wetzoeker

2.6 — Status als journalist pas later onderkend Aanwijzing strafvorderlijk optreden met betrekking tot journalisten

Status als journalist pas later onderkend

Niet altijd zal op het moment van inzet van een dwangmiddel of de aanvraag van een vordering tot de inzet daarvan duidelijk zijn dat het gericht is op een journalist of dat een journalist in beeld komt. Indien later komt vast te staan dat het om een journalist gaat, dient te worden beoordeeld of door de inzet van het dwangmiddel een ongeoorloofde inbreuk op het recht op bronbescherming van de journalist is gemaakt (artikel 218a Sv). Is dat het geval, dan worden de daarbij verkregen gegevens terstond vernietigd (artikel 126aa, tweede lid, Sv). Te denken valt aan de situatie van een telefoontap waarbij later blijkt dat een nummer waar het tapbevel betrekking op heeft in gebruik is bij een journalist.

Indien pas later blijkt dat het gaat om een journalist, zullen mogelijk de procedures als hierboven beschreven in § 2.1 t/m 2.5 niet gevolgd zijn. Op dat moment dient de zaak alsnog te worden gemeld bij de hoofdofficier van justitie en bij het College van procureurs-generaal. Ook dient beoordeeld te worden of het eventuele niet volgen van de genoemde procedures, gevolgen heeft voor het strafrechtelijk onderzoek. Indien bij de inzet van opnemen vertrouwelijke communicatie na afgifte van de machtiging door de rechter-commissaris, maar vóór de inzet van het dwangmiddel duidelijk wordt dat een journalist betrokken is, dan wordt terstond de rechter-commissaris geïnformeerd.

Regeling
Aanwijzing strafvorderlijk optreden met betrekking tot journalisten
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-05-2024
BWB-id
BWBR0049630
Versie
2024-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl