2400 — Opdrachten tot het beoordelen van financiële overzichten (deel 1) Nadere voorschriften controle- en overige Standaarden
Opdrachten tot het beoordelen van financiële overzichten
Inleiding
Toepassingsgebied van deze Standaard
1. Deze Standaard voor beoordelingsopdrachten behandelt het volgende: (Zie Par. A1)
a. de verantwoordelijkheden van de accountant wanneer deze is ingeschakeld om een beoordeling van financiële overzichten uit te voeren, wanneer de accountant niet betrokken is bij de controle van de financiële overzichten van de entiteit; en
b. de vorm en inhoud van de beoordelingsverklaring bij de financiële overzichten.
2. Deze Standaard behandelt niet een beoordeling van financiële overzichten of van tussentijdse financiële informatie van een entiteit door een accountant die als de onafhankelijke accountant betrokken is bij de controle van de financiële overzichten van de entiteit.
3. Deze Standaard is geschreven in de context van een beoordeling van financiële overzichten door een accountant. De Standaard moet naargelang in de gegeven omstandigheden nodig is, worden aangepast indien het gaat om beoordelingen van andere historische financiële informatie.
Naast beoordelingsopdrachten van historische financiële informatie bestaan andere opdrachten met een beperkte mate van zekerheid.
Die andere opdrachten met een beperkte mate van zekerheid worden onder de Standaarden voor assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (Standaard 3000A, Standaard 3000D tot en met Standaard 3999) uitgevoerd
1 ’Standaard 3000A, Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (attest-opdrachten).
Standaard 3000D, Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (directe-opdrachten).
.
Relatie met wet- en regelgeving op het gebied van kwaliteitsmanagement
4. Het kwaliteitsmanagementsysteem en de beleidslijnen of procedures zijn de verantwoordelijkheid van de accountantseenheid. In Nederland geldende wet- en regelgeving op het gebied van kwaliteitsmanagement is van toepassing op accountantseenheden die opdrachten tot het beoordelen van financiële overzichten uitvoeren.
De bepalingen van deze Standaard met betrekking tot kwaliteitsmanagement op het niveau van individuele beoordelingsopdrachten hanteren als uitgangspunt dat de accountantseenheid onderworpen is aan de NVKM. (Zie Par. A3, A4 en A5)
De opdracht tot het beoordelen van financiële overzichten
5. Het beoordelen van financiële overzichten is een opdracht met een beperkte mate van zekerheid, zoals beschreven in Het Stramien voor Assurance-opdrachten (het Stramien).
2 Het Stramien, paragraaf 7 en 11.
(Zie Par. A6 en A7)
6. Bij een beoordeling van financiële overzichten brengt de accountant een conclusie tot uitdrukking met als doel om de mate van vertrouwen van de beoogde gebruikers, met betrekking tot het opstellen van de financiële overzichten van een entiteit in overeenstemming met een van toepassing zijnd stelsel inzake financiële verslaggeving, te versterken. De conclusie van de accountant is gebaseerd op het feit dat de accountant een beperkte mate van zekerheid verkrijgt. De beoordelingsverklaring omvat een beschrijving van de aard van een beoordelingsopdracht als context voor de lezers van de verklaring om de conclusie te begrijpen.
7. De accountant verzoekt voornamelijk om inlichtingen en voert cijferanalyses uit om voldoende en geschikte assurance-informatie te verkrijgen. Deze informatie vormt de basis voor een conclusie over de financiële overzichten als geheel, die in overeenstemming met de vereisten van deze Standaard tot uitdrukking wordt gebracht.
8. Indien de accountant zich bewust wordt van een aangelegenheid die de accountant ertoe brengt te veronderstellen dat de financiële overzichten een afwijking van materieel belang kunnen bevatten, zet de accountant aanvullende werkzaamheden op en voert de accountant deze uit. De accountant doet dit voor zover deze dit in de situatie noodzakelijk acht, om in staat te zijn overeenkomstig deze Standaard een conclusie te vormen over de financiële overzichten.
