wetzoeker

Artikel 34 Tijdelijke regeling uitkering bodem 2024–2030

Verantwoording en vaststelling uitkering

1 De minister stelt de uitkering uiterlijk op 31 december van het jaar waarop de desbetreffende eindverantwoording door het bevoegd gezag Wbb, het bevoegd gezag Ow, het college of het waterschap is ontvangen, vast op het bedrag dat is bepaald in de verlening indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend geheel zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de bestedingsvoorwaarden en de verplichtingen.

2 Indien een beschikking tot vaststelling van de uitkering niet uiterlijk op 31 december van het jaar, bedoeld in het eerste lid, kan worden gegeven, kan de minister de termijn voor het nemen van die beschikking eenmaal met dertien weken verlengen.

Regeling
Tijdelijke regeling uitkering bodem 2024–2030
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
28-11-2025
BWB-id
BWBR0049658
Versie
2025-11-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl