vaststelling schoolvakanties 2025–2030)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-08-2025
Rechtsgebied
Onderwijsrecht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0049811
Versie
2025-08-01_0
SHA-256 bron
db07420af4d1e73a496a53c7d4f2cf3d2b51e407487f274feac55cd47076bac5

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (11)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

de Minister: de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;

school:

– een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 Wet op het primair onderwijs;

– een school waar basisonderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 1 Wet primair onderwijs BES;

– een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld artikel 2, tweede lid, onder f, h, j, k, m of n, van de Wet op de expertisecentra, tenzij uit die wet het tegendeel blijkt;

– een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen of auditief of communicatief gehandicapte kinderen, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede of derde volzin, van de Wet op de expertisecentra, tenzij uit die wet het tegendeel blijkt;

– een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 met uitzondering van een school voor voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

regio: een regio als bedoeld in artikel 3.

Artikel 2

Voor de vaststelling van de perioden van de zomervakantie of van de grote vakantie, bedoeld in artikel 6, behoort een school tot één van de regio's. De plaats van vestiging is bepalend voor de regio waartoe een school behoort. Indien een school vestigingen heeft in meer dan één regio, behoort elke vestiging tot de regio waarin ze is gelegen.

Artikel 3

De regio's zijn:

a. Regio Noord, bestaande uit:

1°. De provincie Groningen;

2°. De provincie Friesland;

3°. De provincie Drenthe;

4°. De provincie Overijssel;

5°. De provincie Flevoland, met uitzondering van de gemeente Zeewolde;

6°. De provincie Noord-Holland;

7°. Wat betreft de provincie Gelderland, de gemeente Hattem;

8°. Wat betreft de provincie Utrecht, de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude;

b. Regio Midden, bestaande uit:

1°. De provincie Utrecht, met uitzondering van de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude;

2°. De provincie Zuid-Holland;

3°. Wat betreft de provincie Flevoland, de gemeente Zeewolde;

4°. Wat betreft de provincie Gelderland, de gemeenten Aalten, Apeldoorn, Barneveld, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Buren, Culemborg, Doetinchem, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Geldermalsen, Harderwijk, Heerde, Lingewaal, Lochem, Montferland, met uitzondering van de voormalige gemeenten Didam, Neder-Betuwe, met uitzondering van de voormalige gemeenten Dodewaard, Neerijnen, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Scherpenzeel, Tiel, Voorst, Wageningen, Winterswijk en Zutphen;

5°. Wat betreft de provincie Noord-Brabant, de gemeente Altena, met uitzondering van de voormalige gemeente Aalburg en de kernen Hank en Dussen;

c. Regio Zuid, bestaande uit:

1°. De provincie Limburg;

2°. De provincie Noord-Brabant, met uitzondering van de gemeente Altena, voor zover het betreft de voormalige gemeente Aalburg en de kernen Hank en Dussen;

3°. De provincie Zeeland;

4°. Wat betreft de provincie Gelderland, de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Neder-Betuwe, voor zover het betreft de voormalige gemeenten Dodewaard, Lingewaard, Maasdriel, Montferland, voor zover het betreft de voormalige gemeente Didam, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Westervoort, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel en Zevenaar;

d. Regio Caribisch Nederland, bestaande uit de openbare lichamen:

1°. Bonaire

2°. Sint-Eustatius

3°. Saba.

Artikel 4

Bij samenvoeging van gemeenten na publicatie van deze regeling behoort de nieuw te vormen gemeente tot dezelfde regio als die waartoe de samengevoegde gemeenten behoorden. Als de samen te voegen gemeenten tot verschillende regio’s behoorden, beslist de Minister tot welke regio de nieuwe gemeente gaat behoren. Voordat de Minister definitief beslist, wordt het college van burgemeester en wethouders van de nieuwe gemeente gehoord.

Artikel 5

De perioden voor de kerst- en meivakanties worden voor de jaren 2025 tot en met 2030 voor alle scholen als volgt vastgesteld, met uitzondering van de scholen in de regio Caribisch Nederland.