Autoriteit van deze Standaard
9. Deze Standaard bevat de doelstellingen van de accountant bij het opvolgen van de Standaard die de context bieden waarin de vereisten van deze Standaard zijn vastgesteld. Zij zijn bedoeld de accountant te ondersteunen bij het begrijpen van wat nodig is om te bereiken in een beoordelingsopdracht.
10. Deze Standaard bevat vereisten die zijn opgezet om de accountant in staat te stellen de vermelde doelstelling te halen. Deze vereisten worden uitgedrukt door gebruik te maken van het hulpwerkwoord ‘dienen’ (in: ‘iets dienen te doen’).
11. Bovendien bevat deze Standaard inleidend materiaal, definities en toepassingsgerichte en overige verklarende teksten die context verschaffen en relevant zijn voor een degelijk begrip van de Standaard.
12. De toepassingsgerichte en overige verklarende teksten verschaffen verdere uitleg over de vereisten en leidraden bij het uitvoeren hiervan. Hoewel dergelijke leidraden op zichzelf geen vereisten opleggen zijn ze wel relevant voor de juiste toepassing van de vereisten. De toepassingsgerichte en overige verklarende teksten kunnen tevens achtergrondinformatie verschaffen betreffende aangelegenheden die in deze Standaard worden behandeld en die ondersteunen bij het toepassen van de vereisten.
Ingangsdatum
13. Voor de ingangsdatum wordt verwezen naar de slotbepalingen.
Doelstellingen
14. De doelstellingen van de accountant in een beoordeling van financiële overzichten onder deze Standaard zijn om:
a. een beperkte mate van zekerheid te verkrijgen, voornamelijk door het verzoeken om inlichtingen en het uitvoeren van cijferanalyses, over de vraag of de financiële overzichten als geheel geen afwijkingen van materieel belang bevatten. Hierdoor wordt de accountant in staat gesteld een conclusie tot uitdrukking te brengen dat er niets is gebleken op grond waarvan de accountant zou moeten veronderstellen dat de financiële overzichten niet, in alle van materieel belang zijnde opzichten, zijn opgesteld in overeenstemming met het van toepassing zijnde stelsel inzake financiële verslaggeving;
b. te rapporteren over de financiële overzichten als geheel en om te communiceren, zoals vereist door deze Standaard.
15. In alle gevallen waar er geen beperkte mate van zekerheid kan worden verkregen en een conclusie met beperking in de beoordelingsverklaring in de omstandigheden onvoldoende is, vereist deze Standaard dat de accountant:
• een onthouding van een conclusie formuleert in de uitgebrachte verklaring; of
• indien van toepassing, de opdracht teruggeeft indien teruggave onder van toepassing zijnde wet- of regelgeving mogelijk is. (Zie Par. A8, A9 en A10, A121 en A122)
•
Definities
16. De definities in de Standaarden 000N t/m 800 zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover in deze Standaard niet anders is bepaald.
17. In het kader van deze Standaard hebben de volgende termen de hierna weergegeven betekenissen:
a. cijferanalyses – cijferanalyses als bedoeld in paragraaf 4 van Standaard 520.
b. opdrachtrisico – risico dat de accountant een onjuiste conclusie tot uitdrukking brengt wanneer de financiële overzichten een afwijking van materieel belang bevatten.
c. financiële overzichten voor algemene doeleinden – financiële overzichten als bedoeld in paragraaf 7, onderdeel a, van Standaard 700.
d. stelsel voor algemene doeleinden – stelsel als bedoeld in paragraaf 7, onderdeel b, van Standaard 700.
e. verzoek om inlichtingen – Het verzoek om inlichtingen bestaat uit het zoeken naar informatie van goed ingelichte personen binnen of buiten de entiteit.
- Regeling
- Nadere voorschriften controle- en overige Standaarden
- Afkortingen
- NV COS
- Soort
- PBO-regeling
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBR0049711
- Versie
- 2026-01-01_0