5 — Subsidiabele activiteiten Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Matra ‘overheid tot overheid’ 2025–2029)
Subsidiabele activiteiten
Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van het subsidieprogramma moet het gaan om een samenhangend geheel van activiteiten (‘project’) dat gericht is op het bijdragen aan de doelen zoals genoemd in paragraaf 4.1.
Ten aanzien van de primaire doelstelling (e.g. bijdragen aan capaciteitsversterking van (semi-)overheidsinstellingen in doellanden) moet het project betrekking hebben op:
a. de overdracht van de inhoudelijke expertise en vaardigheden aan (semi-) overheidsinstellingen; en
b. het bewerkstelligen van institutionele versterking.
Het project moet tevens betrekking hebben op ten minste één van de in paragraaf 6 opgenomen thema’s, en per thema op ten minste één van de daaronder genoemde subthema’s.
Ten aanzien van de secundaire doelstelling (versterken bilaterale betrekkingen tussen Nederland en de doellanden) geldt dat het project tevens betrekking moet hebben op het vergroten van de zichtbaarheid van de Nederlandse inzet in het doelland, daarom is het mogelijk om daarnaast subsidie te verkrijgen voor activiteiten waarmee middels strategische communicatie de zichtbaarheid van het project en daarmee de Nederlandse inzet in het doelland te vergroten.
Bij de subsidiabele activiteiten dient relevante inhoudelijke expertise van één of meerdere Nederlandse (semi-) overheidsinstellingen te worden ingebracht. Hierbij kan gedacht worden aan de volgende activiteiten:
– trainingen, seminars, workshops;
– institutionele of wetgevende analyses;
– studiebezoeken en onderzoeksmissies;
– adviezen over en ondersteuning bij de ontwikkeling van bijvoorbeeld wetgeving, regelgeving, strategieën, beleid, uitvoeringstechnieken en -strategieën of proefprojecten.
Het project moet zijn gericht op ten minste één doelland. Het subsidieprogramma biedt ook ruimte voor projecten met een regionaal samenwerkingscomponent, waarbij binnen één project de samenwerking met (semi-)overheidsinstellingen in meer dan één doelland wordt gezocht alsook samenwerking tussen de (semi-) overheidsinstellingen in deze doellanden. De meerwaarde van een landoverstijgend project dient duidelijk te worden beschreven in de aanvraag.
Tevens biedt het subsidieprogramma ruimte om, in aanvulling op de vereiste samenwerking met één of meerdere Nederlandse (semi-)overheidsinstellingen, samen te werken met Nederlandse decentrale overheden, indien dit de doelstelling van het voorziene project ten goede komt. Hierbij dient vermeld te worden dat een dergelijke samenwerking niet de verplichte samenwerking met een of meerdere hierboven genoemde Nederlandse (semi-)overheidsinstellingen kan vervangen.
Lokale maatschappelijke organisaties die actief zijn in de doellanden op de in paragraaf 6.1. genoemde (sub)thema’s kunnen een belangrijke rol spelen bij het bereiken van de in paragraaf 4.1. genoemde doelstellingen en het duurzaam inbedden van de resultaten, bijvoorbeeld in een situatie waarin een groot deel van het ambtenarenapparaat wordt gewisseld na verkiezingen. Daarnaast kan een sterk en betrokken maatschappelijk middenveld (indirect) bijdragen aan het aanjagen van een verbeterde rechtsstaat, pluriformiteit en een versterkte overheid. Door, waar relevant, deze organisaties te betrekken bij een project kan tevens het draagvlak voor de hervormingen worden vergroot. Binnen de projecten kan daarom worden samengewerkt met het lokaal maatschappelijk middenveld, hetzij als mede-indiener in een samenwerkingsverband hetzij anderszins. Dit is evenwel geen verplichting.
Niet subsidiabel zijn in ieder geval de volgende activiteiten:
• initiatieven die proselitisme (mede) beogen;
• financiering van commerciële dienstverlening, investeringen of commerciële activiteiten;
• activiteiten waarvoor reeds rechtstreeks een subsidie of bijdrage ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt ontvangen;
• activiteiten van een lokale maatschappelijke organisatie waarvoor reeds middellijk ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een bijdrage wordt ontvangen;
• activiteiten van organisaties die reeds ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een instellingssubsidie ontvangen waarvan de werkingsduur zich uitstrekt tot in het subsidietijdvak waarvoor subsidie in het kader van dit subsidieprogramma wordt aangevraagd.
- Regeling
- Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Matra ‘overheid tot overheid’ 2025–2029)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 15-05-2024
- BWB-id
- BWBR0049696
- Versie
- 2024-05-15_0