Schooljaar 2025–2026

Vakantie | Data

Kerst | 20 december 2025 t/m 4 januari 2026

Mei | 25 april t/m 3 mei 2026

Schooljaar 2026–2027

Vakantie | Data

Kerst | 19 december 2026 t/m 3 januari 2027

Mei | 24 april t/m 2 mei 2027

Schooljaar 2027–2028

Vakantie | Data

Kerst | 25 december 2027 t/m 9 januari 2028

Mei | 29 april t/m 7 mei 2028

Schooljaar 2028–2029

Vakantie | Data

Kerst | 23 december 2028 t/m 7 januari 2029

Mei | 28 april t/m 6 mei 2029

Schooljaar 2029–2030

Vakantie | Data

Kerst | 22 december 2029 t/m 6 januari 2030

Mei | 27 april t/m 5 mei 2030

Artikel 6

De perioden voor de zomervakanties, respectievelijk voor de grote vakanties in Caribisch Nederland, worden voor de jaren 2026, 2027, 2028, 2029 en 2030 voor alle scholen als volgt vastgesteld:

Schooljaar 2025–2026

Regio Noord | 4 juli t/m 16 augustus 2026

Regio Midden | 18 juli t/m 30 augustus 2026

Regio Zuid Regio Caribisch Nederland | 11 juli t/m 23 augustus 2026 4 juli t/m 16 augustus 2026

Schooljaar 2026–2027

Regio Noord | 10 juli t/m 22 augustus 2027

Regio Midden | 17 juli t/m 29 augustus 2027

Regio Zuid Regio Caribisch Nederland | 24 juli t/m 5 september 2027 10 juli t/m 22 augustus 2027

Schooljaar 2027–2028

Regio Noord | 15 juli t/m 27 augustus 2028

Regio Midden | 8 juli t/m 20 augustus 2028

Regio Zuid Regio Caribisch Nederland | 22 juli t/m 3 september 2028 8 juli t/m 20 augustus 2028

Schooljaar 2028–2029

Regio Noord | 21 juli t/m 2 september 2029

Regio Midden | 7 juli t/m 19 augustus 2029

Regio Zuid Regio Caribisch Nederland | 14 juli t/m 26 augustus 2029 7 juli t/m 19 augustus 2029

Schooljaar 2029–2030

Regio Noord | 20 juli t/m 1 september 2030

Regio Midden | 13 juli t/m 25 augustus 2030

Regio Zuid Regio Caribisch Nederland | 6 juli t/m 18 augustus 2030 6 juli t/m 18 augustus 2030

Artikel 7

1 Het bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs kan de periode van de zomervakantie of van de grote vakantie, bedoeld in artikel 6, verlengen met ten hoogste twee dagen voorafgaand aan die periode en met ten hoogste twee dagen na die periode.

2 Indien meer dan de helft van de leerlingen van de school in een andere regio woont dan de regio waar de school gevestigd is, kan het bevoegd gezag, in afwijking van artikel 2, beslissen dat de vestiging van de school voor het vaststellen van de zomervakantie behoort tot de regio waarin het merendeel van de leerlingen woont. Voor de vaststelling van het aantal leerlingen wordt uitgegaan van het aantal leerlingen dat in het voorafgaande schooljaar op 1 oktober bij de vestiging stond ingeschreven.

3 In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, indien gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens meer dan zeventig procent van de leerlingen is doorgestroomd naar scholen voor voortgezet onderwijs in een andere regio dan die van de school, met ingang van het daaropvolgend schooljaar de zomervakantie vaststellen als in artikel 6 is bepaald voor die andere regio.

4 In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs met een tijdelijke nevenvestiging of nevenvestiging in een andere regio dan die van de hoofdvestiging, voor deze school de periode van de zomervakantie, bedoeld in artikel 6, zodanig vaststellen dat die periode niet eerder begint dan de vroegste periode en niet later eindigt dan de laatste periode van een van de vestigingen.

5 Het bevoegd gezag van een school voor cluster 3 en 4 onderwijs, als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, kan de perioden van de zomervakantie en van de grote vakantie, bedoeld in artikel 6, bekorten.

6 In afwijking van artikel 6 hebben in de gemeenten Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog de zomervakanties op de scholen voor basisonderwijs en de scholen voor voortgezet onderwijs een duur van vijf weken. Deze gemeenten volgen de startdatum van de vakanties van regio Noord.

Artikel 8

De Minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag van een school in bijzondere omstandigheden afwijking toestaan van de perioden, bedoeld in de artikelen 5 en 6.

Artikel 9

In afwijking van 2.39, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt op scholen voor voortgezet onderwijs in de regio waar een schooljaar vanwege de spreiding van de zomervakanties op grond van deze regeling korter duurt dan in de andere regio’s, in dat schooljaar op ten minste 184 dagen onderwijs verzorgd.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2025 en vervalt met ingang van 1 oktober 2030.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling schoolvakanties 2025–2030.